Toch een blijde kerstmaaltijd.
Toch een blijde kerstmaaltijd. (Foto: PR)

De laatste vlucht van Vlekje

Nieuws

In Dwingeloo en Beilen (Drenthe) woonden de duivenmelkers Dinus en Bart. Ze waren broers en fanatieke duivenmelkers. Dinus had zijn duiventil naast het huis, in de tuin. Bart daarentegen, had bovenop zijn huis een duiventil. Ze kweekten duiven en voedden ze op om wedstrijden te kunnen vliegen.

Een kerstverhaal door Cornelia Molendijk

De jonge duiven werden dichtbij huis losgelaten en moesten dan naar huis terugvliegen. Steeds verder en verder, tot ze zover waren dat ze in een platte korf werden geladen en met een vrachtwagen, daarin veel wedstrijdvliegers, ergens ver weg werden gelost. De duiven hadden een ring aan de poot, met geboortedatum en een nummer. Bij binnenkomst in de duiventil werd de ring mechanisch afgelezen en zo werd de stand bijgehouden.

Prijzen

Vele prijzen hadden de broers met hun duiven al gewonnen, toen Dinus 10 jaar geleden een hersenbloeding kreeg en invalide werd. Van de ene dag op de andere moest Wijna, zijn vrouw, de zorg voor de duiven overnemen. Haar vader was ook duivenmelker, ze was er in opgevoed. Het paar had geen kinderen. Bart en Alie hadden drie kinderen en een forse hoeveelheid duiven. De prijzen die ze hadden gewonnen waren uitgestald op planken in hun huis. Ze wonnen vele geldprijzen. In die tijd werden er twee duiven geboren, waarvan de een een vlekje op zijn kop had. De jonge duiven waren nog bijna kaal en werden met duivenmelk gevoed door hun ouders. Daarna werden ze verzorgd door Wijna. Het duifje met de vlek op zijn kop, kreeg de naam Vlekje. De andere was een duivin, geen vlieger dus.

Met Vlekje kreeg ze een bijzondere band. De duif maakte ook een apart geluidje. Hoe meer het duifje groeide, ze het warme lijfje in haar hand en het hartje voelde kloppen, ging er een stroom van liefde door haar heen. Haar lieveling groeide voorspoedig en deed mee aan de vliegoefeningen voor jonge duiven. Na enige tijd mocht Vlekje met een wedstrijd meevliegen. Hij was als vijfde thuis. Dat beloofde veel goeds. In de jaren daarna werd Vlekje de kampioen van de duiventil. Tot die noodlottige dag in oktober van dit jaar, de laatste vlucht. De duiven waren binnen, maar van Vlekje geen spoor. Alle duivenmelkers keken naar hem uit, zonder succes. Wijna was ontroostbaar. “Er moet toch iets gebeurd zijn” dacht Bart en ging in de omgeving bij de duivenopvang kijken. Daar lag, in een apart hokje, een duif met een gebroken vleugel maar wat erger was, hij miste een onderpootje, waardoor de ring er af was gegaan en zo kon niemand hem nog thuisbrengen. Gelukkig was daar nog het vlekje. Het was intussen kerstavond geworden. Wijna en Dinus zouden Bart en Alie op bezoek krijgen. Wijna had roodbehuilde ogen, een depressie was nabij. Haar hoofd stond niet naar een kerstmaaltijd. Het enige dat ze kon bedenken was een griesmeelpudding met bessensaus. Die had ze alvast gemaakt. De rest van de maaltijd kon haar niet schelen. Nóg voelde ze het warme buikje van Vlekje op haar hand...Er werden fietsen tegen het huis gezet. Alie kwam binnen met een pan hutspot in haar handen. Achter haar volgde Bart met een kleine kooi, waarover een doek. Wijna hoorde de roep van Vlekje! Dat was toch niet mogelijk... Ze verwijderde de doek. “Ach, Vlekje!” daar zat haar gehavende lieveling. Vliegen zou hij niet meer kunnen en lopen, moeilijk. Maar hij was weer thuis. Ze aten heel tevreden de hutspot en luisterden naar het kerstevangelie uit Lucas, waarna Alie plotseling begon te zingen:

“Ik kniel aan uwe kribbe neer, o Jezus, Gij mijn leven!

Ik kom tot U en breng, U Heer, wat Gij mij hebt gegeven.

O, neem mijn leven, geest en hart,

en laat mijn ziel in vreugd en smart bij U geborgen wezen.

Voor ik als kind ter wereld kwam, zijt Gij voor mij geboren.

Eer ik een woord van U vernam, hebt Gij mij uitverkoren.

Voordat uw hand mij heeft gemaakt, werd Gij een kindje, arm en naakt,

hebt Gij U mij gegeven.

Naar Paul Gerhardt (1607-1676)

De griesmeelpudding met bessensap smaakte heerlijk. Vlekje lag dichtbij in de kooi. Voor hem geen griesmeel natuurlijk, maar een bakje duivenvoer. Griesmeel gaf je aan een gewonde duif niet, al was hij nu vervroegd gepensioneerd.

Vele prijzen hadden de broers met hun duiven al gewonnen.