Op de Pijp met... Kees Persoon

In ons economisch systeem lijkt verspilling inherent. Zonde van zoveel goede producten die verloren gaan, vindt Kees Persoon (69). Met de Groente en Fruitbrigade wil hij twee vliegen in één klap slaan: “Verspilling tegengaan en het belang van gezond eten promoten.” Kees is getrouwd met Pieta en woont in Poeldijk. Samen hebben ze drie kinderen en drie kleinkinderen.
Waar kom je vandaan?
Ik ben een originele ‘Poelluker’. Geboren en getogen in Poeldijk. De middelste in een gezin van vijf. Mijn vader was aannemer in de tuin, vooral snijgroen. Hij was ook midvoor bij Westlandia. Zelf was ik ook een enthousiast voetballer bij Verburch. Mijn moeder heeft altijd veel vrijwilligerswerk gedaan, dus dat is er bij mij ook al van jongs af aan in gegoten. Zo wandel ik nu wekelijks met een bewoner van de Terwebloem en ben ik coördinator bij de Groente en Fruitbrigade.
Waar ook je professionele expertise nog goed van pas komt…
Na de Bartolomeüsschool en de LTS in Den Haag volgde de MTS. Voor mijn diensttijd heb ik een tijd in de computers gezeten. Dat stond toen nog allemaal in de kinderschoenen. Nadat ik uit dienst kwam werkte ik eerst een tijdje in de tuin en daarna bij Leen de Vos, zaadselectie. Daarna, inmiddels 43 jaar geleden, werd ik keurmeester op de groenteveiling van Poeldijk en daar heb ik mijn expertise, zoals jij die noemt, opgedaan. Van keurmeester werd ik hoofdcontroleur en uiteindelijk kwaliteitscoördinator. Vanuit de Greenery werd ik zeven jaar geleden al aan de Groente en Fruitbrigade gekoppeld. Na mijn pensioen heb ik dat gewoon voortgezet.
Waar let je op als keurmeester?
Niet op smaak, of hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. Vooral op de fysieke kenmerken. Grootte, rijpheid. Gaafheid, of de verpakking volgens de regels is... Heel veel verschillende zaken, allemaal naar aanleiding van de eisen van de klant. Die dus ook heel verschillend kunnen zijn.
Al die verpakkingen, daar is soms best kritiek op.
Dat is deels terecht. Maar toch is verpakking ook enorm belangrijk. Voor de bescherming van het product. Voor de voedselveiligheid en voor de verkoopbaarheid. Mensen kopen nu eenmaal op het oog en zijn kritisch. Overkritisch zelfs. Gesneden producten, zoals sla, oxideren bijvoorbeeld snel. Dan worden de randjes bruin. Dat koopt niemand. Door te spoelen met citroenzuur en het dan te verpakken, blijft het toonbaar en dus verkoopbaar. Producten met veel vitamine C, zoals paprika, hoef je dan weer niet te spoelen. Dat oxideert van zichzelf minder. In dat soort zaken is verpakking dus essentieel. Maar uiteindelijk maakt de verpakking maximaal zo’n 10% uit van de voetafdruk van het product. En het transport tot 5%. Dus de productie, of beter gezegd de teelt van het product heeft veel meer impact dan de verpakking. Als dan het storten of weg gooien van het product voorkomen kan worden door te verpakken. Dan is dat voor de duurzaamheid een hele winst. Het is echt per product verschillend en soms kan plastic duurzamer zijn dan karton. En natuurlijk is verpakking ook nodig om klanten te informeren over het product.
Marketing dus…
Informatievoorziening! En ja, dat ‘ontaardt’ ook wel in marketing. Want voorlichting over voedsel, daar zit ook wel de nodige onzin bij. Neem spinazie. Daar is indertijd ‘Popeye the Sailor Man’ voor bedacht. Want spinazie bevat veel ijzer en dat zou je dus sterk maken. Maar wat blijkt? Ja, spinazie is gezond, maar ijzer uit spinazie kan ons lichaam helemaal niet opnemen! Eigenlijk desinformatie dus. Maar wel effectief. IJzer zit bijvoorbeeld ook in boerenkool en dat kan ons lichaam wél direct opnemen.
Dat moet je maar net weten…
Daarom vind ik het leuk om daar trainingen over te geven. Bijvoorbeeld aan vrijwilligers van voedselbanken. Over wat er allemaal in groente en fruit zit, en hoe je ermee kunt omgaan, hoe je het kunt bereiden en eten.
Wat doet de Groente en Fruitbrigade?
In het kort: wij voorzien voedselbanken door heel Nederland van verse groenten en fruit. Dat zijn restpartijen van met name groothandels, maar ook wel telers. Vorig jaar hebben we 2,6 miljoen kilo ‘afgeschreven’ product een goede bestemming gegeven. Komend jaar verwachten we 3,5, misschien wel 4 miljoen kilo te halen.
Dat is nogal wat…
We doen dit met zo’n 50 vrijwilligers, waaronder chauffeurs, keurmeesters, mensen die de acquisitie doen of de administratie… Eigenlijk zijn we gewoon een bedrijf. Maar wel eentje met een speciale doelgroep, een speciale ‘inkoop’ en een speciaal doel: we maken geen winst, wij laten mensen gezond eten.
Hoe gaat die ‘inkoop’ in zijn werk?
Om te beginnen is het dus geen ‘koop’. Wij betalen er niet voor. Ons product is wat de winkels als onverkoopbaar beschouwen. In plaats van dat dan duur te storten, geven die bedrijven het aan ons en wij geven het weer aan de Nederlandse voedselbanken.
Tweederangs dus?
Ook wij moeten aan kwaliteitseisen voldoen. De wetten rondom voedselveiligheid gelden voor ons net zo goed. Maar zoals ik net al uitlegde: niet alles wat nog goed is, is ook nog verkoopbaar. We zijn in Nederland verwend en halen vaak ons neus op voor wat eigenlijk nog prima eten is. Dat kan ook zo niet blijven vind ik. Binnen wat wettelijk mag zijn wij dus soepeler. Bij ons mag er best een smetje aanzitten. Het is belachelijk om een doos druiven weg te gooien als er twee druiven beschimmeld zijn. Maar ook dat is per product verschillend. Bonen bijvoorbeeld, die zijn goed, of niet goed. Daarnaast heeft het ook met vraag en aanbod te maken. Supermarkten kopen producten in op basis van verwachtingen. Soms komt die verwachting niet uit en dan blijkt een partij onverkoopbaar. Watermeloen bijvoorbeeld. Dat is het hele jaar door beschikbaar, maar in praktijk eten mensen die als het lekker warm weer is. Is een julimaand ineens koud en regenachtig, dan wordt het dus niet verkocht. Maar supermarkten werken met jaarplanningen dus de volgende lading komt er al weer aan. En dan kan het dus gebeuren dat we ineens 50 pallets watermeloenen aangeboden krijgen. Of honderd pallets mandarijnen. Enorme hoeveelheden ineens. Die kunnen wij ook niet altijd kwijt, dus ik zeg geregeld nee.
Waarom kan dat niet altijd?
Ons ‘bedrijf’ heeft weer zijn eigen dynamiek. Soms heeft het met beschikbaarheid te maken. Bij veel voedselbanken ligt de top op de maandag en dinsdag. Maar onze ‘omloopsnelheid’ is zes dagen maximaal. Dat kan gedeeltelijk organisatorisch opgelost worden; betere spreiding over de week. Maar daar zijn weer meer vrijwilligers voor nodig. Die zoeken we dus ook. Mensen die oproepbaar zijn bij drukte, maar ook mensen met kennis van zaken, zoals kwaliteitscontroleurs. En zelfs mensen die van huis uit willen werken, zoals in de administratie, IT of planning. Er is voor elk wat wils!
Een logistieke uitdaging…
Daarom werken wij ook elke week met een ‘verwachting’ van wat er komt. Want dat verschilt dus per week. Of per seizoen. We komen net uit een lastige periode. De winter is het importseizoen, en zeker in de overgangsperiode daarna, zeg van februari tot april, ontstaat nog wel eens een tekort aan product. Behalve een verwachting publiceren we ook altijd hoe het in werkelijkheid is geweest. Zo streven we naar duidelijkheid in de hele keten. We streven ernaar om binnen die hele keten de kennis, kunde, organisatie, logistiek en distributie te verbeteren. Want naast het krijgen van het product is ook vervoer belangrijk. Wijzelf en de verschillende voedselbanken beschikken over transport, maar dat moet ook gecoördineerd worden.
Die vrachtwagens rijden niet op water…
We zoeken altijd naar gelden. Van donateurs of van bedrijven die bijvoorbeeld de exploitatiekosten of een deel daarvan willen sponsoren. Omdat wij landelijk werken, worden wij bijvoorbeeld niet gesponsord door de Gemeente Westland. Maar we zijn gelukkig vorig jaar wel gekozen tot meest duurzaam initiatief door de Tweede Kamer, dus we zijn wel in beeld!
Want duurzaam is het…
Zeker. Mijn doel is tweeledig: verspilling tegengaan en tegelijkertijd mensen gezond laten eten. Zeker de klanten van de voedselbank kunnen dat niet altijd, want gezond eten is duur. Inmiddels geven de gezamenlijke voedselbanken 82.000 monden te eten. Een fractie van het totaal aan mensen die hulp nodig heeft, dat gaat om zo’n 1,2 miljoen mensen! Dan is dit een prima oplossing. Waarbij het mes aan twee kanten snijdt!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie