
Smartlappen
Amsterdam 750De Amsterdamse smartlap weerklinkt in het jubileumjaar nadrukkelijker en welluidender dan ooit. Daar zorgt het Amsterdamse Smartlappenkoor wel voor. Het gezelschap geeft een aantal inloop-zangworkshops in het Claverhuis aan de Elandsgracht waarbij klassiekers als ‘Geef mij maar Amsterdam’ van Johnny Jordaan, ‘Bim Bam (Oh mooie Westertoren)’ van Willy Alberti en ‘Ach vaderlief’ van De Zangeres Zonder Naam worden ingestudeerd. Dit moet leiden tot een groot meezingconcert in de Westerkerk op 14 juni.
Ik overweeg om hieraan deel te nemen.
De drempel is niet hoog; sterker nog: er ís geen drempel. De deelname is namelijk gratis en, belangrijker nog, je hoeft niet te kunnen zingen. In mijn geval is dat een groot voordeel. Zangkwaliteiten ontbeer ik. Maar ik zing wel graag mee, met name met dat heerlijke repertoire aan al die bekende Amsterdamse levensliederen.
Er was een tijd, lang geleden, dat ik daar helemaal niets van moest hebben, die liedjes van Johnny Jordaan, Tante Leen en Willy Alberti. Totdat ik tijdens een stapavond met enkele vrienden om onduidelijke redenen de Jordaan binnenviel en ik mezelf terugvond in Café Nol.
Ik was uitermate sceptisch. Gewend als ik was aan café De Gieter aan de Korte Leidsedwarsstraat, waar ik elke vrijdag- en zaterdagavond met een van mijn gabbers comfortabel aan de bar zat om te genieten van slap geouwehoer, enkele baco’s en muziek van bands als Pink Floyd, Genesis en Camel, stond ik nu opgesloten in een café dat ik alleen van naam kende.
Het was binnen stampvol. Het voelde alsof ik in de metro stond, op weg naar het CS na een wedstrijd van Ajax. Bewegen was amper mogelijk. En ik keek vol bewondering toe hoe de serveersters zich, met op één hand een dienblad vol bier hoog boven hun hoofd, een weg baanden door de drukte om hun bestellingen af te leveren.
Een gesprek voeren was ook een hele toer. Daar was het allemaal te rumoerig voor, dus ik ben er maar niet eens aan begonnen. Nou ja, luisteren naar de muziek dan maar. En ja hoor, waar ik al bang voor was: al die Amsterdamse levensliederen kwamen voorbij. Ik onderging mijn lot gelaten.
Op een zeker moment begonnen klanten mee te zingen. Het werden er steeds meer. En ik betrapte mezelf op een brede glimlach. Ik durfde het nauwelijks toe te geven, maar stiekem genoot ik hier best van.
Mede geïnspireerd door mijn vierde biertje deed ik ineens mee, voor zover ik de teksten kende. Wat was dit leuk! En zo werd het nog een onverwacht lange, gezellige avond.
Vanaf dat moment omarmde ik de Amsterdamse smartlap. Ik had vaag van ene André Hazes gehoord en met terugwerkende kracht verdiepte ik me in zijn repertoire. Wat een verrassing. Nooit geweten dat hij de zanger was van nummers als ‘Eenzame Kerst’, ‘Een Vriend’ en ‘Een beetje verliefd’. Zodra ze op de radio werden gedraaid, ging voortaan de volumeknop omhoog en zong ik mee – als ik alleen thuis was.
Want mij horen zingen, dat gun ik niemand. Gelukkig gaat mijn stemgeluid helemaal verloren als ik in een mensenmassa meezing. Hooguit kijkt mijn zoon wet bedenkelijk als hij in de Johan Cruijff Arena naast me zit en ik meezing met het traditionele ‘Bloed, Zweet en Tranen’ en daarna ‘De Ajax Marsch’.
Maar tijdens de workshops van het Amsterdamse Smartlappenkoor hoef ik daar niet zo bang voor te zijn. Ik ga gewoon een beetje achteraf staan.