
‘Een straatje erbij’ is makkelijk gezegd
In de vorige eeuw konden er in de weilanden naast de lintbebouwing in alle kernen van de gemeente woonwijken verrijzen, om de toenmalige woningnood op te lossen. We zijn er nu aan gewend, aan die wijken, we denken dat het altijd zo was. Nu is er weer een soort van woningnood en gaat het over bouwen bouwen bouwen. Het opvullen van gaten in de kernen lijkt niet voldoende soelaas te bieden, optoppen van een lage flat kan niet altijd, bijbouwen op een erf ligt nog altijd heel moeilijk, parkeernormen kunnen in de weg zitten om te ‘verdichten’ enzovoort. bijvoorbeeld vanwege beperkende parkeernormen in een gebiedje. Dus komen de weilanden weer in beeld.
door Ed Bausch
Je ziet overal weilanden waar nooit meer wordt ‘geweid’. Die zijn al lang geleden opgekocht door ontwikkelaars, in afwachting van een stap door de overheid. Ze liggen er maar te liggen. Er zijn ook weilanden die, hoe moet je het zeggen, natuur-natuur zijn geworden, geen landbouw of veeteelt meer, maar waterberging of een stukje voor de biodiversiteit. Rond de kernen is dat bijna in de hele gemeente zo. Bijzonder Provinciaal Landschap heet dat. Een vermaledijd begrip inmiddels, maar ja, die open ruimte maakt ook dat we allemaal zo blij zijn hier te wonen.
Bescheiden switch bij Gedeputeerde Staten
Maar dat Bijzonder Provinciaal Landschap maakt ook dat we nu dus niet zomaar weer huizen kunnen gaan neerzetten in die ‘weilanden’. Of maakte…want het huidige College van Gedeputeerde Staten kijkt er voorzichtig anders tegenaan dan het vorige. En een vorige minister, Hugo de Jonge, introduceerde het begrip ‘straatje erbij’. En de gemeenteraad neemt soms een amendement of een motie aan om onze wethouders aan te sporen en te kijken waar wat gebouwd zou kunnen worden, aan de randen van de kernen. Ook uit de hoop dat meer woningen zouden kunnen bijdragen aan behoud van vitaliteit in de kernen: scholen, winkels, verenigingen.
“Toch niet nog meer villa’s?”
En zo lagen er dinsdag gemeentelijke tekeningen ter inzage en puilden de zalen van de Hanswijk in Egmond aan den Hoef en van de Blinkerd in Schoorl uit. Wonen, dat leeft. Velen wilden wel eens even zien, waar dan plukjes huizen zouden kunnen komen, weliswaar onder strenge voorwaarden van bij landschap passende architectuur. “We raken toch niet ons uitzicht kwijt?” Natuurlijk kon je dat beluisteren. Maar ook: “Nou, wij konden hier ooit komen wonen, dus dat gun ik de mensen van nu ook.” Of: “Ja, maar wat komt er dan, weer villa’tjes, nog meer recreatiewoningen? Is 30% sociaal wel genoeg en is dat allemaal sociale huur? Sociale koop is nog te pittig voor onze jongeren.”
Natuurbelang blijft voorop staan
Kortom, druk overleg aan de tafeltjes na de inleidingen. Iedereen diep gebogen over de tekeningen van de beoogde gebiedjes, als het ware links en rechts langs de hele Herenweg van Egmond Binnen tot Camperduin. Inge Kersten van Landschapsarchitecten Wing was met een aantal collega’s een paar maanden druk geweest met de gebiedjes onder de loep te leggen, te beschrijven. In het oog van de orkaan, zo was het af en toe tijdens haar inleiding en daarna aan de diverse tafeltjes.
Concept
Eind februari ligt er, mede met alle inbreng van de bezoekers, een concept. Direct nog ergens dit jaar wat palen slaan zal niet lukken. Maar er wordt weer gepraat over woningen in grasland. Het kan, maar dan veel minder ruig dan in de vorige eeuw. Want de natuur: die is in de tussentijd kleiner geworden in omvang, maar veel groter als belang voor ons voortbestaan.