Annemiek woont en schrijft in Rijswijk.
Annemiek woont en schrijft in Rijswijk. (Foto: Privéfoto)

Koning Kibbeling

Rijswijk - zaterdagochtend - strakblauwe lucht en een frisse temperatuur die je oren laten tintelen. De markt in Oud-Rijswijk is vol bedrijvigheid. Alle leeftijdsgroepen krioelen door elkaar. Kinderwagens worden voortgeduwd, boodschappenkarretjes worden getrokken, rollators worden stevig vastgehouden en scootmobielen laveren tussen de mensen door. Er is één kraam die zonder meer de meeste aandacht trekt. Wordt daar soms gratis iets uitgedeeld?

De geur van versgebakken vis waait uitnodigend over het pleintje. Mensen staan geduldig in een indrukwekkende rij die bijna de doorgaande straat blokkeert. Ik tel ze.

Er staan ruim twintig mensen in de wacht.

‘Ach joh, het is het wachten waard,’ lacht een man in een dikke winterjas terwijl hij zijn rode neus afveegt. ‘Ik koop hier iedere zaterdag kibbeling, altijd alleen kibbeling. Dat is hier gewoon top.’ Hij knipoogt complottheorie-achtig: ‘Ze moeten daar een geheim recept hebben.’

Zijn woorden worden bevestigd door de bakjes in zakjes met dampende kibbeling die aan de vingers van tientallen mensen bungelen. Tasjes gaan open, vingers graaien in het bakje en stukjes gefrituurde vis belanden in de mond. Hun ogen dicht van geluk.

Een vrouw met een modieuze muts vertelt dat ze vroeger voor de haring kwam, maar nu niet meer teruggaat zonder een bakje kibbeling. ‘Mijn kinderen krijgen geen zak snoep mee, maar kibbeling. Lekker verantwoord toch?’

Toch zijn er ook mensen die voor andere vis komen. ‘Ik ben meer van de lekkerbek,’ zegt een oudere man stellig. ‘Dat is vis met karakter.’ Zijn vrouw zucht. ‘We halen al tien jaar kibbeling, maar hij wil weer rebelleren.’

De visboer zelf heeft nauwelijks tijd om adem te halen. ‘Druk? Nee joh, dit is een normale zaterdag,’ roept hij tussen bestellingen door. ‘We hebben hier de gezelligste klanten. Soms willen ze ook gewoon even kletsen, maar niet vandaag met die kou!’

Ondanks de lage temperatuur lijkt de sfeer net zo warm als de frituurpan. Mensen lachen, praten en kijken hoopvol naar hun komende bestelling. Een vrouw achter in de rij lacht breeduit. ‘Ik stond vanmorgen in de vrieskou mijn auto te krabben en dacht: straks lekker kibbeling halen, dan is alles weer goed.’

Onze oudste dochter zei vroeger als er ook zo’n lange rij voor de kraam stond: ‘Als mensen gekibbeld hebben kopen ze denk ik kibbeling om het weer goed te maken. Wat jammer dat wij zo weinig kibbelen.’ Ik vond het een mooie taalkunstgedachte. Als ze nu met haar vriend een nachtje bij ons slapen, koop ik als verrassing zonder dat er gekibbeld wordt, toch die kibbeling. Daar worden zij blij van.

En dat is precies wat de viskraam doet op deze winterse zaterdag: mensen blij maken met vooral een bakje goudbruine, dampende kibbeling. Eet smakelijk.