
Ze had alles, maar koos voor stilte: het bijzondere verhaal van de Landsmeerse Grietje Tump
Landsmeer 700LANDSMEER - Het Museum Grietje Tump, genoemd naar zijn laatste bewoonster, toont hoe een Waterlands huis er rond 1900 uitzag. In haar testament had ze bepaald dat alles bij het oude moest blijven. Museumdirecteur Frans Poulain, de vroegere buurjongen van Grietje met wie een bijzondere vriendschap is ontstaan, beheert haar verzameling met grote toewijding. Maar wie was Grietje Tump precies?
Grietje Tump werd geboren op 15 september 1896 op de boerderij De Leggende Os bij Kadoelen, op de plek waar nu het dierencrematorium is gevestigd. Daartegenover stond toentertijd het kruitmagazijn van de Marine. Haar vader, Cornelis Cornelisz. Tump, en haar moeder, Lijsbeth Langenberg, trouwden op 27 april 1894 in Landsmeer.
Cornelis Tump kwam uit een kapitaalkrachtige familie en ging in 1913 rentenieren. Hij was toen vierenveertig jaar oud en had fl. 100.000,00. Een ton! Hij verkocht de boerderij plus de helft van de polder en de helft van de molen voor fl. 38.000,00. En hij kocht het huis uit 1890 op het Zuideinde 69 in Landsmeer, waar nu het museum is gevestigd, voor fl. 25.00,00.
Als dochter van een vermogende rentenier behoorde Grietje tot de gegoede burgerij van Landsmeer. Haar levensstijl was die van een vrouw van stand uit de vroege twintigste eeuw. De mode was toen nog formeel, met lange rokken en korsetten. Fatsoensnormen waren erg belangrijk en alles speelde zich grotendeels af in de huiselijke sfeer. Zo leefde ze verder op haar ouderwetse manier en ging vroeg naar bed, gewoon met de kippen op stok.
Grietje trok zich terug
In 1954 overleed moeder Lijsbeth, vader Cornelis Tump volgde in 1963. Grietje bleef alleen achter in de rentenierswoning. Voor een jonge vrouw in die tijd was dat een vreemde positie. Ze was rijk, maar eenzaam. In plaats van het fortuin uit te geven of het huis te verkopen en grote reizen te maken, deed Grietje het tegenovergestelde. Ze sloot de deuren en trok zich terug.
Ze veranderde niets, hield vast aan haar mahoniehouten kabinetten en koperen ketels en ze poetste het zilver. In haar huis had de tijd letterlijk stil gestaan. De bedstede in de voorkamer, de zware kast met het servies, dat alleen bij gastdagen werd gebruikt. De stoelen met biezen zittingen, alles bleef precies zoals het hoorde. In de keuken werd water gekookt op het petroleumstel. Elektriciteit was er nog niet, dat vond ze ook niet nodig. Het licht van de olielamp was zacht. Je zag wat je moest zien. Meer niet. Haar wereld bestond uit het huis, de straat, de kerk en de winkeltjes. Haar leven was gevuld met herinneringen.
Statige dame, haar haar strak in een knot
Als ze naar de kerk ging, was ze in het zwart gekleed en droeg ze een hoed. Een statige dame met haar haar strak in een knot. Haar gezicht was niet streng maar er stond ook geen glimlach op. In de kerk had ze haar eigen bank in het middengedeelte. Ze was hoffelijk en beleefd, maar na de dienst bleef ze niet staan voor een praatje op het kerkplein. Ze liep direct terug naar huis. Eenmaal thuis ging de zwarte jas weer in de kast. De zondagse plicht was vervuld.
Eén keer per week verliet Grietje haar huis om boodschappen te doen in het dorp. Toen zag de wereld er heel anders uit dan nu. Bij de kruidenier in Landsmeer stapte Grietje over de drempel en wachtte ze bij de houten toonbank. Ze hoefde zelf niets uit de schappen te pakken, de kruidenier haalde alles voor haar tevoorschijn.
Niets was kant en klaar verpakt, ze kocht de producten die ze nodig had los, per ons, per pond of per stuk. De kruidenier woog de suiker, bonen of meel af op een koperen weegschaal en schepte het in een papieren puntzak. Grietje kocht slechts het hoognodige, een half pondje grutterswaren, een pakje blauwsel voor de was en een klein stukje kaas, want meer had ze niet nodig.
Geen praatster
Omdat de kruidenier alles persoonlijk voor haar pakte, was er volop tijd om te praten over het wel en wee in het dorp. Maar Grietje was geen echte praatster. Bovendien leefde ze binnenshuis en was ze niet op de hoogte van wat er zich zoal in het dorp afspeelde. Ze wachtte tot de kruidenier haar boodschappen bij elkaar had en betaalde, waarbij ze de munten één voor één uit haar beurs haalde. Ze wist precies wat alles kostte. Ze groette beleefd en voordat ze naar huis ging, liep ze nog even langs het café op de Oostzanerdijk en liet daar een flesje met brandewijn vullen. Iedere avond voordat ze ging slapen, nam ze een glaasje met een beetje nootmuskaat en een schepje suiker. Eentje maar, nooit meer.
Een vrouw van ‘de oude stempel’
Thuisgekomen sloot ze de zware zijdeur achter zich. De buitenwereld was weer buitengesloten, de rust was weergekeerd. Eigenlijk deed ze alles zelf. Ze schrobde de massief houten vloeren en klopte de kleden buiten met de mattenklopper. Ze zeemde de ramen en liep met de stofdoek door het huis. Ze vulde petroleum bij om haar huis warm te houden en de was deed ze met de houten wastobbe en de stamper. Ze boende haar linnen tot het witter was dan wit. Ze was een vrouw van ‘de oude stempel’, die geloofde dat niemand zo goed voor haar linnen kon zorgen als zijzelf. Bij Grietje rook het naar boenwas, oud hout, sunlight-zeep en soda.
Weckpotten met suddervlees
Om de winter door te komen, vulde ze haar stenen weckpotten met vlees, vaak suddervlees, en in de Keulse potten maakte ze bonen en andijvie in met zout. De groenten haalde ze uit haar eigen moestuin. Grietje kookte zuinig, niets werd verspild, dat was zonde.
Omdat ze zich strikt hield aan de wekelijkse gang naar kerk en winkels, bleef er een barrière tussen haar en de rest van het dorp. Er werd waarschijnlijk over haar gesproken als een raadselachtige vrouw, die ondanks haar rijkdom in sobere afzondering leefde.
Uiteindelijk ontkwam ze er niet aan: in 1960 werd er een waterleiding bij haar huis aangesloten. Kosten: fl. 11,35. Op 11 december 1964 was ze de laatste bewoonster van Landsmeer die elektrisch licht liet aanleggen. Kosten: fl. 450,00. En in 1970 kreeg ze gas.
Een bijzondere vriendschap…..
Grietje stond voor het raam van haar voorkamer en keek naar buiten. Ze zag haar buurjongen, de jonge Frans Poulain, voorbijlopen. Toen hij klein was en aan de hand van zijn moeder langsliep, keek hij altijd nieuwsgierig naar de gevel van haar huis. Nu deed hij zo af en toe een klusje, de goten schoonmaken of wat schilderwerk.
Ze had hem verteld dat ze zuinig was geweest, niet op geld, maar op de tijd en dat ze alles had bewaard. Jarenlang had ze de bezittingen van haar familie gekoesterd en ervoor gezorgd dat de geest van de goede oude tijd voortleefde. En ondanks hun leeftijdsverschil ontstond er een vriendschap, waarin Grietje hem veel vertelde over haar familiegeschiedenis en het leven in Landsmeer rond 1900. Frans toonde oprechte interesse in haar verhalen en de spullen, waar ze zo aan hechtte en begreep Grietjes verlangen om niet vergeten te worden.
Grietje wist dat Frans een diepgewortelde passie voor het verleden had en een oog voor antiek. Zo ontstond er een wederzijdse vertrouwensband.
De echte Grietje Tump kwam tevoorschijn
Wat niemand ooit gedacht had, kreeg Frans voor elkaar. Hij nam Grietje op latere leeftijd mee naar Maison de Bonneterie, een chique modewarenhuis aan het Rokin in Amsterdam. Daar kocht ze dure jurken. Hij ging met haar naar Gerzon in de Kalverstraat, waar ze luxe accessoires bij haar nieuwe kleding uitzocht. Ze ging naar de kapper, Coiffeur Henk en Filippo op het Rembrandtplein, en ze liet een nieuw gebit maken. Samen maakten ze dagtochten en gingen naar Londen en Parijs. Ze leefde zo op dat ze zelfs ging paardrijden. Stap voor stap kwam de echte Grietje Tump tevoorschijn en dat was maar goed ook!
Toen ze zeventig werd heeft ze voor zichzelf een broekpak gekocht. Ze liet zien, dat ze als zeventigjarige vrouw meeging met de mode van de jaren zestig (de ‘sixties’). En om haar verjaardag te vieren, gaf ze een diner bij De Deyselhof in Landsmeer.
Grietje Tump is overleden op 29 september 1973. In haar testament bepaalde ze dat alles bij het oude moest blijven. Haar verzameling, die ze door alle erfenissen gekregen had, moest bijeengehouden worden en uitgedragen aan de gemeenschap. Zo bleef ze de ‘juffrouw’, een ongehuwde dame die haar liefde gaf aan haar huis en haar spullen.
Sonja Duba en Frans Poulain
Tentoonstelling verdwenen winkels
In Museum Grietje Tump wordt op vrijdag 24 april om 14.00 uur een tentoonstelling geopend die draait om negen verdwenen winkels van Landsmeer. Entree € € 4,50 voor volwassenen € 2,50 voor kinderen.
