Afbeelding
(Foto: Rodi Media/MvS))

Column Marcel van Stigt: Heldenmoed

Column

Poes Coos ligt stilletjes op de bank uit te hijgen. Met ogen zo groot als bierviltjes staart ze voor zich uit. De angst zit er nog in. Als ik langsloop kijkt ze me aan met een blik van: was dit nou écht nodig? Ze vond het weer he-le-maal niks, de jaarlijkse controle van de twee dierenartsen. Gelukkig voor haar zijn ze net vertrokken. Op mijn verzoek komen ze op huisbezoek en hoef ik dus niet met Coos naar de praktijk toe. Dat zou namelijk nooit lukken. Dat heeft de ervaring me geleerd. 

Het is me duidelijk geworden toen ik een aantal jaren geleden verhuisde en Coos en haar helaas overleden maatje Bliksem mee wilde nemen. Bliksem was een beetje onnozel. Bij hem was het gewoon een kwestie van wat brokjes achter in een bench gooien, wachten totdat hij erachteraan ging en dan op het juiste moment een duwtje geven en de deur snel sluiten. 

Zo bleek dat bij Coos niet te werken. Maar ze moest toch mee, dus ik heb haar opgepakt en geprobeerd haar in de bench te laten zakken. Nou, mooi niet. Ze spreidde haar vier pootjes zo breed mogelijk uit en ik kreeg haar er niet in. 

Later heb ik haar er in een onbewaakt moment toch in gekregen. Ik sloot het deurtje, maar in Coos kwam toen een ongekende kracht los. Ze zette zich schrap, ramde het deurtje uit zijn voegen, waarbij ze een nagel kwijtraakte, en spurtte in één keer richting keukenblok om zich achter de plint te verstoppen. Zo kon ik er nooit bij.

De woning raakte steeds leger. Alles was al verhuisd. Alleen Coos nog. Pogingen om haar te pakken te krijgen waren te lachwekkend en te onbeholpen om tot een succes te kunnen leiden. 

Uiteindelijk hebben we de dierenambulance om een tip gevraagd. We konden een grote kooi van anderhalve meter lenen. Het concept: achterin voer leggen, zodra poes helemaal aan het eind is loopt ze over een plateautje, waarmee ze het schot aan de voorkant naar beneden laat vallen. Dat werkte.  

Vandaag, met de dierenartsen in aantocht, hoefde ze niet te verhuizen, maar ik moest wel andere voorzorgsmaatregelen nemen. De deuren dicht houden, zodat ze niet zou ontsnappen, en de open plekken naast en achter de drie meter lange vijfzitsbank barricaderen. 

Zodra de dierenartsen binnen stonden, lukte het Coos toch zich door de barricades te wringen. Ze verschanste zich achter de bank. Met zijn drieën hebben we haar uiteindelijk te pakken kunnen krijgen – beter gezegd: een van de dierenartsen, ik deed bitter weinig. Toen konden ze haar onderzoeken. Trillend liet Coos het allemaal toe, zelfs het knippen van haar nagels, de injectie en het toedienen van een pilletje. Knap werk. Voor beide artsen ga ik een Koninklijke onderscheiding aanvragen voor getoonde heldenmoed.  

Even na tweeën was het voorbij en mocht Coos naar buiten. Ze vloog de tuin in, klom over de schutting en verdween uit beeld. 

Het is nu negen uur in de avond. Ik heb Coos nog steeds niet gezien. Benieuwd wanneer ze weer naar huis komt. Maar vooral: óf ze ooit nog naar huis komt.