Op de Pijp met... Jan Maat

Nieuws
Afbeelding
(Foto: TON VAN ZEIJL)

Dit jaar bestaat Genootschap Oud-Westland negentig jaar. Een vitale vereniging met meer dan 500 leden, veelgelezen publicaties en veelbezochte lezingen. En voorzitter Jan Maat (72) heeft er vertrouwen in dat dat voorlopig nog wel zo blijft: “We gaan het eeuwfeest ook wel vieren.” Jan woont met zijn vrouw Joke (bekend als Joke Bloemiste) in Monster. Samen hebben ze twee dochters en zes kleinkinderen.

Waar kom je vandaan? 

Ik ben geboren aan de Naaldwijkseweg in ‘s-Gravenzande. Naast de molen. Mijn opa gaf opdracht voor de bouw van de molen, een tweedehands die eerst als de Groot Zanen watermolen fungeerde in Alphen a/d Rijn en die sindsdien dan ook bekend staat als de ‘Molen van Maat.’ Mijn vader volgde hem op en mijn broer was uiteindelijk de laatste commerciële molenaar. Verder heb ik ook nog twee zussen.

Wilde jij geen molenaar worden? 

Daar heb ik nooit echt aan gedacht en als snel bleek dat mijn pad anders zou lopen. Na de Koningin Wilhelminaschool in ’s Gravenzande ging ik naar de HBS in Den Haag, het Grotius Lyceum. Vervolgens naar Leiden: scheikunde studeren. Mijn zus was laborante dus die wereld leek me wel wat. Na mijn studie ben ik gepromoveerd in de biochemie en deed ik een postdoc in Amerika. Teruggekeerd in Nederland vond ik een baan bij Unilever en daar heb ik eigenlijk mijn hele carrière gewerkt.

Dat hoor je niet vaak meer…

Toen was dat nog vrij normaal hoor. En Unilever was ook een goede plek met veel mogelijkheden. Niet dat ik echt aan carrièreplanning deed, daar geloof ik niet zo in. Er komen gewoon dingen op je pad, kansen.

Wat deed je daar? 

In het begin onderzoek, bijvoorbeeld naar enzymen voor de wasmiddelen- en voedingsindustrie. DNA onderzoek stond toen nog in de kinderschoenen maar de ontwikkelingen gingen razendsnel. Dat was eigenlijk een prachtige tijd met haast elke maand wel iets nieuws. Later ben ik meer de managementkant opgegaan; projectleider, hoofd van een afdeling, directeur externe research. Zeker in die laatste functie zat ik wekelijks in het vliegtuig. Veel van de wereld gezien. Uiteindelijk ben ik ook nog algemeen directeur van het TOP Institute Food and Nutrition (TIFN) in Wageningen geworden.

Het wat? 

In Nederland heeft een aantal onderzoeksinstituten de status van Technologisch Topinstituut (TTI). Een TTI is een samenwerkingsverband tussen bedrijven, kennisinstellingen en de overheid. Het combineert dus de middelen en mogelijkheden van de private en publieke sector om zo kennis te ontwikkelen over een specifiek thema van nationaal economisch belang en internationale betekenis.

Tegenwoordig heerst er nogal wat wantrouwen tegenover bedrijven als Unilever… 

Dat heb ik nooit zo goed begrepen. Je probeert het als bedrijf goed te doen. En je weet niet half hoe streng de eisen voor voedselveiligheid zijn. En daarbij: elk bedrijf weet dat je op bedrog geen business kan bouwen.

Wanneer ging je met pensioen? 

Bij Unilever in 2012 en bij het Top Instituut in 2015. Na mijn pensioen heb ik in een aantal overheids commissies gezeten, en ben ik betrokken bij de Vrienden van de Molen De Vier Winden in Monster.

Hoe kwam je bij het Genootschap Oud-Westland terecht? 

Wim Boekestein maakte mij op het bestaan van het Genootschap attent. Dat beviel me wel. Na een paar lezingen bezocht te hebben, vroeg Wil van den Bos Czn, de laatste burgemeester van Wateringen mij, of ik wellicht zijn opvolger wilde worden. Daar moest ik even over nadenken, maar ik stemde al snel toe.

Het leek je wel leuk? 

Voorzitterschap leek me een leuke rol en ik wilde al graag iets doen met een vrijwilligersorganisatie. En het genootschap heeft een heel goed bestuur: aardige, optimistische, positieve mensen. We hebben allemaal onze eigen rol en we vullen elkaar heel goed aan.

Heb je zoveel historische belangstelling? 

Die is nu explicieter dan vroeger. Dat komt misschien ook omdat je ouder wordt. Dan ontdek je dat je meer geschiedenis dan toekomst hebt en ga je je daarvoor interesseren. Dat hoor ik ook van anderen trouwens. Je wordt je langzaam meer bewust van de tijd. Het is interessant dat ieder van ons in geschiedenis leeft, maar dat we het ons vaak niet realiseren als er in onze nabijheid geschiedenis gemaakt wordt. Pas achteraf zie je het belang en de samenhang. Dat zijn dingen die me wel intrigeren.

En die geschiedenis moet verteld worden…

Eén van de doelstellingen van het Genootschap is historische kennis over het Westland vergaren én verspreiden. Dat doen we bijvoorbeeld met ons historisch jaarboek. Heel goede verhalen. Soms breed, soms heel specialistisch, maar wel van een hoog niveau. Het is niet zomaar een verhaaltje. Verder hebben we mooi publicaties zoals het boek over buitenplaatsen in het Westland. We organiseren lezingen over diverse onderwerpen en die worden heel goed bezocht. Soms zit er meer dan honderd man. Dat vind ik wel bijzonder. We hebben rond de 560 leden, maar de 600 is ook wel eens aangetikt. Maar het moet gezegd, dat zijn wel voornamelijk ouderen. Al overlijden er ook mensen, er is altijd weer nieuwe aanwas. En verder doen we excursies, bedrijfsbezoeken en andere activiteiten.

Jullie houden je ook bezig met erfgoed… 

Wij vormen samen met Museum Westland, Monumentaal Westland en de verschillende historische verenigingen in het Westland de Werkgroep Erfgoedbescherming Westland. In die hoedanigheid sparren wij met de gemeente over bijvoorbeeld het erfgoedbeleid , algemeen, en hier in het Westland in het bijzonder, het tuinbouwerfgoed. Dat is soms best een ingewikkeld onderwerp; wat ga je bewaren, en vooral; waarom? En wat doe je er daarna dan mee? Die vragen leven nu bijvoorbeeld over de begraafplaats aan de Dijkweg in Naaldwijk, of de Kolenkit in Wateringen. Als Genootschap Oud-Westland hebben we geen rol bij de waardebepaling van een monument; daar zijn bureaus voor; we zijn wel spreekbuis en sparringpartner.

Westlanders denken vaak: weg met die ouwe troep… 

Zo is er in het verleden vaak gedacht. Tegenwoordig hebben we misschien meer de luxe om na te denken over de waarde van erfgoed. Die waarde komt vaak ook voort uit het verhaal wat erbij hoort. Daarmee kan je bovendien de stap naar het publiek zetten. Neem Herckenrath. Die is geboren in Geerbron. Daar is ooit een boekje over gemaakt door de HV Monster-ter Heijde. Vervolgens is dat boekje door Annejet van der Zijl gebruikt voor haar boek over Leon en Juliëtte. Het gevolg: iedere Monumentendag zijn er honderden bezoekers bij het grafmonument. Zo kan het dus gaan.

Het Genootschap heeft nu zelf een geschiedenis… 

En die wordt ook verteld. De eerste 75 jaar zijn goed beschreven door Krijn van Dijk. Het is interessant om te beseffen dat het Genootschap ontstond in hetzelfde jaar dat Elvis werd geboren: 1935. Hij zou nu ook negentig geweest zijn maar in plaats daarvan blijft hij in onze gedachten altijd jong. Onze geschiedenis, ons verhaal gaat door en we zijn nog springlevend. We hebben op 25 januari 2025 onze 90-ste jarige verjaardag gevierd in de Oude Kerk in Naaldwijk waarbij 250 personen aanwezig waren met een verhaal over het Genootschap door Harry Goenewegen en het leven van Willem van Oranje door de befaamde schrijver/historicus René van Stipriaan.

En de toekomst? 

De toekomst zie ik rooskleurig in. We gaan het eeuwfeest zeker vieren. Over een poosje komt er een nieuw boek uit over kastelen in Westland en we hebben leden en onderwerpen genoeg. Maar of dat op de langere termijn blijft? De samenstelling van de Westlandse bevolking verandert. Gaan de nieuwe Westlanders zich interesseren voor de Westlandse geschiedenis? Anderzijds: een flink deel van de huidige Westlanders stamt af van Duitse en andere arbeidsmigranten. Bender, Grootscholten, Stolze… En nu zijn dat op en top Westlandse namen en onze historie is ook de hunne. Zo kan het straks ook weer gaan!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.

Afbeelding
Afbeelding

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: