Op de pijp met... Frans Brabander

Algemeen
Frans Brabander liep dit jaar voor de 65ste keer de Avondvierdaagse van Poeldijk.
Frans Brabander liep dit jaar voor de 65ste keer de Avondvierdaagse van Poeldijk. (Foto: Ton van Zeijl)

Even pauze. Even op de pijp. Bakkie doen, praatje maken. Met en over bijzondere Westlanders. Westlanders met een verhaal. Over Westlandse waarden, en over heden, verleden en toekomst. Deze keer praten we met: Frans Brabander.

De ziekte kanker loopt als een rode draad door het leven van Frans Brabander (80). Hij liep en collecteerde ertegen. Maar hij kwam er ook zelf mee in aanraking. “Je kunt wel gaan zitten sippen, maar je mag blij zijn met elke dag dat je er nog bent.” Frans woont met zijn vrouw Rita in Poeldijk. Samen hebben ze twee kinderen, twee kleinkinderen en twee bonuskleinkinderen.

Van wie ben jij er één?
Ik ben er één van de tweeling van Leuke Leen en Zwarte Ger. Zo werden mijn ouders in het toen nog kleine Poelluk genoemd. Iedereen kende elkaar en namen kwamen nogal eens overeen, dus haast iedereen had een bijnaam: Van ‘t Paatje, Hitje, Knolletje… Ach dat is allemaal niet meer. We waren met acht kinderen thuis. Ik heb een groot deel van mijn leven in de Rozenstraat gewoond. Als kind was dat echt een ‘familiestraat’. Het zat vol met Brabanders en aanverwanten. Mijn tante wilde niet ‘meteen naast de familie wonen’. Dus die woonde maar liefst vier huizen verder…

Nooit weg gewild?
Als kind wilde ik de missie in, maar dat mocht niet van mijn moeder. We hadden er al teveel in de familie, vond ze. Mijn vader was oorspronkelijk schipper. Hij voer met schuiten naar de veiling tot de vrachtwagens kwamen en de boel werd dichtgegooid. Daarna is hij de tuin ingegaan. Het lag voor de hand dat ik dat ook zou doen. Na de Mariaschool met zuster Germana en de Bartolomeüsschool was ik wel klaar met school. Ik wilde aan ‘t werk. Maar daar stak mijn vader een stokje voor. Ik moest naar de tuinbouwschool van meneer de Boer. Want met zo’n diploma verdiende je tien gulden meer.

Dus langer in de schoolbanken…
Nou ja, schoolbanken.. In die tijd was de tuinbouwschool niet wat het nu is. Je ging ook meteen dóen. Schoffelen, snoeien…

En daar ben je mee doorgegaan…
Ik heb mijn hele leven in de tuin gewerkt. Al deed ik in het begin ook nog wel dingen daarnaast. Mijn eerste baantje was behangrollen snijden bij Koos Mosterd. En later ook behangen. Dat heb ik best aardig geleerd. Ik doe het nu soms nog bij mensen. Mijn eerste tuinbaan was bij Jansen. Voor 35 gulden in de week. De eerste week was ik daar verguld mee. Van mijn eerste salaris kocht ik een grote glazen vis voor mijn moeder (nadat ik een gulden bij haar gebietst had, want het ding kostte 36 gulden). Ze was er dol op. Na haar overlijden heb ik hem van mijn vader teruggekregen en ik koester hem nog steeds. Maar goed, al snel ontdekte ik dat Jansen eigenlijk niet zo best betaalde. En koffie of thee, dat kreeg je ook al niet bij hem. Dus ik stapte over naar Scheffers. Eerst bij ome Arie en nadat die overleden was bij Jan en Piet. En later alleen Jan. Ik heb in totaal 23 jaar daar gewerkt. Daarna 18 jaar bij Vreugdenhil Potplanten. Toen vier jaar via het uitzendbureau en tenslotte in de Anthuriums bij Paul van der Knaap. Tot mijn 65e. Toen was ik er wel klaar mee. Een maand na mijn pensioen zat ik in Indonesië.

Waarom Indonesië?
Mijn vrouw Rita komt daar vandaan. Ze is van Surabaya. We hebben elkaar in Limburg ontmoet, maar zij heeft nog veel familie daar. Verder heb ik ook in mijn pensioentijd niet stilgezeten. Ik doe graag klussen voor oudere mensen. Boodschappen doen, tuinieren…

Oudere? Je bent zelf 80…
Nou en? Ik voel me 18!

Je bent ook altijd in beweging gebleven…
Dat is altijd belangrijk voor me geweest. Vroeger ging ik vanuit de tuin ‘s avonds op de fiets, vooral mountainbiken. Lopen heb ik ook veel gedaan. De Duinenmars, de Samenloop voor Hoop en 29 keer De Nacht van het Westland. Die bestaat nu niet meer. Meneer Slegers organiseerde dat. En als je dan in Monster aankwam stond zijn vrouw daar met grote pannen tomatensoep en dan kreeg je een kop. En de Avondvierdaagse natuurlijk. Dit jaar liep ik voor de 65e keer mee. Een bijzonder moment. Om meer dan één reden.

Vertel?
Nou ja, 65 keer is natuurlijk al bijzonder. Maar dat ik die kon lopen nadat er twee jaar geleden uitzaaiingen bij mij waren vastgesteld is dat natuurlijk ook. En daar komt nog eens bij dat Rita er ook bij kon zijn, terwijl zij twee jaar geleden ook kanker heeft gekregen. Ze is echt heel ziek geweest. Dat ze er nog is, is eigenlijk een wonder. Ze heeft zich echt teruggevochten.

Je bent wel vaker met kanker in aanraking gekomen…
Als kind kwam ik ooit thuis en daar lang mijn tante met een vis op haar borst. Raar vond ik dat. Maar toen dacht men dat een vis ‘het kwaad eruit trok’. Achteraf denk ik: dat was dus ook al borstkanker. Mijn opa en mijn moeder zijn ook aan kanker overleden. In 2022 werd ik niet goed terwijl ik op de fiets zat. Er volgde een onderzoek en daar kwam uit; darmkanker Met allerlei complicaties. Gelukkig dat ik zo fit was. Daardoor durfden ze toch te opereren. Vorig jaar bleken er uitzaaiingen te zijn. Dat konden ze gelukkig weghalen. Dus we kunnen weer.

Het zit dus in de familie…
Nee, niet echt. Uit onderzoek bleek dat het allemaal niet genetisch is. We hebben gewoon pech gehad.

Bijzonder ook dat jij jarenlang voor het KWF hebt gelopen…
Vijftig jaar lang. Dat had ook niet direct iets te maken met mijn eigen ervaringen. Ik deed het omdat het nodig was. Maar het was ook leuk. Ik heb niet alleen gecollecteerd, ik ben ook 15 jaar bestuurslid geweest onder andere met Aad van der Knaap. En ik heb ook voor andere doelen gelopen, zoals de Hartstichting.

Je hebt dus in al die jaren wel aardig wat geld opgehaald…
Claire Heppe en ik deden altijd een wedstrijdje wie het meest ophaalde. Zij ging dan het café in om bij rijke tuinders om een donatie te vragen. Maar toch heeft ze nooit van mij kunnen winnen. Anders had ik het geld er zelf wel bij gedouwd. Op een gegeven moment ben ik er wel mee gestopt. Het werd steeds minder leuk en mensen gaven ook steeds minder. Dat alles elektronisch gaat helpt daar niet aan mee. Ik heb nog wel met zo’n elektronisch ding gelopen. Kwam je thuis, bleek er heel vaak niet doorgeklikt te zijn, dus was er niet betaald. Toen vond ik het wel mooi geweest.

Maar de Avondvierdaagse blijft?
Zeker! Dit jaar liep ik de vijf kilometer. Omdat mijn buurvrouw graag mee wilde en die zei ‘ik loop langzaam’. Maar volgend jaar gaan we gewoon weer voor de tien.

Je blijft er monter onder…
Wat moet ik anders doen dan? Deze dingen gebeuren. Nee, dat heb je liever niet. Maar het is nu eenmaal zo. Je kunt wel gaan zitten sippen, maar je mag blij zijn met elke dag dat je er nog bent!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: