
Waterland West toertocht: geboren uit geldnood
Landsmeer 700LANDSMEER - Wat begon als een praktische oplossing voor een financieel probleem, groeide in de winter van 1963 uit tot een van de eerste grootschalige schaatstoertochten van Noord-Holland. De Waterland West toertocht kent zijn oorsprong in een periode van schaatskoorts, ondernemerschap en uitzonderlijk winterweer.
Het natuurijs op de Breek was na 1940 onbetrouwbaarder geworden door de uitdieping ten behoeve van de ringdijk voor de Twiskepolder. Daardoor moest worden uitgeweken naar te krappe sloten en werd de roep om een eigen landijsbaan steeds groter. Eind jaren vijftig stond ijsvereniging Hard Gaat Ie (HGI) uit Landsmeer voor een uitdaging. De vereniging had plannen voor een eigen natuurijsbaan, maar de financiële middelen ontbraken en het ledental was tot een dieptepunt gezakt.
Het plan voor een eigen baan kreeg echt vorm in de strenge winter van 1963. Die winter, beroemd geworden door de Elfstedentocht (de hel van ’63, met Reinier Paping als winnaar) en de massale aandacht op televisie, zorgde ervoor dat heel Nederland wilde schaatsen. De tijd was rijp, het ledental was explosief gegroeid en ook het politieke klimaat was gunstig. Er was alleen één probleem: de kas was leeg.
Voorzitter Bertus Bakker van Hard Gaat Ie had een plan. Hij zocht contact met de ijsclubs van Den Ilp, Oostzaan en Ilpendam om een toertocht te organiseren. In korte tijd werden afspraken gemaakt en taken verdeeld. Elke club kreeg een deel van de route toegewezen om sneeuwvrij te maken en te voorzien van bewijzering. Met eenvoudige middelen – zelfs een auto met een geïmproviseerde sneeuwschuiver – werd dag en nacht gewerkt om het traject begaanbaar te maken.
Binnen een week was alles gereed. Op 2 en 3 februari 1963 gingen de eerste Waterland West toertochten van start. De route van 30 km voerde langs de vier dorpen en trok direct 2280 deelnemers. Inschrijving vond plaats in lokale cafés, voor Landsmeer het Wapen van Landsmeer. Van vergunningen of verkeersregulering was nauwelijks sprake; auto’s stonden tot ver buiten het dorp. De toertocht bleek een schot in de roos. Niet alleen sportief, maar ook financieel. De opbrengsten gaven de betrokken ijsclubs, en met name Hard Gaat Ie, de broodnodige middelen om hun plannen voor een natuurijsbaan te realiseren. Aan het einde van elk seizoen werden de inkomsten eerlijk verdeeld tussen de deelnemende verenigingen. De toertocht groeide uit tot een begrip en werd 62 keer georganiseerd. De laatste editie vond plaats in de winter van 1996-1997, een jaar waarin ook de Elfstedentocht werd verreden.
Tegenwoordig liggen de omstandigheden anders. Vergunningen, veiligheidseisen en crowd management spelen een belangrijke rol. Toch leeft de traditie voort. Gemeenten als Landsmeer en Oostzaan verstrekken jaarlijks vergunningen, en de ijsclubs staan klaar om de tocht te organiseren zodra Koning Winter zich aandient.
Haije van der Werf
(Bronnen: ‘100 jaar Hard Gaat Ie’ ‘Op schaatsen door Noord-Holland en Utrecht)

