
Op de 4de mei aan de Haarlemmerweg
NieuwsNIEUW-WEST - Aan de Haarlemmerweg in Slotermeer werd maandagavond herdacht door ruim 200 mensen, waaronder leerlingen van de nabijgelegen basisschool Veerkracht. De jonge Tobias en Eliam droegen een gedicht voor en twee sprekers vertelden hun persoonlijke verhaal.
door: Shirley Brandeis
“Wat een ongelofelijke moed” sprak Marja Ruijterman over de drie mannen voor wie het Verzetskruis aan de Haarlemmerweg is geplaatst: Pieter Elias en vader en zoon Henk en Matthijs Verkuijl. Ze vertelde het verhaal van haar Joodse familie. “Ze doken niet onder en geld om te vluchten naar Amerika was er niet. Mijn opa zei: ‘We moeten ergens werken en dan komen we weer terug’.” Ruijterman was maandagavond een van de sprekers. Als tweede generatie vertelde ze het verhaal van haar familie tijdens en na de oorlog. Over de in paniek bij de buren afgegeven baby Sarah, halfzusje van haar moeder. Over diezelfde buren, die het toch
maar wat eng vonden, een Joods kind in huis, om haar vervolgens bij de crèche om de hoek van Artis af te leveren. En over dit vele jaren later hervonden familielid. “Toen ik vier jaar was” vertelt Ruijterman “werd er aangebeld. Ik hoorde mijn moeder schreeuwen. Even later kwam ze boven met een meisje. ‘Dit is mijn zusje’ zei ze.” De zestienjarige Sarah – opgegroeid als Maria – had nog maar net ontdekt dat ze eigenlijk Joods was en nog twee halfzusters had. Haar pleegouders hadden haar geleerd dat Joden slecht waren, dus het was een grote schok dat ze zelf Joods was. Het kostte haar jaren om dat te verwerken en om te leren dat ze wel een goed mens was.”
Beeldjes
De impact van de Jodenvervolging is groot, is de boodschap van Marja Ruijterman, die het leed van haar ouders als naoorlogs kind van dichtbij aanschouwde. Haar moeder verloor dertig familieleden in de gaskamers van Sobibor. Haar vader op één na al zijn zussen. “In mijn jeugd knipte hij alle informatie over de oorlog uit de krant, zodat mijn moeder het niet zou zien. Als Hitler op tv kwam, rende hij naar het toestel om het uit te zetten. Maar naarmate ze ouder werd, was het steeds moeilijker en had ze het zwaar.” Af en toe zag Marja tante Engeltje, een jongere zus van haar opa. Engeltje had als enige van haar negen broers en zussen de oorlog overleefd. Maar vraag niet hoe. “Ze zwierf door de stad. Als we haar tegenkwamen, begon ze lief, aaide mijn haar, maar dan schold ze ons opeens uit voor nazi’s. Ze was de weg kwijt, omdat het verdriet en de woede om het verlies van haar familie te groot waren.” De beeldjes in haar kleine huisje op zolder in de Runstraat had Engeltje de namen van haar verloren familieleden gegeven.
Naoorlogse Marja Ruijterman vertelt de familieverhalen op scholen in Amsterdam. “Het leert ons en de kinderen elkaar te leren kennen in plaats van te minachten of te oordelen. Het is prachtig om te zien hoe de kinderen zo geïnteresseerd zijn en allerlei vragen stellen. We zijn het altijd met elkaar eens dat we allemaal een klein stukje van de wereld beter kunnen maken door hoe wij op dat moment met elkaar omgaan.”
Elke dag vermoord
Wahid Roezi, de andere spreker, vertelde ook zijn persoonlijke verhaal. “Ik en veel van ons die hier vandaag zijn, haten oorlog en houden van vrede” begon hij zijn toespraak. Roezi is in Iran geboren en is voorzitter van de raad van bestuur van de Christelijke Solidariteitspartij van Iran-Homa. Hij sprak over regeringen die veranderen in dictatoriale regimes, die hun eigen mensen doden, martelen, verkrachten en executeren. “In Europa is vrijheid en kun je je mening geven zonder bang te zijn. Maar vandaag, in mijn land, Iran — waar ik ben geboren en waar ik nog steeds contact mee heb — worden elke dag mensen gemarteld en vermoord door de regering. Een ongelijke strijd: een gewapend regime tegen ongewapende mensen op straat. Vandaag ben ik de stem van deze mensen. Ik steek mijn hand naar jullie uit en vraag jullie om het Iraanse volk te steunen voor vrijheid, veiligheid en vrede.”
Frans Bevrijdingsvuur
De gehele herdenking brandde een speciaal bevrijdingsvuur uit Bayeux, de Franse stad die als eerste werd bevrijd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dagelijks bestuurder Nazmi Türkkol nam het vuur mee in de stoet vanaf basisschool Veerkracht, om het voorafgaand aan de herdenking aan Hélène de Bruine van het 4/5 mei comité te overhandigen. Zij vertelde bij dit vuur het verhaal van de drie mannen, die hier als vergelding eind 1944 werden vermoord. Totdat trompettist Arend de bekende, verdrietige noten liet klinken en het twee minuten doodstil was.