Afbeelding
(Foto: Pixabay)

Column Marcel van Stigt: In de ban van de bal

Column

Als mijn 95-jarige moeder televisie gaat kijken, beperkt ze zich tot NPO 1. Zo kon het gebeuren dat ze de wedstrijden van het Nederlands damesteam live heeft bekeken. En wist ze me te vertellen dat Oranje zondag met 2-5 had verloren van Frankrijk. Miedema zat op de bank, meldde ze erbij.

Het deed me terugdenken aan de jaren dat in huize Van Stigt alles om de bal draaide. Op zondagavond zeven uur was het ook bij ons Studio Sport kijken met het bordje op schoot. Maar meestal zorgde mijn moeder ervoor dat het eten om zes uur op tafel stond, zodat we op tijd voor de buis konden zitten. Een enkele keer aten we later. Maar als mijn broers, vader en ik tegen zevenen wat onrustig op onze stoelen gingen draaien, sprak ze de verlossende woorden: “Ga maar naar de huiskamer, dan kom ik zo de toetjes brengen”.  

Zo ging het elke zondag. En uiteraard pakten we ook de Europa Cup-wedstrijden op woensdagavonden mee. Mijn moeder las dan de Libelle. 

Op de zaterdag - en later de zondag – stond ook overdag alles in het teken van voetbal. Mijn broers en ik speelden bij het vroegere Rood Wit-A in Amsterdam-Noord en mijn vader was daar jarenlang secretaris.  

De shirtjes werden bij toerbeurt gewassen door de moeders, en dan bleek nogal nauw te luisteren: rode shirts met witte mouwen. Zoiets is vragen om problemen. Niet zelden liepen ze roze uit, of waren ze gekrompen, en dat was natuurlijk geen vertoning. Maar niet als míjn moeder ze waste. Ze was daar heel secuur in. 

Zeker als de shirts nog nieuw waren, waakte ze ervoor de temperatuur niet te hoog op te voeren. Nee, hooguit dertig graden, en de vlekken op de witte mouwen wegboenen met groene zeep. Succes verzekerd. Met enige trots hing ze de shirts buiten aan het balkon te drogen, waar ze vrolijk wapperden in de wind. Bloedrode shirts met hagelwitte mouwen. “Mensen die tegenover het balkon op de bus stonden te wachten, zag ik er wel eens naar kijken”, zei ze laatst. “Nou, dacht ik toen, kijk maar!” 

Maar als de diverse competities voorbij waren klonk het beslist: “Zo. En nu voorlopig géén voetbal.” En daar konden de mannen best mee leven. 

PS 

Gisteren liep ik door het vertrouwde winkelcentrum van Landsmeer om mijn lunch te regelen. “Twee broodjes grillworst graag”, zei ik toen ik bij de toonbank stond. Het leverde een verbaasde blik op. “Dan moet u mij de slager hiernaast zijn”, zei de medewerker. Toen pas zag ik dat ik een notenbar binnen was gewandeld. Kortom: hoog tijd om mijn vakantie in te laten gaan. Tot over drie weken!