(Foto: Aangeleverd)

Hoe de waterloopjes verdwenen

In het jaar 1063 werd de naam Hemezonkyricha (uit welk woord later Heemskerk zou ontstaan) voor het eerst genoemd in een officieel document. Ver voor die tijd echter, en denk dan maar aan meer dan tweeduizend jaar geleden, bestond onze huidige woonomgeving uit een delta van eilandjes en kreekjes.

In die tijd van het Oer-IJ, dat ter hoogte van Castricum in zee uitmondde, moest de huidige, ononderbroken kustlijn nog ontstaan. Toch was bewoning hier en daar al wel mogelijk, voornamelijk op de hoger gelegen delen: de geestgronden, bestaande uit zand en van elders aangevoerd klei of veen. Opgravingen tonen dat ook aan. Bijvoorbeeld aan de Jan Ligthartstraat, daar waar de wijk Beierlust werd gebouwd. Bij het uitgraven van een vijverpartij stuitte men op oude bewonerssporen. Een uitgebreid verslag hiervan is te lezen in Heemskring 12, uit november 1994. Later, bij de ontwikkeling van het terrein van het gesloopte belastingkantoor, trof men eveneens sporen van bewoning aan.

De vroege bewoners van de geestgronden hielden dus droge voeten temidden van de kreken en kreekjes van het Oer-IJ. En waar dat noodzakelijk was, troffen zij extra voorzieningen om dat zo te houden. Een mooi voorbeeld daarvan is de Korendijk, op de grens van Heemskerk en Castricum. Een dijk die is aangelegd langs de rand van het Oer-IJ.

Naarmate de eeuwen verstreken verdween de delta en stoven de kreken dicht. Hier en daar bleven echter van die waterloopjes bestaan, maar de bewoners van dit gebied voelden steeds vaker de behoefte om het water te leiden. Beginnend in het duingebied, door het dorp tot in de polder, ontstonden zo nieuwe waterlopen en verdwenen bestaande stroompjes. Onder de Rijksstraatweg vinden we tot op de dag van vandaag twee oude gemetselde duikertjes, die het water vanuit het duin- en tuindersgebied afvoeren naar de polder. Het eerste bevindt zich aan de noordzijde van de rotonde bij de AH XL en de tweede vinden we even ten noorden van de Patatoloog.

In de elfde eeuw werd op het hoogste punt van de geestgronden in ons dorp een kerk gebouwd. Hoe die kerk eruitzag is niet bekend. Later ontstond gaandeweg de Sint Laurentiuskerk, die in 1573 door de Spanjaarden grondig werd verwoest. De protestanten namen in later jaren de herbouw ter hand en de naam Sint Laurentius verdween om plaats te maken voor de benaming Dorpskerk. Langs de plek waarop de kerk was gebouwd, liep de Kerkbeek. Maar met de ontwikkeling van het dorp veranderde de loop van deze beek ingrijpend. Delen gingen op in de vijverpartijen langs de Ruysdaelstraat. En langs de Maerelaan werd de Kerkbeek, ter plaatse ook wel aangeduid als de Knip, zo genoemd naar de duiker onder de Maerelaan door, helemaal opgeheven. Daarvoor in de plaats werd de vijverpartij gegraven langs de Zaalberglaan en de Karshoffstraat. Het overtollige duin- en regenwater werd sindsdien via de wijk Poelenburg naar het Uitgeestermeer geleid.

Ik weet mij nog te herinneren dat er naast de elektrawinkel van Arie van Hooff aan het Kerkplein een klein slootje lag. Eind jaren zeventig werd ook dit stukje water vervangen door buizen en daarmee was de gehele oude Kerkbeek voorgoed verdwenen. Om ervoor te zorgen dat er 'boven' geen droge en 'beneden' geen volle sloten ontstonden, legde men hier en daar lage stuwen aan om een hoogteverschil van zo'n drie meter te overbruggen van het duingebied naar de polder. Tot voor enkele jaren stortte het riool bij hevige regenval nog gewoon over in de waterlopen. Gevolg was stankoverlast en massale visstrefte. Daarom legde Heemskerk bergbezinkbassins aan, totaal twaalf stuks. Overtollig regenwater wordt nu via het riool opgevangen in die bassins en beetje voor beetje teruggepompt in het riool gepompt.

Simon de Wit

Meer berichten