
Ed van Everdingen (95) uit Osdorp: ‘Door die oorlog was m’n jeugd weg’
NIEUW-WEST - Ed van Everdingen (95) is van een generatie Amsterdammers die nog levendig kan vertellen over de Tweede Wereldoorlog. De Osdorpse bewoner vertelt in dit speciale interview zijn persoonlijke verhaal over die tijd. “Ik zag de bommenwerpers zo naar beneden komen.”
door: Benjamin Corten
Hoe begon het allemaal voor u?
"Ik was acht jaar en woonde in Haarlem. Mijn vader was net hertrouwd, nadat mijn moeder was overleden. En toen brak op 10 mei 1940 de oorlog uit. Dat was natuurlijk één en al narigheid. Mijn vader had drie kinderen en zijn nieuwe vrouw ook drie, dus we waren met z’n achten thuis. Nou, de soep was gauw dun. Ik herinner me nog goed het moment dat ik samen met mijn vader toekeek hoe de Duitsers binnenkwamen. Als kind vond je dat interessant, al die auto’s met kanonnen, niet wetende dat het zo’n narigheid zou worden.”
De Duitse soldaat vroeg haar: ‘Wo ist der Mann?’
Hoe verliep de oorlog voor uw vader?
"Mijn vader en vier buurmannen zaten vanwege de arbeidsinzet ondergedoken in de kelder. Ik hoor die Duitser nog voor de deur zeggen: ‘Wo ist der Mann?’ Ik dacht: ‘Wat nou als hij straks dwars door de vloer schiet? Er gingen verhalen rond dat dat gebeurde. Mijn stiefmoeder zei tegen de soldaat dat mijn vader dood was en liet hem vervolgens de overlijdenspapieren zien. Alleen waren die van haar vorige man. Nou, dat nam die soldaat gelukkig aan. Ik kwam toevallig laatst de vrouw tegen die nu in ons ouderlijk huis woont. Ze was onder de indruk toen ik vertelde dat in dat huis onderduikers hadden gezeten.”
Woonde u de hele oorlog in Haarlem?
"Ik heb een paar jaar door omstandigheden in een kindertehuis gewoond. Eerst in Santpoort en in 1941 ging ik naar Garderen. Daar heb ik drie jaar gewoond. Daar zag ik een keer een Duits garnizoen oefenen. Ze schoten met van die houten punten, oefenpatronen, en dat was echt een beetje sensatie op die leeftijd. Ook zag ik een Britse bommenwerper op de hei neerstorten. Het was eigenlijk levensgevaarlijk daar – alles ontplofte – maar wij kinderen renden er naartoe. De piloot werd als krijgsgevangene meegenomen.”
Hoe was de Hongerwinter?
"In 1944 hertrouwde mijn vader en konden we terug naar Haarlem. We kregen weer een eigen gezin. Maar mijn vader kon er niet op uit om eten te halen bij de boeren, anders werd ie gearresteerd bij de pont in Velsen. Dus moesten wij kinderen – ik was toen twaalf – met een karretje op pad om te kijken of we wat te eten konden krijgen. Ik heb veel van dat soort hongertochten gemaakt. Je was niet echt bang, je deed het gewoon. Maar je jeugd was weg.”
Gebeurde er niks gevaarlijks?
"Tijdens één van die tochten viel ik op mijn hoofd, zo in het water. Ik kon uit mezelf niet overeind komen. Gelukkig schoten twee boerenjongens te hulp. Ik hoor het ze nog zeggen: ‘Nou, die hebben we van een wisse dood gered.’ Vervolgens stapte je dan gewoon weer op je fiets, op zoek naar eten of een slaapplek. Om uiteindelijk thuis te komen met twee juten zakjes aardappelen.”
Tijdens één van die tochten viel ik op mijn hoofd
Had u veel honger?
“Ik heb echt honger geleden. Ik heb tulpenbollen, suikerbieten en zelfs honden en katten gegeten. Dat was toen heel normaal. Mensen waren in die tijd vindingrijk; van suikerbiet maakten ze een soort jam en alles van kaas werd omgesmolten om er weer nieuwe kaas van te maken.”
Hoe kijkt u als oorlogsgetuige naar huidige noodsituaties?
“Wij ouderen weten dat je niet zomaar heel veel eten tegelijk in kan slaan, want dat blijft toch niet goed. Dat soort dingen blijf je onthouden. De oom van mijn toenmalige vriendin had een kruidenierszaak. Na de oorlog hebben ze bij hem nog een grote baal verrotte erwten gevonden die hij uit zuinigheid
Ik heb tulpenbollen, suikerbieten en katten gegeten
maar had laten staan. Het enige wat ik hier nu heb staan zijn grote pakken kaas en een zaklantaarn. Wat heb je nog meer nodig? Of de oproep van de overheid om een noodpakket samen te stellen me aan de oorlog doet denken? Jawel, maar in de oorlog werden er geen oproepen gedaan. Je hoorde eigenlijk niks, want de radio’s waren in beslag genomen.”
Hoe waren de jaren na de oorlog voor u?
"Er was toen ook bijna niks. Het heeft jaren geduurd voordat het allemaal een beetje beter werd. Maar veel had je niet. Ik woonde met mijn vrouw op een zoldertje in de Staatsliedenbuurt, zonder eigen watervoorziening en wc. Daarvoor moest je naar beneden. Na een jaar kregen we gelukkig een achterwoning in de Jacob van Lennepstraat. Daar deelden we een wc met onze oude buurvrouw.”
Ed van Everdingen heeft met zijn 95 jaar de oorlog van begin tot eind meegemaakt op een leeftijd waar ‘alles nog spannend was’. Een gezin dat uit elkaar viel, bommenwerpers die neerstortten op de hei, slapen bij de boeren. Dat was toen allemaal erg normaal, vertelt Van Everdingen, een van de laatste mensen die nog kan vertellen over de Tweede Wereldoorlog.
Waar te herdenken in Nieuw-West
In deze Westerpost vindt u op pagina 13 een overzicht van de zes georganiseerde herdenkingen in stadsdeel Nieuw-West. U bent zondag 4 mei van harte welkom bij deze herdenkingen, die elk een programma met sprekers en muziek hebben. Als u wilt, kunt u bloemen bij een monument leggen. Op pagina 10 leest u over de Herdenkingsloop Nieuw-West, waarvoor u zich nog kunt aanmelden.
