
Zestiende-eeuwse Landsmeerse klederdracht tentoongesteld in Museum Grietje Tump
NieuwsLANDSMEER - De vrouwen van Landsmeer droegen in het midden van de zestiende eeuw klederdracht. Hoe dat eruitzag was afgelopen week te zien in Museum Grietje Tump. Daar werd een authentiek kostuum gepresenteerd in het kader van 700 jaar Landsmeer.
Het kostuum bestond vroeger uit donkere, stevige stoffen, die bestand waren tegen het werk en het weer. Over een lange, zwarte rok droeg de vrouw een nauwsluitend jak. Dit was vaak karmijn- of donkerrood en was aan de voorkant met veters kruislings gesloten. Bij de hals werd een wit linnen frontje gedragen, waarop een symbool was geborduurd in Germaanse stijl. Er werd een zwarte gitten ketting of granaat bij gedragen.
Op het hoofd droeg de Landsmeerse een eenvoudige witte muts van linnen, waaronder het haar werd verborgen. In die tijd was dat gebruikelijk. De muts sloot dicht om het hoofd en eronder droeg de vrouw nog een zwarte ondermuts. Op de band zaten zes plooien, die verwezen naar de zes Waterlandse dorpen.
Aan de rokband droeg de vrouw een chatelaine, een zilveren haak met kettingen. Daaraan hingen bijvoorbeeld een kleine schaar, een speldenkussen en een naalden; altijd handig om naaigereedschap bij je te dragen.
Aan haar arm droeg ze meestal een rieten mand met eieren. In een dorp als Landsmeer was dat heel gewoon. Eieren waren hier een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Ze werden thuis gebruikt, maar ook meegenomen naar de buurvrouw, of naar Amsterdam om te verkopen.
Het kostuum is vervaardigd door Aaf Steur-Sombroek uit Volendam, kostuumdeskundige en onderscheiden in de Orde van Oranje-Nassau.
