Lentekriebels.
Lentekriebels. (Foto: Aangeleverd)

De bijen van de buren

Nieuws

OOSTZAAN - In de voortuin van de buren staat een hoogbejaarde perenboom van een bijzonder ras. En toen de wind zachter werd en de zon warmer, verschenen er als bij toverslag jonge, groene blaadjes aan de kale, grillige takken. 

Het voorjaar was in aantocht en er moest hulp komen voor de bestuiving, want dat kon de oude Beurré Hardy niet alleen. Dus werden er online knuffelbijen (rosse metselbijen) besteld om de natuur een handje te helpen. De bijen kwamen in een kartonnen koker met de pakketpost naar Oostzaan en namen hun eigen hotel mee.  Ze waren nog in winterrust, maar zodra het warm genoeg was mochten ze naar buiten. Het hotel werd op een lekker zonnig plekje gehangen, een beetje uit de wind, met de koker eronder.

Na een week of twee kwamen de mannetjes tevoorschijn. Ze bleven opvallend dicht bij de koker in de buurt en knokten elkaar de tent uit om als eerste de vrouwtjes te verwelkomen. Zodra er zo’n klein wijfie naar buiten kwam, was het meteen raak en werd er liefdevol gepaard.

Daarna verdwenen de mannetjes met de noorderzon en de vrouwtjes gingen meteen aan het werk. Ze zochten naar gaatjes van 8 millimeter. Sommigen bijen bleven in het hotel wonen, andere vonden een nestplek in muren en holle stengels of gangetjes in dood hout.

In de lente zie je overal knuffelbijen. Ze hebben een dikke, oranje rode vacht en hun koppies en poten zijn zwart. De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes. Ze hebben twee lange voelsprieten en een wit, kortharig bibobje op hun kop. Het zijn echte charmeurs. Soms komen ze heel even op je zitten om je een knuffel te geven. Ze zijn ongevaarlijk en steken niet.

De vrouwtjes zijn echte moekes. Ze hebben een buikschuier van lange, dikke haren, waartussen ze stuifmeel meenemen. Ook hebben ze twee kleine hoorntjes vooraan hun gezicht, waarmee ze in de grond kunnen graven. Zo klemmen ze kleine bolletjes modder tussen hun kaken en vliegen ermee naar de nestgang.

Nog even en de eerste bloesems zullen voorzichtig verschijnen aan de oude perenboom in de voortuin van de buren. Dan duurt het niet lang meer voordat er een ware explosie ontstaat van roze/witte bloemen die de knoestige stam volledig bedekken. Ze geven de boom een jeugdige uitstraling en de metselbijen kunnen met de bestuiving beginnen. Ze worden aangetrokken door de nectar en verplaatsen zo het stuifmeel van bloem naar bloem.

In het hotel is het een drukte van belang. De vrouwtjes vliegen af en aan en als ze stuifmeel bij zich hebben, zie je dat aan hun gele buik. Een vrouwtje gaat vooruit de nestgang in en de nectar die ze in haar keel heeft meegenomen, mengt ze door het stuifmeel dat al in een kamertje ligt. Dan kruipt ze terug, draait zich om, en gaat met haar kontje achteruit naar binnen en veegt met haar achterpoten het stuifmeel, dat ze tussen de lange haren op haar buik draagt, eraf. Zo draait en keert ze er heel wat aan af en dat is vreselijk leuk om te zien. Op het stuifmeel legt ze een eitje en dan metselt ze van modder een tussenwandje en begint aan het volgende kamertje.

Er kunnen wel zeven kamertjes in zo’n gang. Het voorste kamertje laat ze leeg. Dat doet ze voor de vogels. Als die zin hebben om de nestgang leeg te pikken, komen ze bedrogen uit. De vrouwtjes zorgen goed voor hun nageslacht.

Uit het eitje komt een larf en die peuzelt lekker alles op. Dan spint de larf een cocon, wordt een pop en gaat in winterslaap om het volgende voorjaar als jonge metselbij uit te vliegen.

Na de bestuiving komen er kleine vruchtjes aan de takken van de oude perenboom. Al snel worden het minipeertjes, die naarmate de zomer vordert, uitgroeien tot grote, sappige handperen, die bij elke hap smelten op je tong.

Als jong boompje werd de Franse Beurré Hardy in 1940 geplant op een kleine boomgaard in Zuid-Holland. Hij doorstond zware tijden en strenge winters. Sinds drie jaar siert hij het Zuideinde in Oostzaan en draagt zijn vruchten met trots. En dat allemaal dankzij het harde werken van die kleine, vredelievende knuffelbijen.

Sonja Duba en Ed Kool