(Foto: )

Bridgeclub

Na 48 jaar zijn wij met z'n tweeën een paar dagen naar Luxemburg. Met de auto eerst richting Maastricht, dan Luik en bij Luik linksaf naar de Duitse grens en dan naar het Luxemburgse plaatsje Vianden. Bij aankomst in het hotel werden we hartelijk ontvangen door de eigenaar van het hotel en konden we uit 5 talen kiezen: Luxemburgs, Duits, Engels, Frans en Nederlands. We kozen voor het Frans. Nadat we onze kamer hadden begroet gingen we naar beneden om even een hapje en drankje te nuttigen. Zittend en genietend van de prachtige natuur komt er een groep binnen, vol vrolijkheid. Ze gaan zitten en er komen kaarten op tafel. De een na de andere kaart vliegt over tafel. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en vraag op een vriendelijke toon: "Bent u van een klaverjascluppie?" "Hoe durft u, wij zijn bridgers en gelukkig geen klaverjassers", wordt op een onvriendelijke toon medegedeeld. "Ik wist niet dat u kwaad werd, maar klaverjassen speel je toch ook met kaarten." Twee dagen later komt de groep van een excursie terug, de gezichten staan op onweer. Er moet iets ernstigs voorgevallen zijn want de hele saamhorigheid, oftewel de bridge-éénheid, is vervlogen en er vormen zich opstandige groepjes. Het blijkt dat enkele leden van de bridgeclub iedere keer tien minuten te laat kwamen bij de bus. De overigen moesten wachten en dat gaf wrijving en vooral roddel. De groep was uit elkaar gevallen. Heel voorzichtig vroeg ik aan de dame waar ik het woord klaverjassen liet vallen: "Denkt u dat de bridgeclub nog levensvatbaar is?" "Nee, we stoppen ermee", spreekt de geplamuurde dame mij toe. "Gaat u wel evenzogoed met z'n allen weer met dezelfde bus naar huis". "Ja, maar ik ga achterin zitten." "Dus moet ik hieruit constateren dat dit de ondergang van de bridgeclub is?", sprak ik aarzelend uit. "Ja", en ze liep het restaurant uit.

Co Backer jalbacker741@telfort.nl

Meer berichten