Frans Ouwerkerk tussen zijn kunstwerken voor zijn bijzondere huis.
Frans Ouwerkerk tussen zijn kunstwerken voor zijn bijzondere huis. ((Foto: Anke Steffers))

Column Anke - Ontmoeting in plastic

  Column

Al vanaf mijn eerste letters voor Nieuwsblad Haarlemmermeer ontving ik van een trouwe lezer de uitnodiging eens bij hem langs te komen. En vanaf het eerste moment bleef die uitnodiging in mijn hoofd rond dwalen. Soms kwam het even naar de oppervlakte, vervolgens dreef het weer weg mijn diepste gedachten in.

door Anke Steffers

Donderdag 3 oktober reisde ik dan toch eindelijk af naar Hoofddorp. Ik moest het met mijn TomTom doen, maar in de straat zelf was het makkelijk. Want het opvallende blauwe huis, met gekleurde etalagepoppen in de tuin en de Corvette met panterprint – mijn eerste gedachte bij het zien van de auto - op de oprit is niet níet te vinden.

Frans Ouwerkerk kwam zijn atelier al uit en zorgde voor een warm welkom. Hij zette thee, schonk het op in een bekertje en we namen plaats op bureaustoelen die, begreep ik later, uit de verkeerstoren van Schiphol afkomstig waren.

Wie ik was, wat ik deed, hoe mijn leven eruitzag. Frans vroeg mij het hemd van mijn lijf. Leuk om eens een interview te doen in tweerichtingsverkeer-vorm. We vonden nogal wat overeenkomsten; we zijn beiden autodidact, hebben moeite met autoriteit, zijn beiden eigenwijs, hebben vrijheid nodig en kiezen onze eigen weg. Geld is nodig, maar niet belangrijk. Onze verschillen: Hij is getrouwd met een vrouw die hem alle ruimte geeft en heeft een zoon die, zo sprak Frans met een glimlach, op zijn vrouw lijkt. Daarnaast staat hij elke dag om 6.15 uur op en is een ochtendmens. Voor mij geldt; half 9 en avondmens.

Onderwijl gleden mijn ogen geregeld naar alles wat er in het atelier hing, stond en lag. Schilderijen met blauw, rood, geel en wit met geregeld een verwijzing naar De Schreeuw. Ook een werk dat ik omschrijf als 'Drie geschrokken en gehavende gezichten met lange nekken, bloed en de grille van een auto', genaamd 'Whiplash' die de kunstenaar opliep bij een ongeluk, viel op. In een hoek, verborgen achter ezels en spullen, een doodskist. Zíjn doodskist. Niet dat hij er in begraven gaat worden, Frans stelt zijn lichaam beschikbaar aan de wetenschap, maar de dood inspireert hem. Nog een opvallend werk, een reliëfschilderij aan de wand waarop een Teletubbie, een dino, een ketting met een kruis, een speelgoedauto (kever) en vele bankkaarten geplakt zitten, overspoten met goud. Met de naam 'Vergeten spullen van vliegtuigpassagiers.'

En dan waren er nog de stapels plastic bekers. Op het eerste oog, gewone, vuile (gebruikte) bekertjes, maar de bekertjes bleken de creatie van een kunstwerk. Iedereen die het atelier van Frans Ouwerkerk bezoekt, krijgt iets te drinken in een bekertje. En als deze persoon vertrekt, zet Frans er de datum, de naam en een woord op die de ontmoeting omschrijft. Uiteindelijk vormt zich dit tot het kunstwerk PLASTIC.

Gewone, vuile bekertjes, hoe kon ik dat nou denken?

ankesteffers@rodi.nl

Meer berichten