Afbeelding
(Foto: Fer Korver)

Rake Column | Lonneke Deutekom: ‘Ik mats je. Maar nooit meer doen’

Column

Wanneer ik ’s ochtends op de fiets richting Pand Raak rijd, luister ik meestal naar niets. Gewoon even stilte. Het Noord-Hollandse landschap. De lucht boven de weilanden. Soms een podcastje. Iets leerzaams. Of juist totale onzin. Maar deze ochtend liep anders.

Ter hoogte van Schagerbrug gaat mijn telefoon. Dochter L. Facetime. Natuurlijk. Ze staat op het punt om op reis te gaan en heeft, zoals vrijwel iedere jongvolwassene tegenwoordig, ongeveer niets voorbereid. ‘Mam, help. Wat moet ik allemaal meenemen?’ Dus daar ga ik. Fietsend, facetimend en moederend tegelijk. We lopen de lijst door. Sportkleding, check. Opladers, check. Regenjas, check. Paspoort, check.

Ik voel mezelf langzaam ontspannen. Dit gaat verrassend goed. Als laatste vraag ik: ‘En je rijbewijs?’ Even stilte. ‘Ja! Die heb ik!’ Ik juich van binnen. Want dat rijbewijs van haar heeft inmiddels meer van Europa gezien dan menig backpacker. Kwijtgeraakt, vergeten, gestolen. Alles is al eens voorbijgekomen. Ik fiets ondertussen langs de sportvelden richting Van Wirdum en besluit nog één laatste controlevraag te stellen. Een cruciale. ‘En de oplader van je Garmin?’ Vorige reis vergeten. Niet handig. Voor niet-sporters: een Garmin is voor fanatieke hardlopers ongeveer hetzelfde als zuurstof.

En precies op dat moment hoor ik achter me luid getoeter. Ik schrik me rot, slinger bijna de berm in en kijk om. Politie. Natuurlijk. ‘Ik moet ophangen. Er rijdt een agent achter me!’, roep ik nog. Aan de andere kant van het scherm ligt dochterlief inmiddels dubbel van het lachen. ‘Succes mam!’

Ik stap af, steek bijna automatisch mijn handen omhoog en zeg direct: ‘Sorry. Ik weet het. Hartstikke fout.’ Agent knikt. Of hij mijn rijbewijs mag zien. In tegenstelling tot mijn dochter heb ik dat wonderbaarlijk snel gevonden. Ik leg uit dat ik nóóit bel op de fiets, maar dat mijn kind op reis gaat en acuut moederadvies nodig had. ‘Had dat niet gisteravond gekund?’ vraagt hij droog. Ik kijk hem aan. ‘U heeft duidelijk geen kinderen van begin twintig.’ Heel even zie ik een klein glimlachje. Hij legt uit dat bellen op de fiets gevaarlijk is. En hij heeft gelijk. Maar onze rake vergaderaars staan straks ook voor een dichte deur en ergens tussen moeder zijn en op tijd zijn voor je werk verlies je soms even je gezonde verstand.

Hij kijkt me nog één keer aan. ‘Ik mats je. Maar nooit meer doen.’ Ik stap weer op de fiets. Opgelucht. Licht beschaamd ook. En eerlijk? Sommige mensen hebben gezag. Deze agent had daarnaast ook nog iets anders. Charme. Wat een leukerd.