
Jasper Brinkman blikt terug: dit was Koninginnedag in de straat
ColumnDe avond ervoor hing het al in de lucht. Niet officieel aangekondigd, maar voelbaar. Alsof de straat wist: morgen gebeurde er iets. Koningsdag heette nog Koninginnedag en ontstond gewoon, alsof het uit de stoeptegels groeide.
Ik was klein, dus de wereld was groot. Onze straat nog groter. Alles voelde belangrijker dan het ooit nog zou zijn.
Met mijn versierde fiets, vol crêpepapieren slingers en rammelende blikjes, stond ik bij speeltuin De ELTO. Daar verzamelden we met de buurt en trokken samen de straten in. Het voelde als het koninklijke defilé. Vlaggen uit elk huis, stoelen in de voortuin, biertjes op klaptafels. Mensen die je normaal alleen groette, bleven staan. Overal klonk muziek, altijd net iets te hard, en er werd meegezongen. Niet mooi, maar wel oprecht.
Tussendoor was er dat vaste ritueel: even naar huis. Voor de televisie, met een gebakje. Het koningshuis zwaaide alsof het ons kende, terwijl mijn moeder op de achtergrond aan de telefoon de outfits besprak.
Daarna gingen we weer naar buiten. Spelletjes op straat, zaklopen, koekhappen en de markt op. Oude Donald Ducks, cassettebandjes zonder hoes, speelgoed dat allang met pensioen had gemoeten. Met een euro in je hand voelde je je rijk. Tijd bestond niet. Alleen de dag.
Aan het eind veranderde het licht: zachter, warmer. De straat werd rustiger, alsof ze moe was geworden van haar eigen gezelligheid. Stoelen verdwenen, muziek verstomde. Je ging naar huis met plakkerige handen en vieze knieën.
En dan dat moment, tussen de laatste slok limonade en het naar binnen geroepen worden. Een gevoel zonder woorden: blij en een beetje weemoedig. Alsof je wist dat het voorbijging, maar ook dat het volgend jaar weer terugkwam.
Liefs, Jasper