Op de Pijp met... Kees van den Bos

Nieuws
Afbeelding

Autolak. Daar kun je meer mee dan auto’s spuiten, dacht autospuiter Kees van den Bos (78). En dat bleek zo te zijn. Kees creëerde door de jaren heen meer dan duizend schilderijen. “Ik vind dat een schilderij spannend moet zijn.” Kees woont met zijn vrouw Lida in Naaldwijk. Samen hebben ze twee kinderen en vier kleinkinderen.

Waar kom je vandaan?

Ik ben een geboren Naallûker. Daar groeide ik op met met mijn twee broers en drie zussen Onze hele familie, van weerskanten, opa’s, ooms, waren tuinder. Mijn vader teelde op de Hoge Geest druiven, tomaten, sla, tulpen, amaryllis, fresia, noem maar op. Natuurlijk werd je geacht mee te werken. En hoewel ik niet lui ben dacht ik wel: als ik dit tot mijn 65e moet doen…

Wat dan wel?

Van kleins af aan hield ik van tekenen en schilderen. De ene verfdoos na de andere. En dat kon ik ook goed. Ik heb zelfs nog eens een schoolprijs gewonnen, terwijl ik niet eens wist dat ik meedeed. Dus kunstenaar, dat leek me wel wat. Maar mijn vader zei: ‘’da’s niks.’

Toen ging je maar op een andere manier verven…

Toen mijn vader een keer schade reed en de auto na reparatie terugkwam was ik onder de indruk: je zag er niks meer van. Dat leek me wel wat. Na de Rehobothschool en de tuinbouwschool ging ik daarom naar Toon Ooms, destijds de enige spuiter in het Westland, om het vak te leren. Later werd ik daar ‘weggekocht’ door WAC in De Lier.

Ze lieten je niet zomaar op een auto losgaan, neem ik aan…

Al smedend wordt men smid, is het spreekwoord. Je begint met schuren. Dan plamuren. Ook een kunst want alles wat je teveel opsmeert moet je ook weer wegschuren. Dan leren hoe je grondverf opbrengt. Dan een keer een stukje drempel. Een deur… en zo bouw je het op. Goed kijken, doen en dan komt het vanzelf.
Bij de WAC waren ze blij met me. Je werkte daar veel aan antieke auto’s, want daar zat handel in. Als snel merkte ik dat ik harder liep dan de meeste anderen, en ik vond dus dat ik ook meer loon verdiende. Dat ging een tijdje goed maar toen ik in 1970 weer om opslag vroeg was het antwoord ‘nee’. Oké. Dacht ik. Dan begin ik voor mezelf. En dat gebeurde ook op 1 mei 1970.

Zo maar?

Ik had inmiddels mijn diploma meesterspuiter, dus in die zin durfde ik het wel aan. Ik wist dat ik ‘t kon. Een huis kopen en daar een spuiterij aan laten bouwen was een stuk spannender. Ik stak me tot over de oren in de schulden. Maar met resultaat. De klanten wisten me te vinden en ik verdiende goed. Ook omdat ik meer deed dan spuiten alleen. Ook plaatwerk bijvoorbeeld.

Tja, en spuiten is niet goedkoop, is mijn ervaring…

Dat heeft vaak met de verzekering te maken. Die werken met vaste eisen en vaste prijzen. Daar was ik het niet altijd mee eens overigens. Mijn principe was altijd: als het netjes is, is het netjes. Dus met mij waren goeie afspraken te maken.
Dat was ook nodig, want hier in de straat alleen al zaten tien concurrenten. Dus je moet wel verschil maken. Dat zat soms in de prijs, maar soms ook in de service; de andere dag klaar.

Altijd bezig dus…

Altijd als een gek tekeer gegaan. Maar na tien jaar wilde ik eigenlijk wat anders. We vatten het plan op om naar Nieuw-Zeeland te verhuizen en daar een spuiterij te beginnen. We zijn er een maand gaan kijken en oriënteren en echt, een sprookjesland.
De plannen werden steeds concreter. We hadden al een afscheidsfeestje gegeven en ik droomde al in het Engels, toen, het was 1980, de huizenmarkt instortte en we dus ons pand niet kwijt konden. Zonder geld naar Nieuw-Zeeland, dat wilden we niet en dus bleven we toch hier.
Achteraf misschien toch wel beter. Ik heb heel wat emigranten gesproken die later toch spijt kregen of altijd heimwee bleven houden. En de beslissing was uiteindelijk toch makkelijker dan ik dacht: als je hier niet kunt genieten, dan kun je dat elders ook niet.
We zijn dus lekker doorgegaan. Wel vaak op vakantie geweest en met de camper weg. Zo heb ik het tot mijn 73e volgehouden. Vijf jaar geleden ben ik gestopt. Het was gewoon m’n hobby.

Dus toen werd je uiteindelijk toch kunstschilder…

Dat deed ik al eerder. Als het wel eens niet druk was. Tussendoor. Toen ik 42 werd, en vrij was van schulden en hypotheek, ging ik echt, echt los; als ik op een verjaardag zat dacht ik ‘wat doe ik hier? Ik had in deze tijd drie schilderijen kunnen maken.’

En allemaal met autolak?

Dat was de verf die ik het beste kende en mee had leren werken. Waarbij de ene lak ook de andere niet is. Door de jaren heen kwamen er steeds nieuwe op de markt: synthetisch, twee-componenten, metallic… Allemaal met hun eigen gebruiksaanwijzing en eigenschappen. Iedere lak is anders. Maar ik kan er mee lezen en schrijven.

Dat gaat dan ook wel eens mis…

Ik heb ook echt wel eens een auto verpest hoor. Ze zeggen in ons vak: de eerste auto spuit je voor je vijand, de tweede voor je vriend en de derde voor jezelf. Maar autolak heeft ook echte voordelen. Zo is het heel kleurecht. Je kunt mijn schilderijen tien jaar in de zon hangen zonder dat het verkleurt. Vernis heb je ook niet nodig. Ik ging ook experimenteren met bijvoorbeeld een plamuurmes. Kijken welke effecten dat geeft. Lekker stoeien. Ik wil me uiten. Liefst iedere keer weer met iets anders.

Hoe, eh, uit zich dat?

Ik ben meestal niet zo van het figuratieve. Veel van mijn werk is abstract. Ik vind dat een schilderij spannend moet zijn. Vragen op moet roepen: wat is dat? Hoe zit dat? Als het allemaal herkenbaar moet zijn kun je beter een foto maken. Dat heb ik ook heel veel gedaan trouwens. Maar schilderijen, daar moet je gevoel in leggen. Dat gaat vaak onbewust.
Soms ben ik zelf na afloop ook verbaasd over wat het geworden is. Het heeft heel veel met intuïtie te maken.

Heb je een ontwikkeling doorgemaakt?

Mijn ervaring is dat je schildert wie en wat je bent. Dus zie je periodes van mijn leven in mijn werk terug. Door schilderen, het werken met vormen en kleuren, leer je jezelf ook echt kennen. Wat in je hoofd zit moet eruit.

Het gaat dus ergens over?

Vaak wel. Soms ook heel concrete zaken. 9/11, het neerstorten van ruimtestation Mir Het zinken van de onderzeeér Koerks of de moord op Pim Fortuyn. Maar heel vaak verwijst het naar gevoel. En daar is abstract heel geschikt voor.

Abstract is niet altijd populair…

Sommigen vinden het inderdaad niks. Anderen zijn er gek op. Ik heb meer dan duizend schilderijen gemaakt en veel daarvan verkocht. Weggeven, dat doe ik niet. Als mensen ervoor (willen) betalen zien ze ook de waarde ervan. Naast verkopen verhuurde ik ook werken. Voor notariskantoren, gemeentehuizen… Vaak werden die achteraf alsnog verkocht. Sinds kort heb ik ook een website (www.keesvandenboskunstschilder.nl) waar mensen mijn werk kunnen zien en kopen.

Je schildert dus nog steeds…

Ja, maar niet meer zoveel als vroeger. Ik ben niet meer zo wild. Dat betekent niet dat ik me verveel. Ik ben dol op sterren kijken en verzamel van alles: sigarenbandjes en -blikjes, ansichtkaarten, oud gereedschap, steengoed. Ik hou erg van fossielen zoeken en schelpen. Dat brengt je op gekke maar vaak ook mooie plekken zoals het Isle of Whight. Maar schilderen, dat blijft. Ik denk nog maar al te vaak over de schilderijen die ik nog niet gemaakt heb. En ik wil graag delen van wat ik geleerd en gemaakt heb. Ik zou het heel leuk vinden om schoolklassen uit te nodigen om naar kunst te kijken en er over te praten!

Wil jij ook Op de Pijp of ken je iemand met een mooi verhaal?
Mail dan naar redactie.westland@rodi.nl.

Meer nieuws uit Westland?

Ontvang de laatste updates per mail —

Volg ons op:

Heb je ook een nieuwtje? —

Deel dit bericht: