Afbeelding
(Foto: Rodi Media/MvS)

Column: Voorloper op slippers

Column

De kop in De Telegraaf sprong mij in het oog en liet mij meteen van mijn stoel opveren: ‘Slippers en slides lang niet meer alleen voor campinggasten; het is couture geworden’. Geen idee wat slides zijn, maar slippers, daar weet ik alles van. En dat mijn favoriete schoeisel hard op weg is om een modetrend te worden, doet mij goed. 

Zodra de zomer aanbreekt en de weersomstandigheden meewerken loop ik op slippers. Zeker als ik vakantie heb, zoals in de afgelopen drie weken. Slippers staan voor mij symbool voor vrijheid. 

Eenmaal aangetrokken, trek ik ze amper nog uit. Ik maak er fikse wandelingen mee, laatst nog ruim vier uur aan één stuk zwervend door Amsterdam, rij ermee in de auto – dit tot afgrijzen van mijn vriendin - en doe er boodschappen mee, flipflappend door de Jumbo. Een enkel regenbuitje deert mijn niet. Niks dichte schoenen aan. Gewoon op mijn slippers. 

Handig zijn ze niet altijd, dat moet ik bekennen. Ik ben een paar jaar geleden met mijn zoon naar de Grand Prix in de Belgische Ardennen geweest en droeg toen ook slippers. Het regende met grote regelmaat en het kostte me nogal moeite om op de glibberige, modderige paden, die ook nog eens af- en opliepen, op de been te blijven. 

Op weg naar het circuit moesten we door de bossen en daar zakte ik soms tot mijn enkels weg in de rulle grond. Onophoudelijk moest ik stoppen om scherpe takjes tussen mijn tenen vandaan te halen of een slak van mijn wreef weg te meppen. 

Mijn zoon zag het allemaal stoïcijns aan. Wel wees hij me er fijntjes op dat niemand van de tienduizenden bezoekers op slippers liep. Maar dat was niet helemaal waar. Nauwlettend zoekend naar het tegendeel ontdekte ik in de loop van de dag twee medestanders. Dat sterkte mij. 

Dat slippers in toenemende mate ook buiten een camping, zwembad of strand worden gedragen doet mij beseffen dat ik mijn tijd ver vooruit ben. Ruim twintig jaar geleden liep ik al op slippers. Bijvoorbeeld tijdens een reis door Zuid-India, toen liep ik op modieuze Nike-exemplaren. Een genot voor mijn voeten.  

Helaas ben ik ze daar kwijtgeraakt. Dat gebeurde tijdens een bezoek aan een Boeddhistische nederzetting. Met mijn reisgenoten wilde ik in de vroege ochtend een dienst in een tempel bijwonen. Dat betekende dat we ons schoeisel buiten moesten achterlaten. Dat hebben we braaf gedaan. 

Toen ik na afloop als laatste naar buiten liep wachtte mij een onaangename verrassing. Mijn slippers waren verdwenen; er stond alleen nog een vaalgeel, afgetrapt paar. Gelukkig was het wel mijn maat.