
De charme van de dorpswinkeltjes
NieuwsOOSTZAAN - Oostzaan had vroeger veel kleine winkeltjes aan huis, waar de mensen wat bijverdienden. Daar werden eigen producten verkocht en het hele dorp werd ermee bevoorraad. Je kon er alles kopen wat je nodig had, en de levensmiddelen werden verpakt in glazen flessen en papieren zakken.
Het waren heel kleine winkeltjes, niet groter dan een kleine woonkamer. Als je er met twee mensen in stond, was het vol. Maar er waren ook echte winkels bij en die waren een heel stuk groter.
De winkelier bezorgde de boodschappen ook thuis. Dan reed hij op de bakfiets met zijn koopwaar naar de klanten toe, terwijl zijn vrouw vanuit huis nog het een en ander verkocht. En als je iets vergeten was, kon je na sluitingstijd gerust achterom komen om bijvoorbeeld nog even een litertje petroleum te halen.
Verse levensmiddelen kocht je bij de bakker, de slager, de melkboer en de groenteboer, maar bij de kruidenier kon je werkelijk van alles kopen. Koffie, thee, suiker, anijs, maar ook borstels en lucifers. Langs de wanden stonden mooie, oude blikken en verpakkingen met de wikkels van vroeger er omheen. Soms ging er een bel als je de deur binnenstapte en het rook er verrukkelijk naar nootmuskaat, cacao en kaneel. De kruidenierswinkel was tevens een ontmoetingsplek voor de buurt.
Al het nieuws en de laatste roddels, over wat er zoal in het dorp gebeurde werd er besproken. Elke klant had een eigen verhaal en de kruidenier nam voor iedereen ruim de tijd, terwijl hij ondertussen zijn zaak runde. De boodschappen werden over de toonbank heen besteld en achter de toonbank gewogen. Krenten per ons, bloem per pond, erwten en bonen per kilo en ook groene zeep werd uit een emmer geschept en afgewogen.
De kruidenier, meestal in stofjas, maakte de boodschappen zelf klaar, waarna hij ze zorgvuldig met de hand inpakte. Dan schreef hij de boodschappen op in een boekje en aan het eind van de week, als het loonzakje binnen was, werd er afgerekend. En zat je even krap, dan mocht je poffen. Dat was toen heel gewoon.
Huisvrouwen gingen voor elk stukje zeep of pakje soda naar de winkel. Ze hadden geen voorraadje thuis, omdat daar nou eenmaal geen geld voor was. De drogist verkocht shampoo en aspirine in van die glazen buisjes en je kon er je fotorolletje laten ontwikkelen. Er was een lingeriewinkeltje waar ze degelijk ondergoed verkochten. En dan was er een ijzerwarenzaak, een bloemenzaak en een sigarenwinkeltje met sigaretten en tabak.
De eieren haalde je vers bij de boer. Dat waren vaak van die grote, groene eieren en die stonken een beetje. Ze zeiden dat ze van de kippen waren, maar ze leken toch meer op een eendenei.
Zowel de bakker als de banketbakker verkocht brood, gebak en koek en er deed in die tijd een gerucht de ronde, dat de duivekaters van Oostzaan de lekkerste waren van de hele Zaanstreek! Maar of dat waar was?
Later kwam er ook een winkeltje op het Amsterdamse gedeelte van het Zuideinde, waar je films op videobanden kon huren. Voor het raam van die kleine videotheek, daar achter op de worf (erf), hingen spannende posters. De laatste bioscoopkrakers en andere films voor het hele gezin waren er te huur voor vijf gulden per nacht. Toen had bijna iedereen nog naast of onder de bollebeeldbuistelevisie een videorecorder staan. Vroeger was het niet beter, maar soms wel een stuk leuker. Er was meer tijd en de mensen maakten zich gewoon niet zo druk.
De kleine winkeltjes van Oostzaan hebben langzaamaan het loodje gelegd. Die gezelligheid komt nooit meer terug. De jeugd kent alleen nog de supermarkt en weet niet meer hoe een kruidenierswinkel er vroeger uitzag. De tijd is veranderd en de charme en de sfeer van de dorpswinkeltjes is er jammer genoeg allang niet meer.
Sonja Duba en Jan Lust