Generatie Z

Onlangs zat ik tussen een groep jongeren die men tegenwoordig Generatie Z noemt. Dat zijn twintigers, geboren dus tussen 1997 en 2012. Bijnaam: bankhangers.

In onze kranten leest men vaak dat ze niet van vaste banen houden. Dat ze graag gauw veel geld willen verdienen met minder dagen in de week werken. Dat ze absoluut voorstanders zijn van een ‘tussenjaar’ na de Middelbare school en dat je vooral constant in de weer moet zijn met je smartphone.

Want daarop lees je bliksemsnel af hoe anderen over je denken. Of ze je helemaal uitkleden via AI, zonder dat je daarom hebt gevraagd. Daar ontdek je of je populair bent. Zie je wie de beste podcasts maakt. Daar kan je jaloers worden op het prachtige kapsel van je over buurmeisje of de brede borstkas van je schoolvriend die vijfmaal in de week uren in de sportclub aan zijn lijf werkt. Deze generatie noemt men kritisch, creatief en vaardig met technologie. Of dat laatste klopt, vraag ik me af, want we hebben in ons land een groot tekort aan technici op allerlei fronten. Mensen die vijf dagen in de week met hun handen werken.

Toen ving ik een gesprek op in de groep waarin ik was verzeild. De ene twintiger zei tegen de andere:’ Ik heb vanmorgen al mijn spaargeld overgemaakt als aanbetaling voor een zeilboot op de Loosdrechtse Plassen. Ik ben bang dat ik iets verkeerds heb gedaan en dat mijn vader zo woedend wordt als ie dat hoort, dat ie me vast niet wil helpen met de rest van het bedrag dat ik nodig heb en over een week al moet betalen. Zijn vriend kijkt nadenkend voor zich uit voor hij zegt: ‘gaat hem om een bedrag dat je vader niet zal kunnen betalen?’ Zeilvriend haalt zijn schouders op. ’Weet ik niet.’ ‘Houdt je vader van zeilen?’ vraagt de vriend dan verder. De jongen die net al zijn spaargeld heeft gestort, knikt ineens ontspannen van ‘ja’. ‘Dan moet je de dingen niet groter maken dan ze zijn,’ zegt hij bedachtzaam tegen zijn ‘zeilvriend.’

Dat zou nou best eens een typische opmerking van GENERATIE Z kunnen zijn!