
Koopdroom jongeren botst op woningmarkt
Jongeren willen steeds vaker al op jonge leeftijd een koopwoning. Niet over tien jaar, niet na jaren sparen, maar het liefst meteen na de eerste vaste baan. Het verlangen is begrijpelijk. Een eigen huis staat voor zekerheid, zelfstandigheid en het gevoel dat het leven op de rit komt.
Maar juist dat verlangen botst hard met de werkelijkheid van de huidige woningmarkt.
De prijzen zijn hoog, het aanbod is schaars en een starterssalaris reikt vaak niet verder dan een bezichtiging met twintig andere belangstellenden. Wie geen ouders heeft die kunnen bijspringen, staat al snel met lege handen.
De koopwoning is voor veel jongeren geen eerste stap meer, maar een eindstation dat steeds verder opschuift.
Dertig jaar geleden speelde dit ook
Toch is het goed om het geheugen iets verder open te zetten. Dertig jaar geleden was wonen voor jongeren ook niet vanzelfsprekend. Ook toen waren er zorgen over betaalbaarheid, wachtlijsten en krapte. Alleen was de route vaak anders. Jongeren gingen eerst huren.
Een kleine flat, een sociale huurwoning, een bovenwoning of een bescheiden appartement was normaal. Niet ideaal misschien, maar wel een begin. De koopwoning kwam later.
Na jaren werken, sparen, samenwonen of doorgroeien.
Het idee dat iemand van begin twintig direct een huis moest kunnen kopen, was veel minder dominant. Huren werd niet automatisch gezien als falen, maar als een logische fase in het leven.
Huren is geen mislukking
Daar wringt het nu. Huren is in het publieke debat bijna een noodoplossing geworden. Alsof een huurwoning alleen telt als wachtruimte voor de koopmarkt. Dat beeld doet geen recht aan de functie die huurwoningen jarenlang hadden: mensen de kans geven zelfstandig te wonen zonder zich direct diep in de schulden te steken.
Het echte probleem is niet dat jongeren willen kopen. Het probleem is dat betaalbare alternatieven ontbreken. Sociale huur kent lange wachtlijsten. Middenhuur is voor velen te duur. Koopwoningen zijn onbereikbaar. Daardoor ontstaat een generatie die nergens echt tussenpast.
Minder droom, meer woonbeleid
De discussie moet daarom minder gaan over de vraag waarom jongeren zo graag willen kopen, en meer over de vraag waarom er zo weinig normale woonruimte beschikbaar is. Niet iedereen hoeft op zijn 25e eigenaar te zijn.
Maar iedereen moet wel kunnen wonen. Een gezonde woningmarkt biedt meerdere routes: sociale huur, betaalbare middenhuur en koopwoningen voor wie daar klaar voor is.
Zolang die balans ontbreekt, blijft de koopdroom voor veel jongeren vooral een spiegel van een vastgelopen systeem.
Reacties
Reacties naar:
hbprins@ziggo.nl.
Website
Lees al Henk Prins zijn columns en onderzoeken op zijn website:
https://hbpmedia.nl/