Het aloude Olympisch Stadion.
Het aloude Olympisch Stadion. (Foto: Nationaal Archief)

Bijna-ontmoeting met een voetballegende

Amsterdam 750

Door Marcel van Stigt

Afgelopen zaterdag vond ik mezelf terug in het Olympisch Stadion. Daar begon ik met mijn vriendin aan onze zeventien kilometer lange Amsterdam City Walk. Maar niet voordat ik besefte dat ik hier nooit eerder ben geweest. Wel in de catacomben voor een bijzondere ervaring – daarover straks meer – maar niet op de tribune. 

Ik was toen nog te jong, maar wat had ik daar graag de beroemde krachtmeting tussen Ajax en Liverpool gezien. Hoewel, gezien... er was niet zoveel te zien, want de ontmoeting zou de geschiedenis ingaan als De Mistwedstrijd.  

Het was 7 december 1966 en Ajax speelde voor de Europa Cup 1 – de voorloper van The Champions League – tegen Liverpool, op dat moment een van de sterkste teams van de wereld. Er hing een dichte mist, maar zowel de scheidsrechter als beide elftallen wilden de wedstrijd laten doorgaan; Ajax wilde de vele fans die al klaar zaten niet teleurstellen, Liverpool wilde dit ‘tussendoortje’ snel afwerken voordat het een paar dagen later voor de Engelse competitie in actie moest komen.  

Wat niemand kon bevroeden was dat het tot dan toe onbekende Ajax zijn internationale doorbraak beleefde. Het won tot verbijstering van de Britten met 5-1. Een week later speelde Ajax met 2-2 gelijk in Liverpool en haalde de volgende ronde. En zo stonden Johan Cruijff en al die andere Ajacieden ineens op de kaart. 

Wat ik zeker níet had willen zien: de afscheidswedstrijd van dezelfde Johan Cruijf in 1978 in hetzelfde stadion. Het moest een galavoorstelling worden. Er was alleen de verkeerde tegenstander uitgenodigd: Bayern München. De Duitsers namen de wedstrijd heel serieus en wonnen met 0-8. Een complete afgang. 

Tja, Johan Cruijff. Deze legende heb ik ooit in de catacomben van het Olympisch Stadion bijna ontmoet. Het scheelde echt niks. Cruijff zou samen met de Noord-Amsterdamse kunstenaar Henk Veen een duo-schilderij maken en ik was als journalist uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. 

Nog zie ik mezelf achter de andere gasten aan door een gang wandelen die leidde naar de ruimte waar het unieke kunstproject zou plaatsvinden. En toen gebeurde het: uit mijn ooghoek zag ik iemand die mij bekend voorkwam vanaf rechts aan komen lopen. Ik schrok, want het was Johan Cruijff. Hij leek in gedachten verzonken en wreef met een hand over zijn neus. Een kriebeltje, vermoedde ik. Over tien seconden zou hij zich bij de groep voegen en... precies met mij oplopen. Maar ik hield in. Ik kon dit niet aan. En ik liet hem vóórgaan. 

Op drie meter afstand liep ik achter Johan Cruijff aan. Met een gevoel van respect. Maar ook met een gevoel van spijt.