Column: ‘Is hobbelpaardengehakt te eten?’

Column
Alphons de Wit.
Alphons de Wit. (Foto: Mabel Böhms Media)

Ik zit in mijn maag met het hobbelpaard van onze kinderen. Ze hebben in hun jongste jeugd veel plezier gehad van het kleurig geschilderde houten speeltuig. ‘Paatje’ noemden ze de houten Lippizaner-hengst en ze waren altijd heel voorzichtig met hun speelkameraardje. 

Nu mag je in dit land steeds minder. Zo kun je al niet meer uitgebreid genieten van een moorkop omdat de naam een discriminerende zou zijn, laat staan dat je je met veel plezier vergrijpt aan een negerzoen. Ik dacht dat er over alle zaken waaraan een luchtje zou kunnen zitten al door actiegroepen een veto is uitgesproken. Maar we zijn er blijkbaar nog niet sinds een groep genetisch gemanipuleerden zich verzameld heeft in PETA, een club die terecht constateert dat dieren er niet zijn om mee te experimenteren om crèmepjes te ontwikkelen zodat hoogbejaarden nog een huidje hebben als van een jonge meid. En uiteraard verzetten ze zich terecht met hand en tand tegen dierenmishandeling, tegen onverlaten die honden zover doorfokken dat de beesten een gevaar voor de samenleving en zichzelf worden. Maar hoe wous ben je nou als je speelgoeddieren wilt verbieden omdat daardoor kinderen zouden kunnen denken dat dieren er alleen maar zijn voor ons vermaak. Betekent dat ook dat die gezellige bruine knuffelbeer binnenkort van twee kanten belaagd gaat worden. Enerzijds omdat hij bruin is en anderzijds omdat kinderen daardoor gaan denken dat beren uitsluitend voor ons plezier op de aardbol ronddolen. PETA ziet liever vliegtuigjes en autootjes in de draaimolen. Wedden dat er dan weer een andere groep hemelbestormers opstaat die een verbod eist vanwege de milieubelasting van voertuigen.

Inmiddels blijf ik met het hobbelpaard in mijn maag zitten. Ik kan het natuurlijk begraven of laten cremeren maar ik zou er ook mee naar de paardenslager kunnen gaan. Benieuwd of het gehakt een beetje te verteren is.

Alphons de Wit