
IJsbeer op glad ijs
NieuwsOver het ijzige landschap van de Noordpool wandelt een jonge ijsbeer urenlang over het uitgestrekte pakijs. Hij heeft geen haast. Zijn leven bestaat uit wachten, lopen en luisteren, want jagen is geen kracht, maar geduld. Dat heeft hij van zijn moeder geleerd.
Hij werd geboren, in een warm hol onder de sneeuw, tijdens de lange donkere wintermaanden. Toen hij oud genoeg was, kwam hij met zijn moeder te voorschijn om de wereld van het pakijs te verkennen.
Al snel leerde hij dat het leven op het ijs avontuurlijk was. Zwemmen kon hij goed, peddelend met zijn voorpoten en zijn achterpoten als roer en met zijn waterafstotende vacht en zijn dikke speklaag kon hij urenlang ronddobberen in het ijskoude water. Zijn moeder leerde hem hoe hij stil moest zitten bij de ademgaten van de zeehonden, soms urenlang, wachtend op een prooi.
De tijd dat zijn moeder hem beschermde tegen gevaar, is voorbij. Toen hij sterk genoeg was, liet ze hem achter om zijn eigen weg te gaan en na een laatste, zachte duw met haar snuit, verdween ze in de stilte van de witte horizon. Nu was hij alleen, een jonge beer van nog geen twee jaar oud, klaar om zijn eerste winter te trotseren.
Onder zijn poten kraakt het ijs, een geluid dat hij kent, al zolang hij bestaat. De wind strijkt snijdend langs zijn vacht en neemt zijn geur mee, hij voelt het water onder zich bewegen en voor hem ligt de witte vlakte. Hij weet dat hij zal moeten overleven in een gebied waar de temperatuur kan dalen tot min veertig graden en de elementen vrij spel hebben.
Soms ontmoet hij andere ijsberen. Ze begroeten elkaar grommend en stoeien een partijtje, waarbij ze met hun koppen heen en weer schudden. Maar meestal loopt hij alleen, stap voor stap op zoek naar ronde ademgaten, want zeehond is zijn favoriete maal en zijn enige voedselbron. Hij moet er in zes of zeven maanden zoveel mogelijk eten, want hun vet heeft hij nodig om een voorraadje aan te leggen.
Als de zomer begint trekt het zee-ijs terug. Dan is er niks te eten en leeft hij op zijn eigen vetreserves. Omdat het klimaat verandert en het steeds warmer wordt zal hij langer aan land zijn, want de winters worden korter en het ijs smelt eerder dan voorheen. Zijn jachtgebied wordt kleiner, hij moet verder zwemmen en het vinden van voedsel wordt moeilijker.
Hij behoort tot één van de gevaarlijkste roofdieren ter wereld. Zo groot, zo sterk en zo machtig, maar zonder ijs vindt hij geen eten en zonder eten is er weinig kans om te overleven. Hij zal moeten wachten tot het ijs weer dichttrekt, want dan pas kan hij zijn hongerige maag vullen.
Hij is een sterke, intelligente beer en zijn moeder heeft hem geleerd te vechten, te jagen en te overleven. Toch voelt hij de angst van zijn soort, maar desondanks is hij een overlever en zal hij vechten voor zijn plek op het ijs, zolang het er nog is.
Sonja Duba