Toen vreemden elkaar ineens verstonden
Pinksteren is misschien wel het meest vergeten feest van het christendom. Kerst begrijpen we nog wel — een baby, lichtjes, engelen, cadeaus. Pasen heeft chocola én een leeg graf. Maar Pinksteren? Dat klinkt voor veel mensen als iets met duiven, vuurvlammen en moeilijke Bijbeltaal. Een soort spirituele verjaardag van de kerk waar niemand precies van weet waarom het ertoe doet.
En eerlijk? Dat snap ik ergens wel. Want Pinksteren laat zich niet makkelijk uitleggen. Het is geen keurig verhaal. Het is chaos. Wind. Vuur. Mensen die elkaar ineens verstaan terwijl ze totaal verschillend zijn. Geen brave religieuze bijeenkomst, maar een soort heilige ontploffing.
In het Bijbelverhaal staan mensen uit alle windstreken opeens naast elkaar: Parten, Meden, Elamieten, Romeinen, Arabieren. Mensen die normaal gesproken langs elkaar heen leven, elkaar wantrouwen of simpelweg niet begrijpen. En toch gebeurt daar iets wonderlijks: ze horen elkaar ineens spreken in hun eigen taal. Niet omdat iedereen hetzelfde wordt. Niet omdat verschillen verdwijnen. Maar omdat er ruimte ontstaat om werkelijk te luisteren.
Misschien is dát wel het grootste wonder van Pinksteren. Niet dat iedereen hetzelfde denkt. Niet dat alle conflicten verdwijnen. Maar dat vreemden elkaar even echt zien.
‘We leven dicht op elkaar, maar raken steeds verder verwijderd‘
En eerlijk gezegd lijkt onze tijd soms meer op het tegenovergestelde van Pinksteren. We leven dicht op elkaar, maar raken steeds verder verwijderd. Mensen worden ingedeeld in kampen. Links of rechts. Hoogopgeleid of praktisch. Gelovig of niet. Nederlander of buitenlander. En ondertussen groeit het wantrouwen.
Op sociale media schreeuwen we harder dan ooit, maar luisteren we minder dan ooit. De Geest van Pinksteren doet precies het tegenovergestelde. Die Geest duwt mensen niet in een mal van “doe maar normaal zoals wij”. Nee, Pinksteren is juist het feest waarop mensen zichzelf mogen blijven — én elkaar toch ontmoeten. De Samaritaan blijft Samaritaan. De Romein blijft Romein. De vreemdeling blijft vreemdeling. Maar tussen hen ontstaat ruimte. Ademruimte.
Dat is misschien ook waarom de eerste vrienden van Jezus er zelf zo van schrokken. Want de Geest van God blijkt veel groter, wilder en inclusiever dan zij hadden gedacht. Eerst worden Samaritanen welkom geheten. Daarna een Ethiopische eunuch die officieel niet eens volledig mee mocht doen in de tempel. Zelfs Romeinen — de bezetters nota bene — blijken niet buiten Gods liefde te vallen.