
De mysterieuze meester van de nacht
NieuwsOOSTZAAN - Misschien heeft hij overwinterd in Het Twiske en is hij doorgevlogen op zoek naar lekkere muizen en zo terecht gekomen op dat stuk polderland tussen het Kinselmeer en het IJselmeer. Daar, in dat oer-Hollandse landschap is de ransuil ieder jaar een geziene gast.
Je schrikt toch, als je nog half slaperig het gordijn opzij schuift en wordt aangestaard door een paar grote knaloranje uilenogen. Ze schatten je zo in, alsof je een prooi bent en dat voelt niet prettig. Het is toch een wild dier en je weet maar nooit.
De uil drukt zijn lichaam languit tegen de wilg en hij zet zijn oorpluimen rechtop, zodat ze op takjes lijken. Dit helpt om roofdieren te misleiden en onderwijl blijft hij staren, tot hij denkt ‘bekijk het’ en zoetjesaan in slaap valt. Zijn bruin gevlekte verenpak ziet eruit als een stuk schors en zo zit hij, goed gecamoufleerd tegen de wilg aan, te dutten.
Met een stoeltje en een boek is het best uit te houden in de voorjaarszon en de uil pit rustig door en accepteert zijn menselijk gezelschap, zonder enig argwaan. Het is moeilijk om je ogen van hem af te houden. Hij prikkelt de fantasie en langzaam komen er allerlei beelden naar boven…
Want… uilen schijnen over geheimzinnige krachten te beschikken en met die grote, allesziende ogen, kijken ze dwars door je heen. Ze hebben een wendbaar hoofd en kunnen hun kop heel ver draaien, zodat ze de hele omgeving in de gaten kunnen houden en precies kunnen zien wat er achter hen gebeurt.
Uilen vliegen bijna geruisloos door het holst van de nacht en bezorgen hun prooien een complete verrassing. Het zijn toch een beetje spookachtige wezens en in sprookjes en verhalen is de uil vaak het gezelschap van tovenaars en heksen. De uil is de meester van de nacht en symboliseert ‘wijsheid’, want hij ziet en hoort wat niemand weet…
Deze mysterieuze vogel, die de uil met de oortjes wordt genoemd, is een gewone ransuil en die oorpluimen zijn niet zijn echte oren, want die zitten aan de zijkant van zijn kop verscholen. Hij kan goed horen waar een prooi zit en met die grote oranje ogen ziet hij op afstand iedere rondscharrelende muis in de schemering. Als het donker wordt, slaat hij zijn vleugels uit en gaat op jacht. Hij pakt zijn prooi en eet het in één keer op, met huid en haar. De botjes en haren kan zijn maag niet goed verteren en dus spuugt hij de restjes gewoon uit in de vorm van een braakbal. Braakballen vind je altijd onder bomen waar uilen rusten, net als witte poepsporen, die langs de stam lopen.
Overdag houden de uilen zich schuil en dan knappen ze een uiltje. Het zijn tenslotte nachtdieren en ze jagen ‘s nachts en slapen overdag. Zo zat hij daar, tegen de wilg, geheel op zijn gemak met zijn ogen dicht en zijn snavel toe, uit te rusten en bij te tanken voor de nacht. De rust van de polder was voelbaar op die vroege voorjaarsdag.
Totdat de iPhone plotseling begon te pingelen. De ene app na de andere rolde eruit en ineens was de uil op zijn qui-vive. Zijn scherpe gehoor was niet gewend aan dat schelle belgeluid en hij staarde zijn gastheer geërgerd aan, waarop deze onmiddellijk zijn telefoon stilzette. De uil had gelijk, dit irritante geluid verstoorde de natuur en hoorde thuis in de stad, maar niet hier.
Gerustgesteld viel de uil weer in slaap om de rest van de dag door te dromen over vette muizen die hij ‘s nachts in glijvlucht met zijn krachtige klauwen te pakken zou nemen.
Hij liet een mooie herinnering na. Want…wanneer kom je nou in levenden lijve een uil tegen? Dat is een wens van velen en de kans is klein. En als je voor de eerste keer een uil ziet, dat vergeet je het nooit meer. Het blijft je je hele leven bij en dat heeft toch iets magisch.
De ransuil dankt zijn naam aan de gelijkenis met een ‘rans’, het Middelnederlandse woord voor ‘muts’.
Sonja Duba