Op de Pijp met... Gerard Langerak

Je hebt hobbybakkers, Heel-Holland-Bakt-bakkers, en je hebt èchte bakkers. Gerard Langerak (80) was in zijn werkzame leven het laatste. Maar in zijn huidige rol als voorzitter van ANBO/PCOB Westland is hij ook zeker geen koekenbakker. “Senioren doen ertoe!” Gerard is getrouwd met Tiny. Samen hebben ze een zoon, twee kleinkinderen en een achterkleinkind.
Waar kom je vandaan?
Ik ben geboren in Wateringen als het tweede kind in een gezin van vijf. Mijn vader was boekhouder/betaalmeester op de toenmalige Delftse Groenteveiling in Den Hoorn. Hoewel het onderwijs mij trok, wilde ik toch graag liever iets meer met mijn handen doen. En iets creatiefs. Ik hield van tekenen en haalde daar ook goede cijfers voor, maar de kunstacademie? Dat werd hem toch ook niet. Het grappige is dat onze kleindochter inmiddels wèl de kunstacademie heeft afgerond, dus dat creatieve blijft wel in de familie. Na de Pieter van der Plas school in Wateringen, gelegen tegenover het badhuis waar wij met ons gezin ook om beurten naartoe gingen, koos ik toch voor de ambachtsschool en voor de bakkersopleiding.
En je bent uiteindelijk zelfstandig bakker geworden…
Mijn eerste werkplekken in Den Haag waren leuk, maar ik ontdekte toch al snel dat ik op die manier niet tot mijn 65e door wilde. Na mijn diensttijd, waarbij ik gelukkig tot kok werd gepromoveerd zodat ik niet door het zand hoefde te tijgeren, werkte ik nog een tijdje bij Rodenrijs Wateringen. Inmiddels had ik Tiny leren kennen en samen met haar hebben we toen het besluit genomen: of iets zelfstandigs, of wat anders. Tiny zag het wel zitten en terecht: ze ontpopte zich tot een 300 procent bakkersvrouw. We namen toen de bakkerij van de familie van Harmelen in De Lier over. Dat was in 1969. Een bescheiden begin met onszelf en één meisje in de winkel. Maar op het eind hadden we 15 mensen in dienst.
Toch zijn er nu minder bakkers dan toen…
Toen wij begonnen waren er zes bakkers in De Lier die zelf bakten. Nu is dat er nog één. De rest hoort bij een keten.
Geen ‘warme bakker’ dus?
Ik heb nog nooit brood of gebak uit een koude oven zien komen, dus ‘warme bakker’ mag je je altijd noemen. Wel een beschermde titel was ‘het echte bakkersgilde’. Dat is echt een organisatie die eisen stelt en waar je lid van moet zijn. Waarbinnen je ook met collega’s optrok. Ik ben van huis uit banketbakker, dus de eerste twee jaar kocht ik brood in van Scholtes uit Kwintsheul. Maar ik wilde toch zelf gaan bakken dus dan ga je leren en uitproberen. En op de bijeenkomsten met het gilde werd je product dan beoordeeld. Daar leer je ontzettend veel van.
Is het brood nu minder dan vroeger?
Persoonlijk vind ik dat schaalvergroting en ketenvorming het product niet beter heeft gemaakt. Andersom: mensen zijn inmiddels ook kieskeurig, dus niemand, ook de supermarkt niet, kan zich permitteren om troep te verkopen. Mensen weten alleen niet meer wat goed brood precies is. Ze willen dat een brood vier dagen vers aanvoelt en vinden dat dan goed brood. Maar wij stellen andere criteria denk ik. Een brood krijgt bijvoorbeeld zijn smaak van de korst, dus wij kiezen vaak voor een goed gebakken brood. Westlanders houden in doorsnee juist meer van wat lichter brood.
Hadden jullie ook specialiteiten?
Jazeker. Tiny was goed in het bedenken van nieuwe dingen. Ze had een kladblokje naast het bed waar ze ideeën in opschreef. Soms midden in de nacht. Zo hadden we de ‘Westlandse schuit’, een schuit van bladerdeeg en groente, die samen gebakken werden. Of de Lange rakker, uiteraard gebaseerd op onze naam, een lange koek met een lekkere vulling. We introduceerden dingen die destijds nieuw waren, van het stokbrood tot het appeltaartje en we hadden natuurlijk onze ‘Lierse Domkes’, een anijskoekje met de Lierse Dom erop. Mensen kochten die vaak als cadeautje voor mensen elders in het land.
Wanneer ben je gestopt?
Begin jaren 2000. Onze zoon nam het toen over. We hebben hem nog wel jarenlang bijgestaan. Met bezorging, of in drukke tijden zoals kerst. Alleen nachtwerk, dat wilde ik niet meer. Dat had ik lang genoeg gedaan. Een bakker is een nachtwerker. Dat moet je kunnen.
En wat ging je verder doen?
We hebben veel gereisd. Naar allerlei landen, maar in het bijzonder naar Sri Lanka. Nadat we daar de eerste keer waren geweest wilden we graag iets doen voor de mensen daar. We ontmoetten daar Herman Steur, die veel goeds doet voor de armen, en Tiny werd als het ware zijn ‘ambassadeur’. Na de tsunami in 2004 nam dat een grote vlucht. Toen ontdekten we ook hoe hulpvaardig Westlanders zijn. Ons huis, en meer dan dat, lag vol met hulpgoederen. Er werd een grote container geregeld en met een aantal vrijwilligers hebben we die hier voor ons huis helemaal volgeladen. We hebben geld opgehaald waarmee scholen zijn gebouwd en zijn ook gaan kijken hoe dat geld besteed werd. Dat is belangrijk. Zo hebben we bijzondere dingen meegemaakt.
Thuis zat je ook niet stil…
Naast mijn muziekhobby, ik speel piano en orgel en begeleid bijvoorbeeld bij de kerkdiensten in het Reinier de Graaf Gasthuis, heb ik ook allerlei bestuurswerk gedaan. Werkgerelateerd, maar onder andere ook in de kerk. En inmiddels ben ik al ruim tien jaar voorzitter van de ouderenbond ANBO/PCBOB Westland. Deze twee voormalig zelfstandige ouderenbonden zijn sinds vorig jaar gefuseerd. De bond is er in de eerste plaats om er voor hen, voor elkaar, te zijn. En om de belangen van senioren te behartigen, maar wat mij betreft ook het belang van senioren te onderstrepen en hen daarmee ook te bemoedigen.
Dat is nodig?
Optimisme is nodig. Als senior zit je niet in je laatste fase, je zit in een àndere fase! Senioren doen ertoe! We worden soms weggezet als kreupelhout, maar je moet je schamen als je zo denkt. Als je kijkt naar de mantelzorg, het vrijwilligerswerk, of dat nou op de voetbalclub, in de kerk, of waar dan ook is, overal zie je dat daar senioren heel veel werk verzetten. Het is niet te berekenen wat dat de maatschappij zou kosten als zij er niet waren. Daar word ik enthousiast van en dat toon ik graag. Als bestuurder moet je elan tonen denk ik.
En die belangenbehartiging?
Daar spelen we ook een belangrijke rol. We zitten met beleidsmedewerkers aan tafel, niet alleen lokaal, ook landelijk. Over belangrijke onderwerpen als zorg en wonen. Denk aan de knarrenhofjes. Of over digitale zelfredzaamheid. Een belangrijk onderwerp voor senioren in een groeiende digitale wereld. Een groot verschil met veel andere organisaties is dat wij een achterban hebben. We vertegenwoordigen echte mensen.
En jullie doen ook veel praktisch werk…
Praten, overleggen is mooi, maar het begint allemaal in het kleine. Met echt naar elkaar omkijken. Daar kun je eindeloos over bezig zijn, maar uiteindelijk moet je het gewoon dóen. We geven veel informatie. Onder andere met ons blad Ouder en Wijzer. We organiseren allerlei activiteiten, maar vooral willen we er zijn om te helpen. Of dat nou iets met computers is, of vervoer om bij een activiteit te komen, We werken ook veel samen met andere organisaties, zoals onze katholieke tegenhanger KBO en Vitis Welzijn. We zijn echt gelukkig dat we in Westland zo’n organisatie hebben, die ook veel voor senioren doet.
Wat kan de maatschappij doen voor senioren?
Ze zien en waarderen, daar begint het mee. Maar als je dan kijkt naar je buurvrouw, let dan ook even op of ze iets nodig heeft. Doe eens een boodschap als dat nodig is, of rij hem of haar eens naar die doktersafspraak. Geen blabla. Het hoeft ook niet allemaal zichtbaar te zijn. Maak het niet groter dan nodig. Zoals het oude lied het zegt: het zijn de kleine dingen die het doen!
Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal? Mail dan naar
redactie.westland@rodi.nl.








Meer nieuws uit Westland?
Ontvang de laatste updates per mail — schrijf je hier in!
Heb je ook een nieuwtje? — Tip hier onze redactie