Raaf in Het Twiske.
Raaf in Het Twiske. (Foto: Sonja Duba)

De raaf, terug van weggeweest

Nieuws

OOSTZAAN - En daar zat meneer raaf. Wat een mooi beest! Hij wist dat ik hem stond te bekijken, hoe hij met zijn snavel langs zijn veren streek, zijn kop krabde en zijn tenen deed. Onverschrokken ging hij door met zichzelf uitgebreid te poetsen. Even keek hij mij aan, met die zwarte kraalogen. Of hij zeggen wilde: “Is er wat?”

Het was vroeg in de avond en ik liep nog een rondje met mijn hondje door Het Twiske. En toen ik bij het hondenstrandje kwam, zag ik hem. Zwart en statig zat hij daar, op een paaltje, en heel rustig bracht hij zijn verenpak in orde voor de nacht. Het kon hem niks schelen dat ik hem stond aan te gapen. Hij begreep het, die forse, zwarte vogel die daar bij het water zat.

Ik kon mij niet herinneren dat ik ooit een raaf van dichtbij had gezien. Wat een bijzondere vogel, zo zelfverzekerd en toch een beetje geheimzinnig. Hij hoorde bij verhalen die grootvaders vroeger bij het vuur vertelden, over voortekens en oude tijden. 

Een raaf was geen gewone vogel, een raaf kon een boodschap van vroeger brengen of van de toekomst, soms goed, soms slecht, maar altijd iets om rekening mee te houden. Raven speelden een rol in het volksgeloof en er is geen vogelsoort waar zoveel over geschreven is, want ze werden in de loop der tijd vereerd of juist gehaat. In de oertijd vlogen er al raven rond in Nederland. 

Maar de raaf kreeg, mede door het bijgeloof, een slechte naam en mensen gingen jacht op hem maken. Die glanzende, zwarte veren, die grote klauwen en krachtige snavel werden hem fataal. Bovendien is een raaf intelligent, hij heeft je door en als je hem wat flikt, vergeet hij je nooit meer. Ook kan hij goed geluiden van andere dieren, of menselijke stemmen nadoen, waardoor hij ongrijpbaar lijkt. En dan die diepe, krassende roep! Als je ook maar een beetje angstig of bijgelovig bent aangelegd, griezel je van dat zware “krrrow krraoww!!”

Door de eeuwen heen werd de raaf bijna uitgeroeid en tot het begin vorige eeuw hebben jagers en boeren op ze geschoten, vergiftigd en hun eieren en jongen geroofd. Totdat raven uit onze natuur waren verdwenen. Iedereen was blij. Geen last meer van.

Maar tijden veranderen en er kwam berouw. Dus werden er ravenstelletjes uitgezet en gelukkig begonnen die weer in ons land te broeden. Ze waren decennia lang weggeweest, maar nu hebben we ze weer terug.

Ze bouwen hun grote, stevige nesten hoog in de bomen en zijn echte stuntvliegers die zich in de baltsvlucht bijna helemaal omdraaien. Ze kunnen op hun kop vliegen met hun poten omhoog, diep duiken, rakelings langs elkaar heen vliegen en val-en glijvluchten uitvoeren.

Zodra de winterkou voorbij is beginnen ze met flirten en zowel manlijke als vrouwelijke raven doen er aan mee. Tijdens zo’n luchtshow zoeken ze een partner uit waaraan ze zich voorgoed binden, want raven zijn monogaam en blijven een leven lang bij elkaar.

Veel mensen kennen de raaf uit de fabel van de Franse schrijver en dichter Jean de la Fontaine (1621-1695). Hij schreef een beroemde versie over de raaf en de vos. Dieren spelen de hoofdrol in een fabel en ze denken, spreken en handelen als een mens. Fabels zijn bedoeld om een wijze les mee te geven, dus luister goed…

Een raaf heeft een stuk kaas gevonden en gaat ermee in een boom zitten om het lekker op zijn gemak op te peuzelen. Een vos ruikt de kaas, kijkt omhoog en ziet de raaf zitten. Meteen krijgt hij een sluw plannetje. Hij vleit de raaf en zegt dat hij zo’n prachtige verschijning is, maar dat het jammer is dat hij geen mooie stem heeft. Nu is de raaf de grootste zangvogel ter wereld, maar echt melodieus zingt hij niet. De raaf, trots en overmoedig wil zijn zang bewijzen en opent zijn snavel om te krassen. De kaas valt naar beneden en de vos pakt het en eet het op. De moraal: laat je niet foppen door vleierij, want vleiers zijn stroopsmeerders en ze zijn vaak uit op eigenbelang.

En daar zat hij nu, in Het Twiske, op dat paaltje. Die slimmerik die zich toch liet misleiden. Geen vos in de buurt, geen kaas om te verliezen, alleen de avond die langzaam viel.

Het was een beeld dat bleef hangen.

Sonja Duba