De Opstand van de Traagheid

In Volendam rent niets.

Zelfs de zee heeft geen haast.

Op een plek waar niets rent kan een mens niet voor zichzelf weglopen.

Het water is een spiegel— maar het toont niet je gezicht.

Het toont het leven waaraan je bent voorbijgegaan.

Je loopt langs een huis.

Het gordijn beweegt niet.

Maar daarbinnen zit een leven dat jij nooit hebt geleefd.

Dan begrijp je: lawaai is een deken.

En jarenlang heb je je eigen gemis toegejuicht.

Hier tikken de uren niet voorbij— ze lossen op.

En voor het eerst besef je:

leven is niet hetzelfde als zo snel mogelijk klaar zijn.

In Volendam liggen de boten in de haven alsof ze vergeten zijn te vertrekken.

En voor het eerst begrijpt een mens: sommige plekken bereik je niet.

Naar sommige plekken vertraag je.

Volendam is geen dorp.

Het is de rechtbank die een mens voor zichzelf bouwt.

En wie daar levend uit vandaan komt,

keert terug naar zijn oude leven als een getuige.