
Ons Hok opent deuren in Oostzaan: waar jongeren en ouderen elkaar écht ontmoeten
NieuwsOOSTZAAN - Ons Hok, de nieuwe locatie van Stichting Oostzaners voor Elkaar, is afgelopen zondag officieel geopend. Zestig belangstellenden – van zeer jong tot heel oud – kwamen langs en maakten er samen een gezellige middag van. Een middag ook die tot een verrassende, veelzeggende ontmoeting leidde.
Door Marcel van Stigt
Debby van Ingen trekt zich vanuit een groot sociaal gevoel het lot aan van Oostzaners die het om wat voor reden ook moeilijk hebben. Jongeren die dreigen te ontsporen, ouderen die financieel klem zitten – ze heeft iedereen even lief, vindt dat iedereen een kans verdient, uitgaande van haar nuchtere opvatting dat “Iedereen naakt geboren is”.
Daar zet ze zich namens de Stichting Oostaners voor Elkaar met alles wat ze in zich heeft voor in. Want als mensen nergens met hun problemen terechtkunnen, verkeerd of helemaal niet worden begrepen, tegen oordelen en veroordelingen aan lopen, nou, dan zorgt spring zij wel in de bres. Eerdere pogingen om onder de naam Het Warme Huis ondersteuning te bieden strandden om uiteenlopende redenen. Maar ze geeft niet op. Nog steeds streeft ze ernaar om een soort buurthuis te beheren, want daar ligt volgens haar de oplossing.
Vooralsnog heeft ze de beschikking gekregen over de voormalige locatie van Jong Oostzaan aan de Begoniastraat, omgedoopt in Ons Hok. Klein – nu al té klein – maar ook op kleine schaal kan ze haar ideeën vormgeven.
Het draait bij Debby allemaal om samen doen. Zo ging het in de vorige locaties van Het Warme Huis, en zo gaat het in Ons Hok ook. Debby: “In Het Warme Huis aan het Zuideinde stond een loungebank, waarop jongeren gingen chillen. En dan vroegen ze of ze even wat eten mochten maken. Dat mocht en dan gingen ze eitjes en hamburgers bakken. Maar niet alleen voor zichzelf, ook voor oudere mensen die aanwezig waren.”
Het principe van samen doen zag je afgelopen zondag tijdens de officiële opening van Ons Hok terug. Thuis gemaakte Syrische hapjes werden geserveerd, een springkussen werd geleverd en een vader van een van de jongens die regelmatig bij Debby komen buurten, eigenaar van een sportschool was zo aardig om kickbokstrainingen te geven.
Jong en oud ontmoetten elkaar, leerden elkaar kennen en dat is nou precies wat Debby van Ingen voor ogen heeft. Maar de mooiste ontmoeting moest toen nog komen.
Debby: “Er stond een vrouw bij me die naar drie jongens wees, alle drie met een capuchon over hun hoofd. ‘Wie zijn dat?’, vroeg ze. ‘Ken je die? Ze zien er nogal intimiderend uit’. Ik zei: ‘Wacht, ik roep ze er wel even bij’. De vrouw trok wit weg en ik zei: ‘Loop nou niet weg!’ De jongens kwamen erbij en ik zei: ‘Die mevrouw vraagt zich af wie jullie zijn. Jullie komen nogal intimiderend op haar over’. Een van de jongens lachte, gaf haar een hand en zei: ‘Ik ben een heel lieve jongen, hoor’. De vrouw zei daarop: ‘Maar het komt door die capuchon’. ‘Maar mevrouw’, antwoordde de jongen ‘die capuchon is tegen de kou’. De vrouw moest lachen en ik zei: ‘De volgende keer dat u langsloopt steekt hij zijn hand op’. Die jongen had het ijs gebroken.”
Er waren ook nog jongens die bij Dirk batterijen gingen kopen voor een vrouw die slecht ter been was, de naweeën van een TIA. Ze kregen haar portemonnee mee en daar gingen ze netjes mee om. Opnieuw een bevestiging voor Debby dat ze met haar project een goed, sociaal doel dient en er succes mee heeft.
“Natuurlijk, jongeren zijn niet altijd lieverdjes”, stelt ze. “Maar ga niet meteen oordelen. Jongeren zoeken een plek, ouderen zitten vaak alleen. Er bestaan vele vormen van eenzaamheid. Maar blijven we van bovenaf drukken zonder iets op te lossen of pakken we het probleem bij de kern aan? Breng mensen bij elkaar, dan kom je tot elkaar.”
