
Gevallen
‘Ik ben een gevallen vrouw!’ Menigmaal struikel ik over drempels, tegels of rondslingerende tassen. Mijn eerste echt pijnlijke valervaring was bij mijn oma thuis.
Mijn oma gooide overal haar tas neer, dit was geen boodschappentas, nee, een damestas bijna zo groot als een boodschappentas, van echt leer, oma hield niet van rommel, met lange hengsels eraan zodat ze deze tas over haar schouder kon dragen. Als oma thuis kwam dan wist ze niet hoe snel ze van haar tas af moest komen, dus werd deze afgedaan op de plek waar ze zich op dat moment bevond. Dat was toen voor het aanrecht.
Afwas
Op dat moment was ik bezig met de afwas. Ik liep heen en weer met de schone vaat om deze in de kastjes te zetten. Op een gegeven moment haak ik met een voet in het hengsel van de tas, sleep de tas achter mij aan, deze blijft haken achter de tafelpoot en op één of andere manier val ik voor over, grijp mij vast aan de openstaande deur van het aanrechtkastje, deze klapt dicht door mijn val en ondertussen zitten er twee vingers hartstikke klem tussen het deurtje en de kast. Ik gilde het uit. Meteen onder de kraan, het bloed stroomde er uit en mijn hand werd eerst blauw daarna paars en later geel en twee nagels lieten los van mijn vingers. Met een pleister plakte ik de nagels vast, totdat mijn vader wilde kijken en roetsj, daar gingen mijn nagels….Ik liet mijn vader nooit meer kijken!
Ziekenhuis
Daarna heb ik op oudere leeftijd nog diverse valpartijen gehad maar niet zo heftig als deze valpartij. Dat was bij mijn vader bij de voordeur. We waren net thuis, van een controle, in het ziekenhuis. Mijn vader ging naar binnen, ik ging nog even mee, de papieren teruggeven die mijn vader mij in bewaring had gegeven omdat ik toch een tas bij mij droeg. Hierna ging ik meteen naar huis.
Terwijl ik naar buiten liep, dacht er nog aan, maar helaas, ik tilde mijn been niet hoog genoeg op, struikelde ik over de drempel en maakte een val opzij, trok gelijk mijn hoofd in anders klapte deze op de stoep en rolde onder de struiken en kwam daar tot stilstand. Daar lag ik dan, niets aan de hand, kon alles nog bewegen, voelde geen bloed stromen. Eerst maar eens bijkomen van de schrik liggend op mijn rug nadenkend hoe ik overeind moest komen. Ik was inmiddels ook niet meer zo lenig.
‘Wat doe jij daar nou?’
Ondertussen wachtte mijn vader voor het raam om mij uit te zwaaien maar zag mij niet verschijnen en ging maar eens kijken.
Hij zag mij daar hulpeloos op de grond liggen. ’Wat doe jij daar nou?’, vroeg hij verbaasd. ‘Ik wilde de coniferen eens van onderen bekijken en dat kon ik niet staande doen vandaar dat ik hier nu op de grond lig!’, antwoordde ik geïrriteerd. Met behulp van een stoel, mijn vader en eigen kracht ben ik weer overeind gekomen. Terwijl ik wegliep klapte mijn onderbeen naar binnen. Erg pijnlijk, kon geen stap meer verzetten. Gevalletje ziekenhuis, foto’s gemaakt, niets te zien, wel artrose. Met rust en blijven bewegen, moest het genezen.
Valpartijen
Later heb ik nog diverse valpartijen moeten doorstaan o.a. een lancering gemaakt tussen de lavendelstruiken bij een vriendin, bij mijn schoonmoeder gestruikeld over de drempel en keihard op de binnenplaats neergekomen, in Brugge het trottoir gekust, op een vissersboot onderuit getrokken door een touw, van trappetjes gevallen en ook nog een paar keer met de fiets omgevallen. Nooit iets gebroken alleen maar bont en blauw.
Uiteindelijk ben en blijf ik een ‘gevallen vrouw!’