
Kleine autopont op stroom: kansrijke optie
NieuwsHet personeel van de Veerdienst Maassluis-Rozenburg (VMR) is geïnformeerd over drie opties na het uit de vaart nemen van de Blankenburg.
Door Kor Kegel
Kansrijk is de optie van een kleine autopont voor tien personenauto’s en een zwaarder voertuig met behoud van de bestaande capaciteit voor voetgangers, fietsers en ander langzaam verkeer.
De nog te produceren autopont krijgt een elektrische aandrijving. Maassluis beschikt nog over ruimte op het elektriciteitsnet voor een hoogvermogenlader. Dat is in Zuid-Holland lang niet overal meer het geval, dus het komt goed uit in de verkenning naar het voortbestaan van de veerdienst. In de andere twee opties zou het ook gaan om elektrische ponten. Tussen de overtochten door moet de pont vanaf de veerstoep in Maassluis telkens snel worden opgeladen.
De goedkoopste optie is een fiets- en voetveer voor maximaal vijftig fietsers, afhankelijk van het aantal passagiers te voet. De duurste optie is een autopont voor twintig personenauto’s en twee stroken voor zwaar verkeer. Deze optie heeft de meeste reserveruimte voor het geval dat de A24 door de nieuwe tunnel onder Het Scheur is afgesloten.
Het uitgangspunt van de provincie Zuid-Holland is dat de veerdienst Maassluis-Rozenburg blijft bestaan, maar de inzet van de Blankenburg is niet rendabel meer sinds de A24 het meeste autoverkeer verwerkt. Bovendien nadert deze veerpont het einde van zijn technische levensduur.
Het gemeentebestuur van Maassluis en de dorpsraad van Rozenburg zijn opgelucht dat de Provinciale Staten evenals het college van Gedeputeerde Staten voor behoud van de veerdienst zijn. “Ik ben heel blij dat er ook gekozen wordt voor een optie met plaatsen voor auto’s. Dat is noodzakelijk,” reageert Frank Schellenboom, voorzitter van de dorpsraad. “Er kunnen ook brommobielen mee en er zijn mensen die niet door een tunnel durven. Ik hoop wel dat de provincie nu doorpakt, aangezien dit proces al veel te lang duurt. Ik hoop ook dat het personeel duidelijkheid krijgt. Het personeel heeft zich al die tijd coöperatief opgesteld. Ik hoop dat het personeel behouden blijft.”
Het provinciebestuur erkent dat er een groep mensen is, die zonder de pont geen goed alternatief heeft om naar de overkant te komen. Een bijkomend argument om een pont met auto’s in de vaart te houden is dat de hulpdiensten bij calamiteiten hun materieel flexibel willen kunnen inzetten.
“Onze gezamenlijke inzet is een klein autoveer, waarbij tenminste plek is voor tien auto’s en één of twee zwaardere voertuigen, denk vooral aan tractors en landbouwvoertuigen of materiaal van loonwerkers in bijvoorbeeld het grondverzet,” zegt Rob Oosterlee. Als vorige voorzitter van de dorpsraad was hij bij het dossier-VMR betrokken en na zijn aftreden is afgesproken dat hij in de werkgroep van de provincie blijft zitten tot er definitieve besluitvorming plaatsvindt.
De planning is dat de werkgroep met ook de gemeenten Rotterdam en Maassluis en Rijkswaterstaat in september een voorkeur uitspreekt en dat het college van GS op dinsdag 18 november een besluit neemt, dat op woensdag 10 december aan de Provinciale Staten wordt voorgelegd. In 2026 wordt de bouw van een nieuwe veerpont aanbesteed. De nieuwe elektrische pont kan dan rond 1 januari 2029 in gebruik worden genomen. Tot die tijd blijft de Blankenburg varen.
Rob Oosterlee vindt het veelzeggend dat de landbouw en de loonwerkbedrijven het voor elkaar hebben dat ze op sommige avonden in het jaar gebruik kunnen maken van het autoveer. “Dat sterkt ons in het standpunt dat een autoveer van belang blijft. Er is minder aanbod door de nieuwe tunnel, maar er blijft autoverkeer dat aangewezen is op de veerdienst.”
Dat vonden gemeenteraadsleden in Maassluis ook, toen ze over de drie opties geïnformeerd werden. “Een pont die geen enkele auto meeneemt sluit mensen buiten,” reageerde CDA-fractievoorzitter Henrike Heijboer. De andere raadsleden, van wie PvdA’er Paul Luijnenburg het meest uitgesproken was, dachten er ook zo over.
Tot december 2024 vervoerde de veerdienst Maassluis-Rozenburg wekelijks vijf- tot zesduizend auto’s. Na opening van de A24 liep het aantal terug tot ongeveer vijfhonderd per week. De veerpont blijft echter een onmisbare schakel en na 130 jaar eigenaar van de veerdienst te zijn geweest bekijkt de provincie met de breed samengestelde werkgroep hoe het veer behouden kan worden, maar wel kleiner, beter passend bij de overgebleven gebruikers en schoner, duurzaam.
De aanschaf van een nieuw schip met accu’s, de realisering van een laadinstallatie en bredere loopbruggen kosten miljoenen. De betonconstructies van de huidige veerstoepen bleken bij een duikinspectie solide, maar de drijvende pontons aan de kant van Rozenburg zijn te krap en te steil voor massaal fiets- en voetverkeer. Deze worden vernieuwd, ongeacht welke veerboot er komt.
De provincie als eigenaar besteedt de uitvoering van de veerdienst uit aan een marktpartij, Verolme Damen. Het ligt na de mislukte exploitaties door Connexxion en de Swets Groep (Blue Amigo) niet voor de hand dat er weer een privaat model komt, waarbij honderd procent van de exploitatie in commerciële handen is.
Voortzetting van de huidige constructie is niet onwaarschijnlijk. Er ligt ook het idee op tafel dat de provincie zelf een klein veerbedrijf opricht en zowel eigenaar als exploitant wordt - de SP pleit daar al jaren voor. Die opzet vraagt om extra personeel en geeft de provincie volledige controle op de uitvoering.