Op de Pijp met... Pim Bunk

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Strips zijn inmiddels wel (een beetje) geaccepteerd, weet Pim Bunk (61). Stripverzamelaar, striphandelaar en sinds kort stripwinkelier, sinds hij een pop-up store opende in de Hoofdstraat in De Lier. “We gaan zien of het lukt. Ik ben dankbaar voor iedere verkochte strip.” Pim woont zelf in Naaldwijk. 

Waar kom je vandaan? 

Ik ben geboren in Enschede. Opgegroeid in een arbeidersgezin, samen met mijn drie zussen. Mijn vader werkte bij Vredestein, de bandenfabrikant. Mijn moeder was thuis voor ons en toen wij ouder werden werkte ze bij Jamin. Toen Jamin nog Jamin was. 

Wat wilde jij worden? 

Als kind droomde ik ervan om dierenarts of kunstschilder te worden. Ik kon goed tekenen in die tijd. Maar dierenarts, daar moest je wel èrg veel voor leren en dat was niet helemaal mijn ding. Ik was al vroeg aan het werk; in Twente heb je ook tuinbouw. En na een jaartje mavo ging ik naar de Land- en Tuinbouwschool, want iets met groene vingers leek me ook wel wat. Maar die heb ik niet afgerond. Ik was niet zo’n lieverdje op school. In plaats van naar school ging ik meer werken. In de chrysanten, bij een kerstbomenkweker en ik stond op de markt met bloemen en planten. Ik wilde wel verder in de tuinbouw. 

Kwam je daarom naar Westland? 

Ja. Westland geldt immers als het Mekka van de tuinbouw. Ik had hier ook familie. Op mijn zestiende kreeg ik ontheffing van de leerplicht en verhuisde ik naar ‘s-Gravenzande: via de kerk vond ik een kostgezin. Later kwam ik via mijn werkgever in De Naaldhorst terecht. 

Lastig om hier te aarden? 

Het is wel vechten om een plekkie. Mijn Twentse accent leerde ik hier snel af, maar met Westlandse termen als ‘aast’ had ik nog wel moeite. Maar in de tuinbouw ging het goed. Al kreeg ik bij mijn werkgevers nog wel eens gedoe omdat ik me zo vaak versliep. Ik heb veel teelten leren kennen, heel wat omzwervingen gemaakt qua werk. En ook in mijn persoonlijk leven is het niet altijd gemakkelijk geweest. Maar daar heb ik het liever niet over. Op een gegeven moment merkte ik wel dat ik voor veel werkgevers ‘te duur’ werd en daarom ben ik me meer met de stripwereld gaan bezighouden. Als bijverdienste, maar ook met de hoop er echt van te kunnen leven. 

Hoe kwam je in die ‘stripwereld’ terecht? 

Door ze te lezen. Dat doe ik al sinds ik kán lezen. En van lezen kwam verzamelen. Vooral Disney; Donald Duck. Ik weet nog steeds niet waar ik aan begonnen ben. Alles wat in Nederland van Disney verschijnt wil ik hebben. Inmiddels heb ik een grote verzameling. Een reclamebedrijf heeft ooit zelfs eens allemaal spullen uit mijn collectie gehuurd voor een reclamespot. 

Dus daarom noem je jezelf De Duckman? 

Die naam ging ik op een gegeven moment gebruiken toen ik in de chatwereld terecht kwam. Dan heb je een alias nodig. De èchte Duckman, dat is Carl Barks, de tekenaar die jarenlang Donald en zijn familie tekende en een groot deel van Duckstad bedacht heeft: Oom Dagobert, Willie Wortel… noem maar op. Echt respect voor die kerel. Maar omdat Disney alle touwtjes strak in handen houdt, noem ik me nadrukkelijk ‘Dé Duckman’. Je wil echt geen juridisch gedoe. Daarom is de snavel in mijn logo ook echt anders dan die van Donald zelf. Inmiddels kennen ze me bij Disney en ben ik er niet meer zo bang voor.

Wat las je nog meer? 

Het verzamelen begon met jeugdsentiment: de strips uit mijn kindertijd; Tweety, Roze Panter, Popeye… Vervolgens Lucky Luke, Bollie & Billie, Paling & Co. Ik ben een groot fan van scenarioschrijver Raoul Cauvin, vooral bekend van De Blauwbloezen, maar ook de scenarist van Agent 212, G. Raf Zerk, Jess Long, Robbedoes en Kwabbernoot, Sammy, noem maar op… Hij is in 2021 overleden. Een gemis voor de stripwereld. Door de jaren heen verandert je smaak trouwens wel. Er zijn strips die ik vroeger leuk vond maar nu niet meer. Tarzan bijvoorbeeld. Of Astérix. 

Van lezen kwam verzamelen, kwam handelen… 

In eerste instantie om mijn hobby te bekostigen, én om van dubbele strips af te komen. Want als je beurzen bezoekt kom je geregeld met iets thuis dat je bij nader inzien al bleek te hebben. Mijn eerste beurs was in Breda. In die tijd de grootste van Europa. Er ging echt een wereld voor me open. Dat wordt meer en meer, en dan ga je voorzichtig eens proberen wat te verkopen. Eerst via Marktplaats, later stond ik zelf op beurzen en startte ik mijn eigen website. Je koopt eens een doosje. Je krijgt eens een doosje, en zo wordt het meer en meer. Wat nu in mijn winkel staat is iets meer dan de helft van wat ik in totaal heb staan schat ik. Je praat al gauw over 50.000 albums. 

Als je van strips houdt wordt dat snel een beetje sneu gevonden… 

Er zat inderdaad een best wel groot taboe op het lezen van strips. “Voor kinderen”, zeiden ze dan. Maar in de wachtkamer van de dokter vochten de volwassenen om de Donald Duck. Inmiddels is dat taboe minder groot. Sterker nog, er worden steeds meer strips juist voor volwassenen gemaakt. Of oude strips krijgen een nieuw jasje, zoals de serie Amoras; een volwassen variant van Suske en Wiske. En waarom ook niet? Je vindt echt alles in strips; van de Bijbel tot geschiedenis, Van levenswijsheid tot oorlog en seks. Geen onderwerp is ondenkbaar. Strip is gewoon een volwassen medium. Ik krijg hier dan ook van alles binnen. Jongeren, ouderen, mannen, vrouwen, verzamelaars en mensen op zoek naar jeugdherinneringen. 

Zijn stripwinkels nog levensvatbaar? 

Er verdwijnen veel stripwinkels. De laatste jaren o.a. in Delft en in Overschie. Dat komt omdat mensen met pensioen gaan. Niet omdat het niet loopt. Maar jongeren durven het niet aan om het over te nemen. Dat begrijp ik aan een kant ook wel. 

Jij durfde het wel aan… 

Ik kreeg de kans. Dat is het korte antwoord. Ik heb er altijd van gedroomd om een winkel te hebben en via een oud-collega kon ik in dit pand terecht. De voorraad had ik natuurlijk al. Dus ik móest die kans wel grijpen, al had ik niet de financiën ervoor. Gelukkig heb ik veel hulp gekregen. Zoals van Henry, die me heeft geholpen met het interieur. Hij kwam langs en we raakten aan de praat en hij kwam met het idee van de pallets. Een geweldig idee. Stripboeken hebben ook iets rommeligs. Natuurlijk. Een mooie strakke winkel heeft ook wel iets, maar zoals het nu is past het precies bij mij. Ik ben er echt trots op.

Alleen maar tweedehands? 

Wat strips betreft wel. Ik koop ook nog gewoon strips in. Niet alles, want van sommige strips heb ik voorraad zát. Maar recentere nummers van series, die zie ik graag komen. Die zijn vaak een stuk minder vaak herdrukt en dus moeilijker te krijgen. Qua verzamelspul heb ik ook wel wat nieuwe artikelen. En we zien wel waar het eindigt. Voorlopig is het tijdelijk. Ee pop-up store als het ware, want het moet nog blijken of ik er een boterham mee kan verdienen. Ik ben dankbaar voor ieder boekje dat ik verkoop!

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: