
Column Marcel van Stigt: Loslopend wild
NieuwsAls wandelliefhebber trek ik graag urenlang door de natuur, en tot mijn grote genoegen is mijn vriendin van hetzelfde slag. Samen vroeg op, stevige schoenen aan, royaal gevulde rugzak mee en hup, op weg.
Op Koningsdag omzeilden we het feestgedruis en visiteerden het in onze buurt gelegen recreatiegebied Het Twiske voor een ferme wandeling van zestien kilometer. Mede omdat negentig procent van de Nederlanders vrijmarkten en Koningsfeesten bezocht, kwamen we onderweg amper iemand tegen.
Dat vonden wij allerminst erg. Want nu konden we ongestoord genieten van de stilte, die slechts aangenaam werd onderbroken door het onbekommerde getjilp van vogeltjes, die het ook al zo naar hun zin hadden, en zelfs het gehamer van een specht.
Vooral dat laatste zie ik altijd als een cadeautje. Ik speur dan meteen de boomstammen af in de hoop dat ik het beestje zie. Dat lukt nooit. Maar je kunt ook niet alles hebben.
Op zo’n tocht kom je ook dieren tegen waar je niet omheen kunt. Letterlijk. Schotse Hooglanders bijvoorbeeld. Die worden in een deel van Het Twiske ingezet als grasmaaien. Grote grazende goedzakken waar je echt niet bang voor hoeft te zijn. Niettemin wordt het aangeraden niet te dicht bij ze in de buurt te komen. Want je kunt nooit weten wat er gebeurt.
Dat onvoorspelbare is voor mij genoeg om met een ruime boog om zo’n stelletje grazers heen te lopen. Het zit me dan toch niet helemaal lekker. Ik denk dan onwillekeurig aan mijn vroegere vakanties met mijn ouders en broers. Twee weken in een huisje in Drenthe. En dan niet alleen hunebedden bezoeken, maar ook schaapskuddes met hun herder. We liepen er gewoon tussendoor en ik vond het behoorlijk eng, verborg me achter de rug van mijn moeder, al weet ik nog steeds niet waarom.
Maar waar ik echt een heilig respect voor heb: zwanen. Die schijnen nogal wild om zich heen te kunnen slaan als je te dicht in hun buurt komt. Ooit zat ik met mijn gezin in Het Twiske aan de rand van een meertje toen twee zwanen nadrukkelijk rechtstreek op ons af kwamen drijven. Een van de twee begon te blazen toen ze bijna aan land waren.
We waren zo verstandig om langzaam op te staan en ons strategisch terug te trekken. De zwanen stapten op het droge en namen onze plek in. Maar het kan ook zijn dat we juist hun plek hadden ingenomen.
Tijdens een solo-rondwandeling heb ik weleens voor een enorm dilemma gestaan. Ik volgde een paaltjesroute en toen ik bijna terug bij het beginpunt was werd het smalle pad versperd door een zwaan.
Toen hij mij in beeld kreeg ging hij staan en spreidde zijn vleugels wijd uit. Erg uitnodigend oogde het niet. Eromheen lopen kon niet. En dus slaakte ik een zucht en ben het hele stuk teruggelopen. Niet bepaald een heldendaad, maar misschien wel zo wijs.
Gelukkig komen dergelijke ontmoetingen niet zo vaak voor. Maar hoelang zal het duren voordat de eerste wolf in Het Twiske wordt gesignaleerd?