Schipperen
Laatst was ik in de Oosterkerk voor een bespreking en terloops leerde ik dat het gebouw niet altijd de Oosterkerk heette. We zouden het eigenlijk de Schipperskerk moeten noemen.
Niet ver daarvandaan heeft mijn huisarts zijn praktijk. Althans, nog heel even. Hij heeft laten weten dat hij met pensioen gaat. ‘Een nieuwe levensfase in’, las ik op de uitnodiging. Vind ik wel jammer, want we hebben veel gelachen… en gehuild. Nee, wel gelachen. Maar ook samen een glaasje gedronken op het afscheid van een goede vriend, een aantal jaren geleden aan de Johannes Poststraat. Dat alcohol ongezond is, ook één glas, heeft in de dokterswereld volgens mij nooit echt voeten in de aarde gekregen.
Voor een laatste woord en een handdruk geeft mijn huisarts een bescheiden receptie in, jawel, de Schipperskerk. Voor jullie de Oosterkerk. Nou ja, bescheiden… Voor alle handdrukken blijkt het organisatorisch nodig te zijn om maar liefst víer timeslots te hanteren. Vanwege mijn achternaam zit ik in de derde: N t/m T.
Nee, ik ben duidelijk niet de enige die gelachen heeft. Wel een goed teken natuurlijk. Met zoveel handdrukken leven veel patiënten blijkbaar nog, hebben ze nog minstens één hand en, ondanks al die doktersbezoeken, een goed gevoel voor humor. Nu weet ik natuurlijk niet of de anderen ook lachten met hun geneesheer. Een voorbeeld. Ik weet nog wel dat ik een keer op consult kwam:
“Ik denk niks meer, mijn hoofd is leeg.”
“Nou, lekker rustig toch?”
Ja, zou je denken. Ik bedoel, er zijn mensen die jarenlang mediteren om hopelijk uiteindelijk in deze verlichte toestand te geraken. Bij mij was een hersenschudding de aanleiding. Ik was een druk hoofd gewend; zo leeg vond ik het bijna eng. (Ben nu weer druk hoor, maak je geen zorgen.) Gelukkig konden we erom lachen. Geen pillen nodig. Ben benieuwd hoe dat straks gaat in de Schipperskerk (Oosterkerk voor jullie). De kapel wordt in feite één grote wachtkamer. Maar dan met heel veel reverb, koffie en een dokter die je niet komt halen. Want die is er al.
En vooral met een groot verschil: patiënten die met elkaar praten.
“Oh, u kwam toen hoestend en kuchend binnen! Weet ik nog.”
“Hoe is het nu met uw been?”
“Oh…, ik zie het inderdaad.”
“Had u het gehoord van Frits? Ja, scheurbuik…”
“Hee buurvrouw! Ik hoorde jullie net praten over schimmeltenen. Ook jaren last van gehad. Kan je trouwens alweer kinderen krijgen, of?”
Goed, het zal een beetje schipperen worden. Maar dat we gaan lachen, dat staat vast.