Op de Pijp met… John Kloos

“Een Westlander heb ik me nooit gevoeld”. Toch bracht John Kloos (81) een flink deel van zijn leven in Westland door en stond hij onder andere aan de wieg van Golfclub Westland in ‘s-Gravenzande. John is getrouwd met Adje. Ze hebben twee kinderen en vier kleinkinderen en wonen in Maassluis.
Waar kom je vandaan?
Ik ben geboren in jeneverstad Schiedam, waar mijn vader ambtenaar was bij de toenmalige gasfabriek. Mijn ma was thuis. Ze had best veel in haar mars maar ze was er altijd voor mij en mijn broer en drie zussen. Maar ze organiseerde ook een hoop. We waren een echt sportgezin. Mijn zussen en ik hockeyden en een van hen heeft de sportacademie gedaan, net als mijn broer en ik. Mijn broer had eerst het seminarie geprobeerd maar dat celibaat sprak hem toch niet zo aan. Zelf ben ik ook geschoold door de clerus: de nonnen op de kleuterschool, de broeders op de lagere school en de augustijnen op de HBS. Tot ik aan de sportopleiding HALO in Den Haag begon.
En daarna?
Eerst militaire dienst. De beoogde officiersopleiding ging niet door omdat ik in een hockeywedstrijd tijdens mijn eerste weekend verlof enorm door mijn rug gegaan ben. Het duurde weken voor ik weer op de been was en toen hebben ze me sportinstructeur gemaakt, als soldaat eerste klas. Een prima manier om mijn diensttijd door te komen vond ik. Geweldige tijd gehad. Daarna werd ik gymnastiekleraar op een mbo in Schiebroek. Dat heb ik tweeënhalf jaar gedaan.
Dat is niet lang…
Ik dacht dat er meer te halen was uit het vak, dus zocht ik het in de gezondheidszorg: bewegingstherapeut. Daarvoor verhuisden we naar Limburg. Dat duurde ook tweeënhalf jaar. Maar inmiddels was ik getrouwd en Adje kon daar niet wennen. Dus we kwamen terug en in 1974 ging ik werken op het Westerhonk in Monster. En dat heb ik tot mijn pensioen in 2009 gedaan, ruim 35 jaar. Dus een echte jobhopper ben ik niet geweest.
Dus zo kwam je ook in Westland terecht?
Aanvankelijk eerst in Brielle. Maar dat heen en weer rijden brak me toch op dus toen verhuisden we naar Westland. Eerst naar ‘s-Gravenzande en later naar Naaldwijk. Pas na mijn pensioen zijn we naar Maassluis verhuisd.
Kon je wennen in Westland?
Dat is me niet tegengevallen. Ik wist vanwege het werk op Westerhonk natuurlijk wel hoe de hazen hier liepen, en we hebben snel onze plek gevonden. Mijn vrouw onder andere via de toneelvereniging, en ik via de hockey.
Leuk werk op Westerhonk?
Ik ben er echt verknocht aan geraakt. Verstandelijk gehandicapten is echt apart volk. Iedere nieuwe die je leert kennen is weer wonderlijk apart. Moeilijk soms. Maar ook puur. Spontaan. Geen dubbele agenda. Ja, claimend soms. Behoefte aan aandacht. Bewegen, sporten is belangrijk. Ook het therapeutische aspect ervan. Als je met elkaar beweegt ontstaat er iets. Er komen emoties. Je komt in gesprek: wie ben je? Wat kun je? Waarom doe je wat je doet? e leert ook veel over jezelf en over hun familie. Ik heb wel gemerkt dat er bij ouders van deze kinderen veel verborgen leed is. Naast het werk zelf was ik ook lang voorzitter van de ondernemingsraad. Na mijn pensioen ben ik ook jarenlang voorzitter geweest van de stichting Vrienden van het Westerhonk.
Wat doen die?
Ze hebben geld. Van legaten, giften, acties. En dat wordt besteed aan ‘leuke dingen’ voor de bewoners: niet individueel. In groepsverband. Speelgoed of speeltoestellen, fietsen, karren en dat soort zaken. Daarnaast deden we aan fondsenwerving en we organiseerden acties.
Deed je ook nog iets naast Westerhonk?
Zeker. In 1988 zocht ik naar een nieuwe uitdaging om mensen meer aandacht te geven. Ik heb toen de studie acupunctuur gedaan en daarna nog twee jaar Chinese kruiden. Tot 2011 heb ik mijn eigen praktijk gehad.
Waarom die studie?
Omdat ik het interessant vond. Over acupunctuur en Chinese kruiden kan de Westerse geneeskunst nog wel eens lullig doen. Maar er zit veel in. Het geeft veel inzichten. Sterker nog, het bevat dingen die we in het westen een beetje kwijt aan het raken zijn: tijd en aandacht. Ik ben er van overtuigd dat als je mensen wilt genezen je al voor vijftig procent op weg bent door het geven van adequate aandacht. Tijd voor ze nemen. Dingen in het grotere geheel zien. Niet: ‘hoe lossen we dit zo snel mogelijk op’,maar ‘waardoor ontstaat het. Hoe is het leven van iemand.’ Vaak zit daar een sleutel.
Leg eens uit?
Ik heb nogal eens mensen, met name vrouwen, bij me gekregen met maag- en miltklachten. Dat is verbonden met het element AARDE. Vaak bleken deze vrouwen ‘pleasers’ te zijn. Altijd voor anderen klaarstaan en bezig zijn. Geen tijd en aandacht voor zichzelf. Als je dat duidelijk kreeg en ze ervan kon overtuigen dat ze ook eens AARDIG voor zichzelf moesten zijn, dan werden de klachten minder of ze verdwenen zelfs. Dat is uiteindelijk grondiger en effectiever dan een pilletje erin. Gelukkig wordt de complementaire zorg wel steeds gewoner en meer aanvaard. Ook in Westland.
En na je pensioen?
Tja, dat was wennen. Voor het eerst sinds je kindertijd wordt er dan niet meer iets van je verwacht, dus dan denk je, oké Kloos, nu sta je hier. Maar in die tijd begon mijn zoon Bram met Golfclub Westland, en dus zei ik: ‘Ik ga je helpen.’
Want jij speelde al golf?
Ja. Ooit begonnen bij Freegolf Vlaardingen. Later op heel veel banen in binnen- en buitenland en ook op Texel, waar we een huisje hebben en twee maanden per jaar verblijven. Zo belangrijk is golf wel. En Bram ging al vroeg met me mee op z’n 16e en had het spelletje goed in de gaten. Hij ging clinics geven en werd parkmanager, maar kon op dat terrein toch zijn ei niet goed kwijt. Daarom begon hij in 2008 in ‘s-Gravenzande. Ik heb dat altijd een boeiend gebeuren gevonden. Het startte moeizaam. Hij koos ervoor om geen reclame te maken. Het ging allemaal via via. Er waren weerstanden te overwinnen, bij de voetbalclub en bij de gemeente, maar dat is allemaal gelukt. Tot op de dag van vandaag ben ik vrijwilliger op de woensdag en de vrijdagmiddag en op zondagochtend.
Want die zijn nu juist heel enthousiast…
In het begin werd er neergekeken op golfen op een voetbalveld. Kon nooit wat zijn. Maar het is echt niet zo simpel. De baan is moeilijker dan je denkt. En tegelijkertijd is het natuurlijk prachtig dat het op bestaand terrein kan, waardoor het veld nu veel efficiënter gebruikt wordt. Daar zijn alle partijen het voordeel van in gaan zien.
En het groeide…
Nu ruim 550 leden, maar door de jaren heen steeds meer en minder. Ik heb heel wat Westlanders hier leren kennen. De wedstrijden op zondag, die ik uitzet, begonnen met vijf, zes man. Tegenwoordig moet je vechten om bij de eerste vijftig te horen. Door corona ging het echt los. Ineens wilden mensen buiten sporten. Zonder mondkapje. Zonder gedoe. En andere boost was de opening van Hole 10 op het voormalige touwtrekterrein.
Waarom gaf dat een boost?
We kunnen daar lessen geven en clinics doen. Techniek oefenen: chippen, putten. Met groepen oefenen. Terwijl het gewone werk op de gewone velden ook gewoon doorgaat.
En jij gaat ook gewoon door?
Zolang de gezondheid het toelaat. Een van de mooie dingen van golf is dat je dat kunt blijven doen zolang je benen het toelaten. Het blijft een leuk spelletje. Je leert het nooit. Als je het echt goed wil leren moet je jong beginnen en elke dag spelen. En dat ik samen met mijn zoon iets mag doen dat we samen leuk vinden is ook nog eens een mooie bijkomstigheid!








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie