Afbeelding
(Foto: Pixabay)

Column Marcel van Stigt: Even niet

Column

Er bestaat een woordje dat bij mij hevige weerstand kan oproepen. Dat is het woordje ‘even’, in de betekenis van ‘even’ iets moeten doen. Het suggereert een kort tijdsbestek dat de desbetreffende handeling in beslag neemt, hooguit een paar minuten, maar zo is het in werkelijkheid vaak allerminst.  

Ik denk dat mijn weerstand terug te voeren is naar de periode dat mijn inmiddels ex en ik ons huis na de scheiding wilden verkopen. Dan mag je geïnteresseerde kijkers verwachten, maar die lopen wel graag door en om een huis dat goed is onderhouden. Anders haken de meesten direct af - en terecht.

Dat onderhoud was er bij ons echter nogal bij ingeschoten. Er moest werk van worden gemaakt en de mouwen konden decimeters omhoog. Het werden twee intensieve weken, gelukkig wel met hulp van een haastig opgetrommeld team. Maar zelf moesten we ook aan de slag. 

Onze makelaar kwam regelmatig langs om de stand van zaken te bekijken. Nog zie ik hem bij de achtertuin staan, een bedenkelijke blik gericht op de diverse kuilen en kale plekken, daar waar ooit gras had gegroeid. Hij adviseerde me om ‘even’ de gaten te dichten en ‘even’ nieuwe zoden te leggen. Dat leek hem echt het beste met het oog op het verwachte bezoek van kandidaat-kopers. 

Nog murw van het opnieuw aflakken van de houten gevel, staand op een gammele steiger, en het sauzen van de witte stenen zij- en voorkant van het huis keek ik hem wezenloos aan. Hij had helaas gelijk. Maar het zou toch echt geen kwestie van ‘even’ zijn, dat wist ik toen al.  

Met dank aan Marktplaats vonden we een adres in een dorpje op twintig kilometer afstand waar iemand net zijn graszoden kwijt wilde om plaats te maken voor tegels. Ik erheen. Vier keer ben ik heen en weer gereden om alle zoden, die in grote stukken uit de grond waren geschept, in de achterbak te laden en thuis zo netjes mogelijk in de achtertuin te leggen. De hele boel heb ik daarna zo goed mogelijk geëgaliseerd en de sproeier ging er nog overheen. Klus na ongeveer tien uren geklaard. Maar ‘even’ was hier dus niet van toepassing. 

Een week later liep een bevriende, kritische kennis door het huis. Ook hij kwam met een advies. Dat betrof de badkamer. Het leek hem verstandig om, daar gaan we weer, ‘even’ de ietwat grauwe en hier en daar beschimmelde muren stevig te reinigen, de voegen weg te bikken en te vervangen. Zo’n opfrisbeurt zou gunstig zijn voor de verkoop.  Ook hiertegen viel weinig in te brengen, al heb ik het nog wel geprobeerd. 

De benodigde spullen haalde ik bij een bouwmarkt en eenmaal terug ging ik, vanuit mijn kuiten zuchtend, aan het werk. Het was op zichzelf best te doen, maar ik was daar wel vanaf een uur of elf in de ochtend tot diep in de avond mee bezig, waarbij ik soms in een onmogelijke hoek op de keukentrap moest staan. Nooit hebben mijn spieren zo hardnekkig geprotesteerd. Hoezo ‘even’?

Sindsdien trek ik automatisch een zuinig mondje als er ‘even’ iets moet worden gedaan. Dan denk ik: nou, even niet.