Geert van Diepen.
Geert van Diepen. (Foto: archief Rodi Media)

De stad uit

Mijn broer gaat verhuizen. Samen met zijn partner. Van de Kaasstad, met betaald parkeren in hun overvolle straat, naar een kakelvers nieuwbouwhuis in een klein Westfries dorp, zo’n negentien kilometer verderop. Nieuwsgierig namen mijn lief en ik er kortgeleden een kijkje en ontdekten dat de enige bakker in het dorp wárm bakt, de plaatselijke supermarkt gesloten is en dat er succesvol gehandbald wordt.

Een reclamebord langs de hoofdstraat vermeldt trots dat het dorpse meidenteam kampioen is van Nederland. Zal het vanwege de frisse lucht zijn, de groene ruimte daar? Parkeren is er in ieder geval geen probleem en kosteloos. ‘Als je hulp nodig hebt, wil ik wel rijden,’ whatsappte ik mijn broer een paar maanden eerder en hij reageerde met een duimpje.

In mijn bestelauto brachten we toen wat meubilair en dozen naar een gehuurde box aan de rand van de stad en later, op een zaterdag een grote fauteuil naar de drukke gemeentestort op een bedrijventerrein. ‘Op het kruispunt links,’ zegt mijn broer een paar dagen voor de verhuizing als we samen opnieuw dwars door de stad naar zijn gehuurde box rijden. Dit keer met een grote zware metalen tuintafel, twee dito tuinstoelen, een doos en twee kwetsbare ukeleles. ‘Daarna rechtdoor,’ zegt hij kalm.’ Zijn rustige manier van aanwijzingen geven doet me denken aan de stem van mijn zwaar rokende rijinstructeur van lang geleden. En aan de route van mijn eerste rijexamen daarna, hier door de stad.

We rijden in de zelfde straat van toen. Ik weet het nog als de dag van gisteren. ‘In deze straat had ik ooit mazzel,’ zeg ik. ‘Ik moest hier halverwege het rijexamen ineens linksaf en ging in een verkeerd vak staan. ‘Oei,’ zei ik tegen de examinator, ‘ik sta hier niet goed.’ Die fout werd me vergeven; een uur later had ik mijn rijbewijs. Mijn broer grinnikt: ‘Bij de rotonde verderop, rechtdoor.’ Aan het eind van de week rijdt hij zelf definitief de stad uit.