Afbeelding
(Foto: Pixabay)

Een brandende vraag

Nieuws

Eerste paasdag stond grotendeels in het teken van de zorg voor mijn twee bonusgabbertjes. Johnny (3) en Louie (1) kwamen voor het eerst samen logeren. Een experiment dat we met zijn vieren glansrijk hebben doorstaan. Mijn vriendin ontfermde zich over Louie, ik hield me vooral bezig met Johnny. Een logische taakverdeling. Met luiers verschonen ben ik niet op mijn best en zo’n klein mannetje badderen, daarvoor mis ik de handigheid. Ooit wilde ik een van mijn eigen kinderen in een Tummy Tub wassen en toen heb ik bijna mijn eigen arm uit de kom gedraaid. Nee, in praktische zin kan ik beter overweg met een kind van drie.  

Terwijl Louie aan zijn middagslaapje begon, nam ik Johnny met de auto mee. Eerst door de wasstraat, daarna tuinaarde halen bij de Praxis en boodschappen doen bij de Jumbo. 

Op weg naar de supermarkt mocht Johnny kiezen: eerst boodschappen doen en daarna een ijsje of andersom. Uiteraard wilde hij het ijsje niet onnodig lang uitstellen en dus liepen we eerst naar de snackbar. Johnny zette er de vaart in, zoals een paard dat doet als het de stal ruikt. Maar ineens hield mijn gabbertje stil. En ik begreep meteen waarom.  

Want daar, op het terrasje voor de deur, zat... de paashaas. Het was een zij, want aan het gezicht in het pak herkende ik een van de kassadames van de Jumbo, en ze pakte even een pauzemomentje. 

Johnny hield haar met een schuin oog in de gaten, maar was vooral gefocust op het ijsje dat hij mocht aanwijzen: een oublie met blauwe spikkels. 

Nadat het ijsje op was en ik een stuk of twintig gebruikte servetjes had weggegooid stond de paashaas ineens voor onze neus. Uit haar mandje viste ze een eitje en gaf dat aan Johnny. Waarom ik werd overgeslagen, snapte ik niet, maar goed, dit even terzijde. 

De paashaas liep vrolijk zwaaiend weg, maar liet Johnny wel met een brandende vraag achter.  

“Opa?”  

“Ja, Johnny.” 

“Maar wat eet de paashaas?” 

Het was meer dan een vraag. Hij keek er wat bezorgd bij, alsof hij vreesde dat de paashaas wel overal royaal eitjes uitdeelde maar zelf van alles te kort kwam. 

Ik moest even nadenken over een passend antwoord. Dat een paashaas vooral paaseitjes eet, leek me een logisch antwoord, maar dat lag toch eigenlijk iets te veel voor de hand. Ik overwoog om het op bloemkool met aardappelen en een bal gehakt te gooien, maar dat vond ik zelf niet helemaal geloofwaardig.  

Ik heb het maar even laten rusten, zette Johnny in een winkelwagen en zo reed ik met hem langs de schappen. 

We waren bijna bij de kassa toen de paashaas weer opdook. Ze herkende ons, liep naar ons toe en gaf Johnny opnieuw een eitje. 

Deze kans kon ik niet laten liggen. “Johnny heeft eigenlijk nog een vraag”, zei ik tegen de paashaas. Ze boog zich voorover en Johnny vroeg: “Wat eet de paashaas?”

Ze hoefde er niet lang over na te denken. “Wat de paashaas eet? Paaseitjes!” 

Dus toch.