Dierenkijkuitje
Mijn vrouw en ik bezorgden de kleinkinderen de middag van hun leven, aldus hun uitspraak na afloop van de middag.
We nodigden ze uit voor een middagje Artis. Er was nieuw jong leven in het dierenpark gekomen. En… ze waren al een tijdje niet in Artis geweest. Mijn dochter, vanwege haar bekend zijn met volumes, vulde het gezelschap aan. In Amsterdam-Noord pikten we ze op en reden in volle vaart naar de parkeerplaats terzijde van het dierenrijk. Maar o jee, daar aangekomen was het druk van de mensen. Moeders met kinderen – vaders waren naar het werk. Docenten met groepjes kinderen – voor de educatie, denk ik. En dan nog een groot aantal senioren, die van zowel pensioen als van kleinkinderen genieten. We hadden er weinig last van, want we zijn lid. We waren nauwelijks voorbij de entree en mijn kleinzoon wees naar de armetierige uitleenrolstoelen en zei: ‘Iets voor jou opa. Hoef je niet te lopen.’ Hij keek me grijzend aan. ‘Van wie moet je die grap maken?’ vroeg ik hem. Hij legde de schuld bij zijn moeder. ‘De dokter zegt dat ik in beweging moet blijven,’ zei ik hem. Op sommige plekken viel de drukte reuze mee en liepen we zelfs alleen. Kennelijk stond het merendeel van de nieuwsgierige kijkers bij de meest gangbare dieren, om het zomaar uit te drukken. Leeuwen, olifanten, giraffen en apen. Dus niet bij het ei in de broedmachine dat op het punt stond van bevallen en ook niet bij twee zebragrasmuizen die aan het paren waren, zodat er te zijner tijd nog meer zebragrasmuizen rondspringen achter glas. Een educatief momentje. Ondertussen hadden we in een restaurant de kleinkinderen nog van een appelsap voorzien, mijn dochter warm water met een theezakje en wij dronken even het obligate kopje koffie, zoals wij daar altijd doen binnen de poorten van de dierenverzameling.
‘Alsof ik een gestoorde gek was‘
Veel dieren hielden het deze dag voor gezien: slapen. De warmte hè. Een man en een vrouw vroegen waar ze de ijsberen konden vinden. Die waren er vroeger ook. Ik zei: ‘Ze zijn er nog, maar niet meer in Artis, maar noordelijker, dicht bij de poolcirkel.’ De vrouw zag de humor ervan in, maar de man keek me aan alsof ik een gestoorde gek was.’ Dan toch maar naar andere dieren kijken.