
Wethouder Kroonen: ‘Instroom moet omlaag bij jeugdhulp om betaalbaar te blijven’
Zorg“Het feit dat zoveel kinderen jeugdhulp nodig hebben, één op de zeven blijkt uit onderzoek, vind ik niet positief. Sterker nog, ik vind dat we daar als gemeenschap meer aan zouden moeten doen. Uiteraard moeten we zorgen dat jeugdhulp er is voor de kinderen die het echt nodig hebben en tegelijk zoeken we naar oplossingen om de instroom omlaag te krijgen.”
Chrit Wilshaus
Martijn Kroonen (CDA) heeft jeugdhulp in zijn portefeuille en wordt geregeld geconfronteerd met budgetoverschrijdingen bij Mevis. Dat is de organisatie die de jeugdzorg voor onder meer gemeente Maassluis uitvoert. Dat Mevis regelmatig laat weten meer geld nodig te hebben, klinkt niet positief, weet Kroonen maar heeft volgens hem ook te maken met de systematiek van het jeugdmodel waarvoor gekozen is. “Achteraf is gebleken dat bepaalde aannames die bij de aanbesteding gedaan zijn, niet zijn uitgekomen. Het budget is de afgelopen twee jaar opgehoogd, wat de aanleiding vormde voor het laten uitvoeren van een analyse van het jeugdhulpbudget. Daarnaast is het aantal kinderen dat een beroep doet op jeugdzorg toegenomen omdat we meer inwoners en dus ook meer kinderen hebben. Dit speelt bij alle gemeenten en krijgt veel media-aandacht.”
Stijging CAO-lonen
Als het om overschrijdingen van het budget voor jeugdhulp gaat, is Maassluis niet uniek, weet wethouder Kroonen. “Bij plussen doen we niet met plezier maar ik wil daar wel nadrukkelijk de kanttekening bij maken dat als we daarmee meer jeugd kunnen helpen, ik het kan verdedigen. Het meeste geld zijn we trouwens kwijt aan de verwijszorg. Een andere factor waardoor de kosten voor ons als gemeente zijn gestegen, heeft te maken met de stijging van de CAO-lonen in de zorg. Die zijn de afgelopen jaren met vier tot vijf procent, behoorlijk geweest. En we kunnen natuurlijk niet minder gaan betalen als de lonen zijn gestegen. We houden altijd rekening met een bepaalde index, ik geloof dat het nu 2,6 procent, is maar dat kan altijd hoger uitvallen.” Als het budget niet genoeg is mag Mevis een beroep doen op het veiligheidsventiel, is afgesproken. Daarnaast stelt Kroonen: “Voor de door Mevis geleverde jeugdhulp moeten we betalen. Bovendien zit de wet ook nog eens zo in elkaar dat als iemand vijf jaar na dato nog om een vergoeding komt we als gemeente verplicht zijn dat bonnetje te betalen. In die zin is jeugdhulp inderdaad een soort van openeinderegeling.”
Mentale weerbaarheid
Behalve dat er meer jeugdigen van jeugdzorg gebruikmaken heeft de toename van het beroep op jeugdzorg volgens de wethouder ook met andere factoren te maken. “Wat bijvoorbeeld meespeelt, is dat de wereld steeds complexer wordt. Uit onderzoek blijkt ook dat de mentale weerbaarheid van kinderen een groot probleem is en dat er veel sprake is van stress bij ouders wat doorwerkt bij kinderen. Verder is de hele context waarin een kind opgroeit heel anders dan twintig jaar geleden. Slechte huisvesting en financiële problemen van ouders zijn andere zaken die meespelen bij de toename van de instroom.”
Therapie met paarden
“Een op de zeven kinderen maakt gebruik van jeugdzorg. Dat is overigens niet allemaal zware jeugdzorg.” Kroonen vraagt zich wel af of alles wat op het bordje van jeugdzorg gelegd wordt daar ook op thuishoort. Als concreet voorbeeld noemt hij therapie met paarden. Zonder daar een uitspraak over te doen of het wel of niet onder jeugdzorg zou moeten vallen, vindt de portefeuillehouder dat deskundigen en de landelijke overheid duidelijke kaders moeten stellen, zodat gemeenten weten waar ze aan toe zijn. “Als elke gemeente dat voor zich mag gaan bepalen, levert dat onwerkbaar discussies op. Want waarom zou het bij ons wel maar in een andere gemeente hier in de regio niet mogen of andersom? Dat is wel ingewikkeld.”
Reikwijdtediscussie
Wat het financiële aspect betreft stelt Kroonen: “Zolang we jeugdzorg blijven zien zoals we dat nu doen, krijgen we te weinig geld voor wat we moeten doen. Richtlijnen vanuit het landelijke beleid zouden dus mooi zijn, zoals ik al aangaf. Alleen heb ik daar niet heel veel vertrouwen in. Tot die tijd zou het heel fijn als ze (de Rijksoverheid, red.) zouden betalen wat we nodig hebben.” Gevraagd naar waarom hij er niet zoveel vertrouwen in heeft, antwoordt het collegelid: “Al twintig jaar wordt er gewerkt aan stelselwijzigingen bij jeugdhulp zonder dat er sprake is van een duidelijke afbakening. Dat wordt ook wel de reikwijdtediscussie genoemd. Het zou mooi zijn als we daar landelijk over eens zouden worden. Ook dus om ongelijkheid tegen te gaan.”
Wat het kwetsbaar maakt
Zoals eerder, in andere bewoordingen aangegeven, heeft gemeente Maassluis de jeugdhulp ingekocht bij Mevis, die op zijn beurt een deel van de jeugdhulp bij andere partijen inkoopt. Rogplus ziet toe op hoe Mevis te werk gaat. “Over het algemeen verloopt het allemaal soepel. Ook is het fijn dat je met één partij kunt schakelen. Dat is minder ingewikkeld dan met allerlei losse partijen. Wat het wel kwetsbaar maakt uiteraard, is dat je afhankelijk bent van één partij Maar daar hebben we wel voor gekozen, dus dat is een onontkoombaar feit.”
Problemen ouders
De grootste kans om iets te doen aan de alsmaar stijgende kosten bij jeugdzorg is, weet wethouder Kroonen, om te sturen op de instroom. Het wijkteam speelt daarbij volgens hem een cruciale rol door te analyseren wat het probleem is of wat de problemen zijn. Om zo vast te kunnen stellen wat de beste interventie is om daar iets aan te doen. “Daarbij wordt ook gekeken of en welke problemen ouders hebben. Vaak zijn die ook van invloed op kinderen en helpt het dus om eerst de problemen van ouders aan te pakken. Samen met het onderwijs en het jongerenwerk zie ik voor het wijkteam grote kansen liggen. Van step care, dus van lichte naar steeds zwaardere zorg zijn we trouwens wel aan het terugkomen.” Verder is de rol van het Plusteam van Mevis, onderdeel van VraagRaak belangrijk, benadrukt Kroonen. “Zij helpen bij de complexere casuïstiek om daar tot zorgvuldige afwegingen te komen. Daardoor is de analyse minder vertraagd omdat ze niet hoeven te wachten op expertise van externe adviseurs.”
In de tussentijd
Hoewel er wachtlijsten zijn omdat er meer aanvragen zijn dan het wijkteam in behandeling kan nemen, stelt het collegelid dat altijd wordt geprobeerd om mensen te helpen. “We kunnen tegen mensen die radeloos zijn niet zeggen: Komt u over drie maanden nog maar eens terug en zoekt u het in de tussentijd zelf maar even uit. In plaats daarvan wordt er gekeken wat alvast gedaan zou kunnen worden om de problemen te verlichten. Maar we gaan dan geen hele zware zorg inzetten als we niet zeker zijn of het wel werkt. Want onderzoek toont ook aan dat de verkeerde hulp inschakelen heel erg schadelijk is voor een kind. Dus willen we ervoor zorgen dat de jeugdhulp voor kinderen die het echt hard nodig hebben beschikbaar blijft. Tegelijkertijd is het zaak niet het hele systeem te overbelasten.”
Altijd
Alles overziende denkt Kroonen dat er niet alleen gekeken moet worden naar de overheid om alle problemen op te lossen. “Want ten eerste lopen we dan tegen financiële problemen op en al zouden we het geld wel hebben, is er te weinig menskracht om iedereen te kunnen helpen. De oplossing zit erin dat we met z’n allen weer anders gaan kijken naar hoe we omgaan met jeugd. Daarmee kunnen we uiteraard niet alle jeugdzorg voorkomen; er zullen altijd kinderen en jongeren blijven die hulp nodig hebben. Ik vind dat we daar als samenleving dan ook niet moeilijk over moeten doen en dat gewoon moeten betalen. Alleen het traject daarvoor, daar kunnen we met z’n allen wel een slag maken, denk ik.”