
Column Marcel van Stigt: Als de kat van huis is...
ColumnJuist nu het eindelijk lenteweer lijkt te worden kom ik ze bij bosjes tegen: advertenties, flyers en berichten op de buurtApp met daarop een foto van een poes of kat die kwijt is. Als de kat van huis is, is het kennelijk niet vanzelfsprekend dat die ook weer terugkeert.
Gelukkig hoeven wij daar niet zo bang voor te zijn. Poes Coos gaat ook graag naar buiten, maar meldt zich altijd wel weer. Zeker nu ze wat ouder is; voorheen bleef ze soms úren weg als we de tuindeur voor haar openhielden.
Niet dat ze veel kilometers maakte, ze lag bij voorkeur ergens om de hoek tussen een paar struiken of onder een geparkeerde auto, maar het was toch altijd weer fijn als ze miauwend voor de deur zat en daarmee aangaf weer naar binnen te willen.
Ik heb haar en Bliksem, haar helaas vroegtijdig overleden maatje, als cadeau voor de kinderen ooit in Boxtel uit een opvangadres voor zwerfkatten opgehaald. Ze waren slechts een paar weken oud, het was tussen hen en de kinderen liefde op het eerste gezicht en we hebben kat en poes meteen in een bench gestopt en meegenomen.
Eenmaal thuis hield ik de deuren van mijn appartement in het centrum van Purmerend stijf gesloten. Van huis uit waren het binnenkatten en dat moest zo blijven; zou ik de deur naar het dakterras een keer open zetten, dan zouden ze hun nieuwsgierigheid vast een keer niet kunnen bedwingen en buiten een kijkje nemen. Dan zou de gang naar het dak en de andere huizen nog maar héél klein zijn en of ik ze dan ooit nog terug zou zien...
Eén keer heb ik op een nacht twee tuimelraampjes per ongeluk open laten staan. De volgende ochtend was hun bench leeg. O nee toch, schoot het door me heen, ze zullen toch niet...
Gelukkig was er geen reden voor paniek. De twee - zó klein – hadden zich verstopt achter de plint onder het keukenblok.
Na mijn verhuizing naar mijn huidige woning in een groene woonwijk heb ik ze de vrijheid gegund om de buurt in te trekken. Ze hadden daar zó’n zin in. Eerst bleven ze nog in de tuin, maar al snel zaten ze op het dak of klommen over de tuindeur om hun territorium uit te breiden.
Bliksem heeft het helaas niet overleefd; hij is overreden en was te geblesseerd om hem op te kunnen lappen. Maar Coos is er nog steeds en geniet met grote regelmaat van het buitenleven.
Soms maakt ze het nog wel wat bont. We willen haar binnen hebben als we ons bed opzoeken, maar ze heeft zich dan nog niet altijd gemeld.
Daar heb ik iets op gevonden. Ik ga tegen bedtijd demonstratief en enigszins luidruchtig de deur op slot draaien. Dat hoort ze. En binnen tien minuten zie ik haar in de tuin landen en met smekende ogen braaf voor de deur zitten, waarna ik haar meteen binnen laat.
Poezen en katten zijn eigenzinnige types die zich maar moeilijk laten sturen - dat siert hen, vind ik. Maar in het geval van Coos hebben we toch de zekerheid dat we er in de nachtelijke uren niet met een bakje brokjes en zaklantaarn op uit hoeven om haar ergens uit een schuilplaats te lokken.