
De snelste goals ooit gemaakt op een WK voetbal
Een snelle goal op een WK kan de wedstrijd compleet veranderen. Supporters zitten vaak nog maar net op hun stoel als de bal al in het net ligt.
Het snelste doelpunt ooit op een wereldkampioenschap werd gemaakt door de Turk Hakan Şükür. Tijdens de troostfinale van het WK 2002 tegen Zuid-Korea scoorde hij al na 11 seconden. Een foute pass van de Zuid-Koreanen kwam precies voor zijn voeten terecht, waarna Şükür direct uithaalde. Tot vandaag staat dat record nog altijd bovenaan in de WK-boeken.
Ook andere spelers maakten razendsnelle goals op een WK. De Tsjech Václav Mašek scoorde in 1962 al na 16 seconden tegen Mexico. Twintig jaar later maakte de Engelsman Bryan Robson binnen 27 seconden een doelpunt tegen Frankrijk. Dat record bleef jarenlang staan voordat Şükür het verbeterde.
Scoren na 11 seconden
Nederlanders herinneren zich vooral de spectaculaire goals van Oranje op grote toernooien. Tijdens het WK van 2014 scoorde Robin van Persie al vroeg in de wedstrijd tegen Spanje met zijn beroemde zweefkopbal. Die goal werd later zelfs gekozen tot een van de mooiste treffers van het toernooi. Snelle goals zorgen vaak voor paniek bij tegenstanders en extra energie bij supporters. Coaches moeten direct hun tactiek aanpassen en wedstrijden krijgen meteen een heel ander verloop. Juist daarom blijven zulke momenten jarenlang hangen bij voetbalfans over de hele wereld.