
Column Marcel in Mokum: Weerzien met Wouter
Amsterdam 750Op De Wallen heb ik niet zo gek veel te zoeken. Maar enkele weken geleden wel. Toen stond deze o zo bekende Amsterdamse buurt geheel in het teken van het jaarlijkse festival Red Light Jazz. Een keur aan jazzconcerten in verschillende gelegenheden, vaak nog gratis te bezoeken ook.
Dat dit festival op De Wallen plaatsvindt is natuurlijk geen toeval. Juist hier heeft Amsterdam ooit kennisgemaakt met dit swingende genre. Het gebeurde in de jaren twintig en dertig. Amerikaanse zeelieden stapten in de oudste buurt van Amsterdam aan wal met jazzplaten onder de arm.
Zo kwam onze stad in aanraking met jazz. In de jaren die volgden ontstond er rond de Zeedijk en de Nieuwmarkt een levendige jazzscene.
Red Light Jazz herinnert daaraan. In 2014 op kleine schaal begonnen is het uitgegroeid tot een groot internationaal jazzfestival.
Daar wilden mijn vriendin en ik deze keer bij zijn.
Aan mij de eer – als jazzliefhebber en -kenner - om een keuze te maken uit het omvangrijke programma. Ik was er snel uit. Al scrollend stuitte ik op Wouter Kiers, die met zijn Quartet in het Paleis van de Weemoed zou optreden. Verder zoeken was niet meer nodig. Dit stond garant voor een paar uur recht-toe-recht-aan-jazz zonder ingewikkeld en omslachtig gepingel en gedoe.
Ik wist dat uit eigen ervaring. Twintig jaar geleden heeft Wouter Kiers nog opgetreden op mijn trouwfeest - zelfs samen met Hans Dulfer, die er door de ceremoniemeester als cadeautje aan was toegevoegd.
Jazz is heerlijke muziek en het wordt allemaal nog leuker als je een band live ziet optreden; jazz moet je niet alleen horen, maar ook zíen, is mijn motto. Ook dit weet ik uit eigen ervaring. Vijftien jaar lang heb ik het North Sea Jazz Festival bezocht, toen nog in het Congresgebouw in Den Haag. Ook ben ik in New Orleans geweest, waar jazz tot grote bloei is gekomen.
Een beetje jazz-artiest zoekt contact met het publiek, waardoor er een interactie ontstaat, die een concert een extra dimensie geeft. Nooit zal ik vergeten hoe vibrafonist Lionel Hampton ooit tijdens het North Sea Jazz Festival weigerde van het podium af te gaan.
De strakke programmering liep geheel in de soep, dit tot wanhoop van de presentatrice die het allemaal niet meer in de hand had en tot groot genoegen van het publiek dat er geen genoeg van kon krijgen.
Na de vijfde, ongeplande toegift – een breekbaar gezongen ‘What a wonderful world’ – werd Lionel Hamtpon door twee zaalmedewerkers beheerst, maar resoluut richting coulissen begeleid. Een deel van zijn band zat al hoog en breed in de kleedkamer. Het concert was toen al met een halfuur uitgelopen.
Het was uitgerekend hetzelfde nummer dat bij het Wouter Kiers Quartet tegen het eind op het programma stond. Hij gaf op zijn saxofoon de voorzetten, speelde traag de melodie, waarna hij het publiek uitnodigde de zinnen af te maken. En dus klonk er diverse keren massaal ‘What a wonderful world’.
Volgens de New Orleans-traditie liep hij tijdens het slotnummer al spelend door het publiek, waarna het toch echt afgelopen was.
Na afloop ben ik even naar hem toe gelopen en heb ik hem de hand geschud. Of hij het nog wist, vroeg ik hem, twintig jaar geleden in De Rijp, optreden op mijn huwelijksfeest met Hans Dulfer. Een blik van herkenning kwam op zijn gezicht te staan. Ja, hij wist het nog.