
De kleinste landen op het grootste voetbalpodium
Het WK voetbal is vaak het domein van grootmachten als Brazilië, Duitsland en Argentinië. Toch weten af en toe ook kleine voetballanden door te dringen tot het grootste podium ter wereld.
Juist die landen zorgen vaak voor de mooiste verhalen. Een van de bekendste voorbeelden is IJsland. Het land telt nog geen 400.000 inwoners, maar plaatste zich toch voor het WK van 2018 in Rusland. Daarmee werd het het kleinste land ooit dat aan een wereldkampioenschap deelnam. De spelers groeiden uit tot volkshelden en de beroemde Viking Clap van de supporters ging de hele wereld over.
Geschiedenis
Ook Trinidad en Tobago schreef geschiedenis. De eilandstaat met ruim een miljoen inwoners bereikte in 2006 voor het eerst het WK. Hoewel het avontuur beperkt bleef tot de groepsfase, vierde het land de deelname alsof het de wereldtitel had gewonnen. Nu Curaçao zijn opwachting maakt op het WK van 2026 krijgt het toernooi opnieuw een bijzondere debutant. Het eiland telt minder inwoners dan veel Nederlandse steden, maar staat straks wel tegenover landen met miljoenen inwoners en enorme voetbaltradities.
Zo bijzonder
Dat maakt het WK zo bijzonder. Op het veld tellen inwoneraantallen niet meer. Dan kan een klein eiland ineens de aandacht van de hele voetbalwereld trekken.