Vroegere tijden

  Nieuws
Albert Heijn. (Foto: JdW) Jan de Waal. (Tekening: Mieneke Karelsen)
Albert Heijn. (Foto: JdW) Jan de Waal. (Tekening: Mieneke Karelsen) (rodi.nl)

Column Jan de Waal

Albert Heijn

We zijn toch wel een ondernemend volkje in Oostzaan. Nog geen tienduizend inwoners groot maar het heeft mensen voorgebracht die van nationaal en internationaal belang zijn geworden. Zoals bijvoorbeeld Albert Heijn, Piet Meijn en Piet Boon. Mensen die met hun ondernemersgeest en inventiviteit Oostzaan op de kaart hebben gezet.
Neem nu eens Albert Heijn. Geboren in 1865 begon hij op 22-jarige leeftijd een winkeltje in het hart van het dorp. Op de hoek van de Kerkstraat en de Kerkbuurt. Er werden levensmiddelen verkocht maar ook klompen, matten, sterke drank, baggernetten, turf- en teerproducten, allemaal gericht op het dagelijks bestaan. Want Albert Heijn-getrouwd met Neeltje de Ridder-was niet bang voor een breed assortiment. Zijn vrouw stond achter de toonbank en Albert zelf trok er op uit met de hondenkar om de bestellingen in de wijde omtrek op te nemen. Maar hij dacht verder dan alleen Oostzaan. In 1895 opende hij een tweede winkel in Purmerend en vier jaar later had hij zes vestigingen opgericht. Maar niet alleen het in-en verkopen van producten deed hij: in het washok achter de winkel begon hij met het branden van koffie en pinda’s. Hij richtte toen de blik op Zaandam en hij kocht een pand aan de Westzijde 30. Op de grond die daarbij behoorde liet hij een pakhuis van drie verdiepingen bouwen. In feite was dat dus het eerste distributiecentrum van Albert Heijn.
Maar de tijd gaat voort en in 1910 had hij inmiddels 23 filialen opgericht. Om als 45-jarige achterover te gaan leunen was hij de persoon niet naar, want naast het branden van koffie en pinda’s wilde hij zelf ook levensmiddelen gaan produceren Aan de overkant van de Zaan, bij de Valdeursloot in de Oostzijde kocht hij een groot Herenhuis. In de keuken van die woning liet hij een luchtoven bouwen en begon met het bakken van koekjes. Zijn schoonzoon Johan Hille (ook geen onbekende naam in de Zaanse levensmiddelenwereld), kreeg er de leiding. Dat ging allemaal goed en een jaar later kwam er dan ook een suikerbakkerij bij. In de achterkamer van de woning begon hij met de productie van zuurballen en ulevellen, toffees en kokosbrokken. Omdat het herenhuis nou niet zo geschikt meer was voor dit soort activiteiten liet hij het neerhalen en vervangen door een overzichtelijke fabrieksruimte. En die fabrieksruimte werd in de jaren daarna verder uitgebouwd. In 1920 droeg hij de leiding over aan zijn zoons Gerrit en Jan Heijn en aan zijn schoonzoon, met de woorden: ‘Hier heb je de zaak, je houdt hem maar draaiende’. En als we vandaag de dag de vele Albert Heijn winkels tegenkomen, dan moet je vaststellen dat deze opdracht prima gelukt is.

Meer berichten